Wie als schuldeiser in een procedure van gerechtelijke reorganisatie belandt, doet er goed aan over een buitengewone schuldvordering in de opschorting te beschikken. Zoniet riskeert hij/zij met een fikse haircut geconfronteerd te worden in het reorganisatieplan. In het verleden heeft de afbakening tussen gewone en buitengewone schuldvorderingen aanleiding gegeven tot de nodige discussie in rechtspraak en rechtsleer. Ook de wetgever heeft zich herhaaldelijk met deze kwestie ingelaten. In een arrest van 16 januari 2020 (C.19.0294.N/1) heeft het Hof van Cassatie voor de praktijk belangrijke nadere toelichting gegeven. Continue reading “Cassatie over (buiten)gewone schuldvorderingen in de opschorting: algemeen pandbeding volstaat”
Experiments
De pre-pack en behoud van werkgelegenheid: een Nederlandse empirische analyse. Leest de Belgische wetgever mee?
Een post door gastblogger Gert-Jan Boon (Universiteit Leiden)
De pre-pack heeft de laatste jaren veel aandacht gekregen. Aan de ene kant wordt de prepack geprezen voor de – ten opzichte van een faillissement – flexibiliteit, de grote mate waarin de schuldenaar controle behoudt op het proces, maar ook meer waardebehoud voor alle belanghebbenden. Aan de andere kant wordt de pre-pack verguisd doordat de belangen van diverse belanghebbenden met de voeten zouden worden getreden. Daarmee is de belangstelling toegenomen voor de vraag of de pre-pack daadwerkelijk toegevoegde waarde heeft. Ondanks de vele, met name, rechtswetenschappelijke publicaties, blijft het antwoord op deze vraag difuus.
Strategic bankruptcy
In de strategische management literatuur wordt het aanvragen van een specifieke insolventieprocedure gezien als ‘strategic bankruptcy’. Daarmee wordt gedoeld op de wijze waarop een insolventieprocedure wordt aangewend om strategische wijzigingen aan te kunnen brengen in bestaande relaties die de schuldernaar onderhoudt met klanten, leveranciers of andere belanghebbenden. Daarmee kunnen structurele verbeteringen worden bereikt ten behoeve van de continuïteit van de onderneming.
Strategic bankruptcy wordt vaak gezien als een ultimum remedium, wanneer de andere opties – in het bijzonder via informele herstructurering – zijn verkeken. Vanuit de literatuur over downward-spirals volgt dat een ongecontroleerde verslechtering van de prestaties van een onderneming de neerwaartse spiraal versterkt. Daarmee komt de levensvatbaarheid verder onder druk te staan en raken (financiële) middelen uitgeput. Een insolventieprocedure kan de weg openen naar een nieuw perspectief voor de onderneming. Dat raakt aan de kern van strategic bankruptcy. Ondernemingen in financieel zwaar weer kunnen door een herstructurering de noodzakelijke aanpassingen doen om levensvatbaar te blijven of weer te worden. Daarom wordt verwacht dat juist een strategic bankruptcy bijdraagt aan waardebehoud en – niet onbelangrijk – dat het ook leidt tot behoud van werkgelegenheid en andere belangrijke (intellectuele) bronnen.
Vanuit de theorie achter strategic bankruptcy hebben de Universiteit Leiden en de Radboud Universiteit samen een empirisch onderzoek gedaan naar de Nederlandse pre-pack en faillissement. Aan de hand van twee reorganisatiescenario’s is geanalyseerd in welke mate de pre-pack of de doorstart in faillissement (going-concern sale) meer effectief is in het behoud van werkgelegenheid na faillissement. Continue reading “De pre-pack en behoud van werkgelegenheid: een Nederlandse empirische analyse. Leest de Belgische wetgever mee?”
