Experiments

Verzacht nieuw Brits insolventierecht de Brexit-pijn?

Bestuurdersaansprakelijkheid en pauliana geen afknapper voor ondernemingen, maar net een troef

De Britse regering is gestart met een consultatieronde over corporate governance bij insolvente vennootschappen. Het doel: het insolventierecht opfrissen en waar nodig verstrengen. Daartoe wil de Britse regering onder meer de volgende voorstellen aftoetsen bij het ruimere publiek: Continue reading “Verzacht nieuw Brits insolventierecht de Brexit-pijn?”

Verminderen van actief is niet hetzelfde als vermeerderen van passief. Schade bij het kennelijk onredelijk verderzetten van een verlieslatende activiteit

Een post door gastblogger Vincent Verlaeckt

Het nieuwe artikel XX.227 WER zal vanaf 1 mei 2018 de grondslag wezen voor de aansprakelijkheidsvordering wegens het kennelijk onredelijk verderzetten van een verlieslatende activiteit (zie eerdere posts over wrongful trading). Niet de aansprakelijkheid op zich, doch wel de wettelijk verankerde verdeling van de opbrengst volgend uit dergelijke aansprakelijkheidsvordering, is (ver)nieuw(end). Continue reading “Verminderen van actief is niet hetzelfde als vermeerderen van passief. Schade bij het kennelijk onredelijk verderzetten van een verlieslatende activiteit”

Hoe uitsluitend is de “uitsluitende bevoegdheid van de curator” in art. XX.227 §2 WER ?

Geen inperking van individuele vorderingen voor persoonlijk nadeel bij ‘wrongful trading’

Met art. XX.227 krijgt wrongful trading voor het eerst in het Belgisch recht een specifieke wetsbepaling (zie eerdere posts). De memorie van toelichting van de invoeringswet van Boek XX zegt over art. XX.227 WER: “Deze bepaling herneemt en bevestigt de geldende rechtspraak inzake de aansprakelijkheid van bestuurders en feitelijke bestuurders die een reddeloos verloren onderneming verder voeren.”

Art. XX.227 bevestigt onder meer dat de aangroei van het passief wegens een onrechtmatige verderzetting collectieve schade kan veroorzaken. Deze boedelschade is niet beperkt tot die gevallen waarin de gefailleerde vennootschap zelf zou kunnen vorderen. Hierin kan een codificatie van de Unac-rechtspraak van het Hof van Cassatie worden gezien. Continue reading “Hoe uitsluitend is de “uitsluitende bevoegdheid van de curator” in art. XX.227 §2 WER ?”

‘Blauwe reeks’ Vennootschaps- en Financieel recht beschikbaar op Jurisquare

De (bijna) volledige zgn. “blauwe reeks” van het Jan Ronse Instituut (KU Leuven) is sinds kort  te consulteren op de digitale bibliotheek jurisquare.

De reeks omvat 27 proefschriften, verslagboeken en monografieën in het vennootschaps- en financieel recht. De reeks wordt uitgegeven bij Roularta (voorheen Biblo).

Recht is belangenafweging: Cassatie over de verhouding tussen boedelschuldeisers en zekerheidsschuldeisers

Recht is belangenafweging. Deze (evidente) waarheid is terug te vinden in zelfs de meest technische bepaling. Een mooi voorbeeld hiervan wordt geboden door de regeling voorzien in art. 37 WCO (binnenkort: art. XX.58 WER). Dit artikel bepaalt ten eerste het statuut van schuldvorderingen die beantwoorden aan prestaties uitgevoerd tijdens de procedure van gerechtelijke reorganisatie in een navolgende vereffening of faillissement en ten tweede de verhouding tussen deze schuldvorderingen en de rechten van zekergestelde schuldeisers. Een recent cassatiearrest van 22 februari 2018 (C.17/0503.N/1) luidt een ommekeer in wat deze verhouding betreft.  Continue reading “Recht is belangenafweging: Cassatie over de verhouding tussen boedelschuldeisers en zekerheidsschuldeisers”

Wetsontwerp Hervorming Ondernemingsrecht: update

Vandaag begint de Kamercommissie Handelsrecht de bespreking in tweede lezing van het Wetontwerp Hervorming Ondernemingsrecht. Het Verslag van de eerste lezing door rapporteurs de Lamotte en Van der Donckt kan u hier vinden. Een bespreking van het wetsontwerp las u eerder hier.