Je est un autre: Cassatie over belastingen, simulatie en rechtspersoonlijkheid
Op deze blog wordt veel over rechtspersoonlijkheid en weinig over belastingen geschreven. Rechtspersoonlijkheid en belastingen zijn echter nauw verbonden. De juridische techniek van de rechtspersoonlijkheid wordt immers gretig gebruikt voor fiscale doeleinden, waarbij het zelden de bedoeling is van de belastingplichtige meer belastingen te betalen. Belgen (m/v, Waal/Brusselaar/Vlaming) schijnen hier goed (minstens zeer bedreven) in te zijn. Het arrest van 2 januari 2020 (F.18.0074.N/1) van het Hof van Cassatie zal dan ook menig lezer van deze blog interesseren. Continue reading “Je est un autre: Cassatie over belastingen, simulatie en rechtspersoonlijkheid”
De ‘voorrang’ van de Belgische aandeelhouder bij herstructurering van vennootschappen in moeilijkheden onder druk
Een post over Richtlijn Herstructurering en Insolventie door gastblogger Simon Landuyt
De richtlijn herstructurering en insolventie van 20 juni 2019 (de “Richtlijn”)[1] schrijft voor het eerst op Europees niveau materieelrechtelijke regels voor die van toepassing zijn bij insolventie van vennootschappen (zie over deze Richtlijn reeds hier). Deze moeten grotendeels geïmplementeerd worden in het nationaal recht van de lidstaten tegen 17 juni 2021. De Richtlijn bevat regels over het opsporen van ondernemingen in moeilijkheden en het kwijtschelden van schulden opgestapeld door de natuurlijk-persoon ondernemer. De belangrijkste bepalingen betreffen evenwel deze die betrekking hebben op de “herstructurering” van ondernemingen. De Richtlijn zal in België dan ook voornamelijk een impact hebben op de gerechtelijke reorganisatie uit boek XX WER, en in het bijzonder de gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord. Continue reading “De ‘voorrang’ van de Belgische aandeelhouder bij herstructurering van vennootschappen in moeilijkheden onder druk”
Save the date: studiemiddag op 19 maart 2020 te Leuven over schuldeisersbescherming bij rechtspersonen
Op donderdag 19 maart 2020 is er aan de KU Leuven (auditorium Zeger Van Hee) een studienamiddag over schuldeisersbescherming bij rechtspersonen. Aanleiding voor deze studiemiddag is het verschijnen van de handelseditie van het proefschrift van Dr. Gillis Lindemans over Schuldeiser & Rechtspersoon: actio pauliana en aansprakelijkheid wegens ongeoorloofde benadeling van schuldeisers van vennootschappen en verenigingen bij Intersentia.
Sprekers zijn : Marieke Wyckaert, Sofie Cools, Robbie Tas, Arie Van Hoe, Michiel Poesen, Gillis Lindemans en Joeri Vananroye. Continue reading “Save the date: studiemiddag op 19 maart 2020 te Leuven over schuldeisersbescherming bij rechtspersonen”
ECLI in het land van Magritte
Een post door gastblogger Christoph Malliet (faculteitsbibliothecaris van de Bibliotheek Rechtsgeleerdheid, KU Leuven)
U hebt wel eens van gehoord van ECLI, de European Case Law Identifier. Een uitvinding die zijn oorsprong in Gidsland Nederland vindt, en waarmee de EU een verwijzingssysteem op touw zet dat een unieke code toekent aan elke rechterlijke uitspraak van alle rechtsprekende instanties van alle landen van de EU.
ECLI:PT:TRC:2019:5068.17.8T8LRA.A.C1.60
U hebt misschien niet onmiddellijk begrepen dat het hier gaat over een uitspraak van respectievelijk de Griekse Raad van State en het Hof van Beroep van Coimbra, maar dat komt nog wel. Die Portugese code is ook best lang en ongezellig om lezen, maar voldoet aan de regels zoals de EU ze hier in 2011 heeft vastgelegd. Die nummers zijn tamelijk fantasieloos maar wel uniek. Continue reading “ECLI in het land van Magritte”
Zowel dwingend als aanvullend recht in het WVV van toepassing op ‘oude’ vennootschappen, verenigingen en stichtingen
Art. 39 Invoeringswet WVV
Gisteren, 1 januari 2020, werd het WVV van toepassing op bestaande vennootschappen, verenigingen en stichtingen.