AANVULLING 13/3/2018 – 13u: tekst werd goedgekeurd door de kamercommissie en gaat naar plenaire vergadering

European Private International Law at 50. Celebrating and Contemplating EEX and its Successors

Jura Falconis Conference 23 March 2018, 10 AM – 5:30 PM (College De Valk, Leuven)

In 2018 we celebrate the 50th year since the adoption of the 1968 Brussels Convention on jurisdiction and the enforcement of judgments in civil and commercial matters. The 1968 attempt to facilitate the free movement of judgments in the EU, helped lay the foundations for the exciting developments in European private international law which have occurred since. Many of the outstanding issues in what is now the Brussels I Recast (also known as EEX-bis; or Brussels Ibis) continue to have an impact on other parts of European civil procedure.

Co-organised by Leuven Law’s Institute of Private International Law and Jura Falconis, KU Leuven’s student law review, this event will consider, capita selecta wise, the application and implications of the Convention and its successors. It will also discuss the future direction of EU private international law both for civil and commercial matters, and for issues outside of commercial litigation. At a time when in most Member States the majority of commercial transactions have some kind of international element, this is a timely refresher for practitioners, judges, students and scholars alike.
PROGRAM Continue reading “European Private International Law at 50. Celebrating and Contemplating EEX and its Successors”

European Commission announces proposals on covered bonds, cross-border distribution of investment funds and cross-border transactions in claims and securities

“Capital Markets Union: breaking down barriers to cross-border investments and accelerating delivery”

The European Commission announced today proposals on (i) covered bonds, (ii) cross-border distribution of investment funds and (iii) the law applicable to cross-border transactions in claims and securities (press release).

The latter issue was dealt with in a previous post on this blog by Louis Coussée. The assignment of a claim refers to a situation where a creditor transfers the right to claim a debt to another person in exchange of a payment. This system is used by companies to obtain liquidity and access credit. At the moment, there is no legal certainty as to which national law applies when determining who owns a claim after it has been assigned in a cross-border case. The new rules proposed today clarify according to which law such disputes are resolved: as a general rule, the law of the country where creditors have their habitual residence would apply, regardless of which Member State’s courts or authorities examine the case.

The measures presented today, and the applicable to cross-border transactions in claims and securities.

The proposals will be presented by May 2018 in order to make it possible that legislation can be adopted before European Parliament elections in 2019.

More information is available from a Fact Sheet issued by the Commission.

Waarom staat oprichtersaansprakelijkheid niet in Boek XX WER?

Omdat ‘wrongful trading’ (art. XX.227) beter is.

Met art. XX.227 WER is er voor het eerst een expliciete wetsbepaling rond ‘wrongful trading’.  De invoering van deze aansprakelijkheidsgrond in het WER hangt samen met de verhuis van de bijzondere faillissementsaansprakelijkheid van het vennootschapsrecht naar het insolventierecht. De Wet van 11 augustus 2017 heft art. 265, 409 en 530 W.Venn op en vervangt het door art. XX.225-226 WER (dat geen identieke kopie is van de voorgangers in het W.Venn.).

Dat deze aansprakelijkheden onderdak kregen in het insolventierecht is ingegeven door IPR-overwegingen. De insolventiewetgever reageert hiermee op de vrije keuze van het toepasselijk vennootschapsrecht dat de Europese rechtspraak promoot en anticipeert op de aangekondigde invoering daarvan in een nieuwe Belgisch wetboek van vennootschappen en verenigingen. Vrije keuze in het vennootschapsrecht kan  gepaard gaan met adequate schuldeisersbescherming, mits die bescherming zit in een regel met een objectieve aanknopingsfactor, zoals het insolventierecht.[1] Het toepasselijke insolventierecht is dat van de plaats waar de insolvente schuldenaar het centrum van zijn voornaamste belangen (centre of main interests, COMI) heeft.[2]  Dit is een aanknopingspunt dat niet louter afhangt van de wilsautonomie van de schuldenaar.Door dat deze bestuursaansprakelijkheden nu in het insolventierecht zitten, volstaat een loutere keuze voor buitenlands vennootschapsrecht niet om er automatisch aan te ontsnappen.[3]  Ook in het Verenigd Koninkrijk bevinden regels inzake faillissementsaansprakelijkheid zich traditioneel in het insolventierecht. Duitsland heeft regels rond bestuurs­aansprakelijkheid, waaronder de  Insolvenzverschleppungshaftung  voor voortzetting van een reddeloze onderneming, verscheept naar het insolventierecht.[4] Het arrest-Kornhaas leert dat dit verzoenbaar is met de Europese regels inzake vrijheid van vestiging.[5]

Het kan dan misschien verrassen dat oprichtersaansprakelijkheid niet mee is verhuisd van het W.Venn. naar Boek XX. Immers, ook oprichtersaansprakelijkheid heeft tot doel vennootschapsschuldeisers te beschermen. Waarom wordt ook oprichtersaansprakelijkheid dan niet door een verhuis naar het insolventierecht vastgeknoopt aan de ‘COMI’ als objectieve aanknopingsfactor?

Deze vraag is relevant omdat zoals bekend het aangekondigde nieuwe vennootschapsrecht zwaar zal inzetten op de oprichtingsaansprakelijkheid wegens een kennelijk ontoereikend aanvangsvermogen. Continue reading “Waarom staat oprichtersaansprakelijkheid niet in Boek XX WER?”

Parent Companies Are Not Parents, Subsidiaries Are Not Children

Okpabi v Shell Judgment Puts the Brakes on the Expansion of Parent Company Liability for Damage Caused By Its Subsidiaries

A recent judgment of the England and Wales Court of Appeal addressed important jurisdictional questions in relation to a parent company’s liability for damages caused by its subsidiaries. The court did not rule on the merits of the claim; rather, it analysed the preliminary issue of whether UK courts have jurisdiction to hear such claims. In determining whether there is jurisdiction, however, the English court did have to examine substantive law issues. This makes the case of great interest to parent company liability, and, as parent company liability overlaps with supply chain liability, also to the latter. Continue reading “Parent Companies Are Not Parents, Subsidiaries Are Not Children”

Aansprakelijkheid voor ‘wrongful trading’ en ‘kennelijk grove fout’ in het WER: een ruimer toepassingsgebied én ruimere vrijstellingen

Schuilt het geluk in een kleine onderneming?

De Wet van 11 augustus 2017 houdende invoeging van het Boek XX WER codificeert met art. XX.227 WER de boedelvordering wegens het kennelijk onredelijk verderzetten van een verlieslatende activiteit. De standaard van aansprakelijkheid in deze bepaling is duidelijke geïnspireerd op de wrongful trading-bepaling van Section 214 van de Insolvency Act in het Verenigd Koninkrijk (overigens zonder er een kopie van te zijn).

Toch is deze aansprakelijkheid in geen geval een novum in de Belgisch rechtsorde. Wellicht kent België wrongful trading al langer dan het VK. Het “Overzicht van rechtspraak” van professor Ronse & C° uit 1978 spreekt reeds van “de mogelijkheid om de beheerders persoonlijk aansprakelijk te stellen uit onrechtmatige daad, wanneer zij in naam en voor rekening van hun vennootschap verbintenissen hebben aangegaan, terwijl zij wisten of behoorden te weten dat de vennootschap nooit in staat zou zijn die te kunnen nakomen” (TPR 1978, 823, nr. 202). Ze verwijzen daarbij naar het vonnis in het Unac-faillissement dat later aanleiding zou geven tot wellicht hét Belgische cassatie-arrest inzake collectieve schade.

De invoering van een wrongful trading-aansprakelijkheidsgrond à la belge in het WER hangt samen met de verhuis van de bijzondere faillissementsaansprakelijkheid van het vennootschapsrecht naar het insolventierecht. De Wet van 11 augustus 2017 heft art. 265, 409 en 530 W.Venn op en vervangt deze bepalingen door art. XX.225-226 WER (dat opnieuw zeker geen identieke kopie is van de voorgangers in het W.Venn.).

Nog te weinig werd opgemerkt dat met de verhuis ook het toepassingsgebied ratione societatis ingrijpend werd gewijzigd. Continue reading “Aansprakelijkheid voor ‘wrongful trading’ en ‘kennelijk grove fout’ in het WER: een ruimer toepassingsgebied én ruimere vrijstellingen”

Het Hof van Cassatie over ‘doorbraak’ van beperkte aansprakelijkheid naar ‘le véritable maître de l’affaire’

Cass. 2 februari 2018 over aansprakelijkheid in de Comm.V

Op 2 februari 2018 velde het Hof van Cassatie een merkwaardig arrest  (“New Super Marché de la Remorque”) over aandeelhoudersaansprakelijkheid.