Soms wordt wel eens gehoord dat enkel de dwingende bepalingen op 1 jan. van toepassing zouden worden. Dat is een verkeerde lezing van (het eigenaardig geformuleerde) art 39 § 2 van de invoeringswet: Continue reading “Zowel dwingend als aanvullend recht in het WVV van toepassing op ‘oude’ vennootschappen, verenigingen en stichtingen”
Cassatie over de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen
In een belangrijk arrest van 17 december 2019 (P.19.0845.N/7) heeft het Hof van Cassatie toelichting gegeven bij de materiële en morele toerekenbaarheid van misdrijven aan rechtspersonen. Artikel 5, eerste lid, Strafwetboek bepaalt dat een rechtspersoon strafrechtelijk verantwoordelijk is voor de misdrijven die hetzij een intrinsiek verband hebben met de verwezenlijking van zijn doel of de waarneming van zijn belangen, of die, naar blijkt uit de concrete omstandigheden, voor zijn rekening zijn gepleegd. De invulling van deze voorwaarden in de onstoffelijke context van rechtspersonen staat garant voor aangename discussies en uitgebreide conclusies. Continue reading “Cassatie over de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen”
Mee met het WVV?
Meer dan 70 posts over het WVV
Op 1 januari 2020 wordt het WVV ook van toepassing op bestaande vennootschappen, verenigingen en stichtingen. Hier vindt u de tekst van de invoeringswet, de Concordantietabel W.Venn. – WVV en het ontwerp van de belangrijkste reparatiewet.
De posts over het WVV op deze blog – meer dan 70, samen toch een virtueel boek van pakweg 300 blz – waren: Continue reading “Mee met het WVV?”
Diversiteit in de Nederlandse en Belgische bestuurskamers
Symposium te Amsterdam op 6 februari 2020
Sinds 28 juli 2011 zijn in België quota ingevoerd teneinde te garanderen dat vrouwen zitting hebben in de raad van bestuur van de genoteerde vennootschappen. Beursgenoteerde ondernemingen moeten het aantal bestuursleden van het andere geslacht verplicht uitbreiden tot minstens 1/3. Art. 7:86 van het WVV luidt:
“In genoteerde vennootschappen en de organisaties van openbaar belang bedoeld in artikel 1:12, 2°, is ten minste één derde van de leden van de raad van bestuur van een ander geslacht dan de overige leden, waarbij het vereiste minimum aantal wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal. Is de bestuurder een rechtspersoon, dan wordt zijn geslacht bepaald door dat van zijn vaste vertegenwoordiger.
Voldoet de samenstelling van de raad van bestuur om welke reden dan ook niet of niet langer aan de vereisten gesteld in het eerste lid, dan stelt de eerstvolgende algemene vergadering een raad van bestuur samen die wel aan deze vereisten voldoet, zonder dat dit afbreuk doet aan de regelmatigheid van de samenstelling van de raad van bestuur tot op dat ogenblik. Elke andere benoeming is nietig.
Ingeval de raad van bestuur na de algemene vergadering bedoeld in het tweede lid niet is samengesteld overeenkomstig het eerste en het tweede lid, dan wordt elk financieel of ander voordeel dat aan de bestuurders toekomt op grond van hun mandaat vanaf dat ogenblik geschorst, tot op het ogenblik waarop terug ten minste één derde van de leden van de raad van bestuur van een ander geslacht is dan de overige leden.
De raad van bestuur van vennootschappen waarvan de aandelen voor het eerst worden genoteerd, moet zijn samengesteld overeenkomstig het eerste lid met ingang van de eerste dag van het zesde jaar volgend op de notering.”
België heeft daarmee een hardere regeling dan Nederland. Daar bevat art. 2:166/276 BW een streefcijferbepaling, met een minimumnorm van 30%, maar deze bepaling ontbeert een sanctie. Een groot bedrijf – groot in de zin van art. 2:397 lid 1 BW – dat het minimum van 30% mannen of vrouwen in bestuur of raad van commissarissen niet haalde, moest uitleggen wat er aan schortte. ‘Moest’ en ‘schortte’, want de wettelijke regeling in art. 2:166/276 BW is een zgn. horizonbepaling (sunset clause). Vanaf 1 januari 2020 bestaat zij niet meer. De gedachte in Den Haag was dat aan het eind van 2019 ieder groot bedrijf de norm zou halen. Dat is niet het geval.