Het arrest verwerpt het cassatie-beroep tegen een beroepsarrest dat twee categorieën personen aansprakelijk stelt die normaal niet onbeperkt aansprakelijk zijn in de Comm.V.: de zaakvoerder die geen werkende vennoot is en de vennoten van de stille vennoot (waarbij die stille vennoot zelf een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid is).

De feiten die aan het geschil ten grondslag liggen zijn zeer specifiek en het cassatie-arrest schuwt algemene uitspraken te doen. Toch rijst de vraag wat de consequenties zijn van dit arrest voor andere Comm.V’s en zelfs andere vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid.  Continue reading “Het Hof van Cassatie over ‘doorbraak’ van beperkte aansprakelijkheid naar ‘le véritable maître de l’affaire’”

VRG-alumnidag (KU Leuven): een ‘corporate finance’-graai in het aanbod

Leuven, vrijdag 27 april 2018

Op vrijdag 27 april 2018 organiseert VRG Alumni op de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven de 25ste alumnidag. Het volledige programma en een inschrijvingsformulier vindt u hier. Lezers van deze blog zullen in het ruime aanbod misschien in het bijzonder geïnteresseerd zijn in:

  • Hercodificatie en de rechtbank van de toekomst” door prof. Koen GEENS, minister van Justitie
  •  “De vzw herboren als een onderneming” door prof. Marieke WYCKAERT,  Jan Ronse Instituut voor Vennootschaps- en Financieel Recht KU Leuven, advocaat (Eubelius) en dr Stijn DE DIER, Jan Ronse Instituut voor Vennootschaps- en Financieel Recht KU Leuven, advocaat (Quinz)
  • Van handelsrecht naar ondernemingsrecht: Boek XX WER als het gloren van een nieuw ondernemingsrecht” door prof. Joeri VANANROYE, hoofddocent Instituut voor Handels- en Insolventierecht KU Leuven, advocaat (Quinz) en Dhr. Roel VERHEYDEN, Instituut voor Handels- en Insolventierecht
  •  “De bijdrage van Noord- en Zuid-Nederlandse consultaties en rechtspraakverzamelingen tot het kredietverleningsrecht (ca. 1500 – 1650)” door dhr. Wouter DRUWE, aspirant FWO
  •  “Impact van Brexit op Europees economisch recht” door prof. Wouter DEVROE, gewoon hoogleraar Onderzoekseenheid Economisch Recht KU Leuven
  • “Het fiscale zomerakkoord: concrete take-away’s voor de niet-fiscale jurist” door prof. Axel HAELTERMAN, deeltijds hoofddocent Instituut Fiscaal Recht KU Leuven, advocaat (Freshfields)
  • Het nieuwe erfrecht: impact op de overdracht van het familiebedrijf” door dhr. Olivier DE KEUKELAERE, advocaat (Cazimir)
  • Recht en literatuur: een inleiding” door prof. em. Herman COUSY
  • Begrijpelijke rechtstaal” door prof. Bert KEIRSBILCK, hoofddocent Faculteit Rechtsgeleerdheid, Campus Brussel KU Leuven

 

De pro rata going concern waarde als uitgangspunt bij de waardering in geschillenregeling

10 argumenten tegen controlepremies, minderheidsdécotes en illiquiditeitsdécotes

In een eerdere blogpost zette ik reeds de theorie van de pro rata going-concern waarde uiteen, en argumenteerde ik op basis hiervan tegen de toepassing van controlepremies, minderheidsdécotes en illiquiditeitsdécotes bij de waardering van aandelen in geschillenregeling. In een recent artikel, verschenen in het TRV-RPS, ontwikkel ik deze argumenten verder. Hieronder vind u een samenvatting van de 10 voornaamste argumenten tegen premies en décotes.

Continue reading “De pro rata going concern waarde als uitgangspunt bij de waardering in geschillenregeling”

Cross-border Insolvencies after Brexit: Views from the United Kingdom and Continental Europe

A recent paper of the Centre for International Governance Innovation and the British Institute of International and Comparative Law examines the consequences of Brexit for cross-border insolvencies. The conclusion of the paper reads as follows:

Whatever the outcome of the Brexit negotiations might be, it is possible that the United Kingdom will lose at least part of its attraction as a restructuring and insolvency hub for the remaining member states of the European Union.