Op 3 december 2019 nam de Nederlands Tweede Kamer daarom een motie aan. In de motie wordt de regering verzocht om de maatregelen uit het SER-advies 19/12 ‘Diversiteit in de top’ van september 2019 integraal over te nemen. De SER noemt een aantal maatregelen die genomen moet worden om het aandeel vrouwen in de top van het bedrijfsleven te vergroten. De meest bekende is het verplichte quotum: de raad van commissarissen van een beursgenoteerde vennootschap zou voor (minimaal) 30% uit vrouwen moeten bestaan.
Het einde van de streefcijferbepaling is ook de aanleiding voor de verschijning van een boek. Het boek wordt gepresenteerd tijdens een symposium van het Onderzoekscentrum Onderneming & Recht (Radboud Universiteit) op donderdag 6 februari 2020 ten kantore van Loyens & Loeff te Amsterdam. De redactie is in handen van Claartje Bulten, Mijke Sinninghe Damsté, Charlotte Perquin-Deelen en Koen Bakker.
Deelname aan het seminar is kosteloos. Continue reading “Diversiteit in de Nederlandse en Belgische bestuurskamers”
Bestuursaansprakelijkheid: een overzicht van wat nieuw is en wat bleef
Een recentere versie is hier te vinden als een hoofdstuk.
We maakten voor het vak ‘Bepalingen gemeen aan alle rechtspersonen’ in de Master vennootschapsrecht (KU Leuven campus Brussel) een overzicht van de belangrijkste regels in verband met de (burgerrechtelijke) aansprakelijkheid van bestuurders. Daarbij werden de wijzigingen aangebracht door het WVV verwerkt. 
Het kort overzicht (63 blz) kan hier (Bestuursaansprakelijkheid) worden geconsulteerd.
Dit overzicht is nog werk in uitvoering, dus alle correcties en suggesties zijn welkom bij de auteur.
Intussen wensen we u alvast een zalige kerstperiode en een voorspoedige inwerkingtreding van het WVV.
September 2020: Seminar over de nieuwe regels voor bestuurdersaansprakelijkheid door Joeri Vananroye en Stijn De Dier: 03/09 (Hasselt) – 04/09 (Antwerpen) – 09/09 (Gent).
.
Reparatie van de cap – bis
In een eerdere post wees dr. Gillis Lindemans op een bug in de cap. Zoals bekend, geldt de cap enkel nog voor toevallige lichte fouten (art. 2:57, § 3, 1°), hetgeen het revolutionair karakter ervan sterk uitholt. Evenwel voorziet art. 2:57, § 1 WVV vandaag nog steeds uitdrukkelijk dat de cap van toepassing is op de faillissementsaansprakelijkheid wegens kennelijk grove fout (art. XX.225 WER) en de faillissementsaansprakelijkheid wegens wrongful trading (art. XX.227 WER). Volgens dr. Lindemans kan een kennelijk grove fout echter nooit een toevallige lichte fout zijn en staat ook de voortzetting van een reddeloze onderneming op gespannen voet met het concept toevallige lichte fout. Continue reading “Reparatie van de cap – bis”
Studieavond ‘grondige studie insolventierecht’ UA op 18 december 2019 – programma
Zoals eerder aangekondigd, organiseren de studenten van de grondige studie insolventierecht aan de Universiteit Antwerpen opnieuw een studieavond, onder begeleiding van prof. dr. Stijn De Dier en prof. dr. Melissa Vanmeenen. Op de (reeds) twaalfde editie van deze studieavond worden specifieke thema’s belicht binnen het ruime speelveld van zekerheden in het insolventierecht.
De studieavond gaat door op woensdag 18 december 2019 om 19 u in aula R002 Stadscampus UA, Rodestraat 14, Antwerpen, gebouw R. Deelname is gratis en iedereen is welkom.
Wie achteraf een documentatiebundel wil ontvangen, kan dat hier melden.
Het programma is als volgt:
- Maxime Liebaert – Voorrechten en de nieuwe Pandwet: nu voor echt?
- Sacha Klajnfeld – De kwaliteitsrekening als vermogenssplitsing binnen het insolventierecht
- Andreas Depoortere – De borgtocht op eerste verzoek. Een juridisch monster?
- Matthijs Troch – Conventionele schuldvergelijking na samenloop: waarom de wetgever een mooie kans laat liggen
- Justine Heureux – Conventionele compensatie na een collectieve schuldenregeling in het raam van de WFZ toch niet helemaal onmogelijk
- Louis Van de Wyer – De restitutieschuldeiser en het faillissement: concurrente faillissementsschuldeiser, (bevoorrechte) boedelschuldeiser of boedelseparatist?
- Ellen Timmermans – Het verzachten van het in-naturavereiste bij eigendomsvoorbehoud: een sterker eigendomsvoorbehoud?
- Shannon Van Eyck – Het ontstaan en de tegenstelbaarheid van het zekerheidsrecht van de rechtstreekse vordering van de onderaannemer: ab initio aanwezig of ontstaan op het ogenblik van de kennisgeving?
- Enya Van Moer – Geld lenen als hypothecaire schuldeiser: zekerheid of risico bij strafrechtelijk beslag?
- Yaisa Beyers – Zakelijke zekerheden bij cross-border insolvency: (br)exit?
Geldt het vermoeden van hoofdelijke aansprakelijkheid van art. 2:56 al. 2 WVV enkel bij interne aansprakelijkheid?
Aansprakelijkheid voor gewone fouten in collegiale bestuursorganen
Volgens de gemene regels van aansprakelijkheidsrecht zou een lid van een collegiaal bestuursorgaan individueel aansprakelijk zijn, tenzij een samenlopende of een gemeenschappelijk fout. Dan geldt respectievelijk de aansprakelijkheid in solidum en de hoofdelijke aansprakelijkheid. Dit brengt een derde in bewijsnood: hij kan wel aantonen dat het college een fout heeft begaan, maar het is veel moeilijker dat aan individuele leden van dit college te imputeren. Vergelijk met drie personen die in een afgesloten kamer worden opgesloten. Als bij het openen van de deur ééntje vermoord wordt teruggevonden, zullen de twee anderen vrijuit gaan indien geen individuele schuldige kan worden aangeduid.
Art. 2:56 al. 2 WVV komt hier te hulp: “Indien het bestuursorgaan een college vormt, is hun aansprakelijkheid voor de beslissingen of nalatigheden van dit college hoofdelijk.” Dit is belangrijke verduidelijking vergeleken met vroeger. Al. 4 van dit artikel bevat een disculpatiemogelijkheid.
De hoofdelijkheid is hier méér dan een zekerheidsmechanisme. Het zorgt ervoor dat de derde niet in bewijsnood komt, doordat hij bij een collegiaal orgaan individuele verantwoordelijkheid zou moeten aantonen, zonder dat er noodzakelijk een spoor is van het individueel (stem)gedrag.
De formuering van deze bepaling is algemeen. Het maakt geen onderscheid tussen de interne aansprakelijkheid (t.a.v. de vennootschap) en de externe, buitencontractuele, aansprakelijkheid t.a.v. derden.
Twee dingen doen echter twijfelen of dit ‘vermoeden van hoofdelijkheid’ ook geldt voor de externe aansprakelijkheid t.a.v. derden. Continue reading “Geldt het vermoeden van hoofdelijke aansprakelijkheid van art. 2:56 al. 2 WVV enkel bij interne aansprakelijkheid?”
Suggesties voor onder de kerstboom
Het is de tijd van het jaar om pakjes onder de kerstboom te leggen. Wie familieleden of vrienden met bijzondere interesse in het insolventierecht heeft (innige deelneming), weet zich dit jaar van keuzestress bespaart. Zeer recent zijn immers twee indrukwekkende boeken verschenen die het famielilid/de vriend(in) in kwestie de volledige kerstvakantie zoet zullen houden. Beide werken, en hun auteurs, verdienen het even in de spotlights geplaatst te worden. Continue reading “Suggesties voor onder de kerstboom”