Wanneer vandaag plots eerder blijkt plaats te vinden: Cassatie over invulling van de bijzondere bestuursaansprakelijkheid voor RSZ-schulden

Uitspraak met belangrijke gevolgen voor o.a. bestuurders in vennootschapsgroepen

Drie BVBA’s met dezelfde zaakvoerder worden failliet verklaard, elk met openstaande sociale schulden. De faillietverklaring vindt plaats op volgende tijdstippen:

  • De eerste BVBA op 13 oktober 2009
  • De tweede en derde BVBA op 13 september 2012

Volgens art. 265, §2 W.Venn. kan een zaakvoerder van een BVBA hoofdelijk aansprakelijk worden gehouden voor het geheel of een deel van alle op het ogenblik van de uitspraak van het faillissement verschuldigde sociale schulden indien hij in de loop van vijf jaar voorafgaand aan de faillietverklaring betrokken was bij minstens twee faillissementen met openstaande schulden ten aanzien van de RSZ.[1]

Kan de curator deze zaakvoerder op grond van dit artikel hoofdelijk aanspreken voor (een deel van) de sociale schulden van het derde faillissement? Het Hof van Cassatie zegt in een recent arrest (Cass. 7 april 2017, C.16.0390.N/1) dat dit mogelijk is. Continue reading “Wanneer vandaag plots eerder blijkt plaats te vinden: Cassatie over invulling van de bijzondere bestuursaansprakelijkheid voor RSZ-schulden”

Over de ex nunc-werking van constitutieve vonnissen in het vennootschaps- en insolventierecht

Recente arresten van de Hoge Raad en het Hof van Cassatie over hervorming faillissements- en vereffeningsvonnissen

In een arrest van 11 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2577) bevestigt de Hoge Raad dat de faillissementstoestand van een gefailleerde voortduurt tot de uitspraak waarmee de faillietverklaring werd vernietigd kracht van gewijsde heeft verkregen. Handelingen die de curator verrichtte voordat de vernietiging van het faillissementsvonnis kracht van gewijsde verkreeg, blijven nadien overeind. Hieruit blijkt dat de rechtstoestand gecreëerd door een faillissementsvonnis niet retroactief wordt tenietgedaan bij een latere hervorming, wat wij in een eerdere blogpost reeds argumenteerden naar aanleiding van een Belgisch arrest van het Hof van Cassatie. Continue reading “Over de ex nunc-werking van constitutieve vonnissen in het vennootschaps- en insolventierecht”

Het stil faillissement: it is not all roses, you know

Een post door gastblogger Frederik De Leo

In een eerdere post werd het “stil” faillissement (ook gekend als de pre-pack), zoals ingevoerd door artikel XX.33 van het wetsontwerp tot hervorming van het insolventierecht, reeds kort toegelicht. De post vatte aan met een quote van Advocaat-Generaal MENGOZZI die de voordelen van een pre-pack als volgt beschreef:

“[h]et succes van de pre-pack is het gevolg van een groeiende neiging in het moderne insolventierecht om de voorkeur te geven aan benaderingen die, anders dan de klassieke benadering die gericht is op de liquidatie van de in moeilijkheden verkerende onderneming, gericht zijn op de redding van de onderneming of althans het behoud van de economisch nog levensvatbare onderdelen daarvan. In een dergelijke context biedt de pre-pack, die wordt gekenmerkt door informele elementen (een buitengerechtelijke voorafgaande fase) en formele elementen (een fase die zich afspeelt in het kader van de insolventieprocedure), de ondernemingen een flexibel instrument dat geschikt is om snel het hoofd te bieden aan bepaalde crisissituaties” HvJ 29 maart 2017, nr. C- 126/16, ECLI:EU:C:2017:241, concl. P. Mengozzi).

Men dient echter niet blind te zijn voor de nadelen van de pre-pack, en in het bijzonder voor het risico op opportunistisch gedrag van de verschillende betrokken actoren. Continue reading “Het stil faillissement: it is not all roses, you know”

Tussen hamer en aambeeld. Wrongful trading in het Belgische insolventierecht

De bestuurder van een vennootschap in financiële moeilijkheden bevindt zich tussen hamer en aambeeld. Enerzijds moet hij al het noodzakelijke doen om de continuïteit van de onderneming te vrijwaren. Anderzijds weet hij dat zijn handelingen als bestuurder in een later stadium, en met de “benefit of hindsight”, kritisch tegen het licht gehouden zullen worden. In een eerdere post werden enkele concrete richtlijnen voor bestuurders geformuleerd om zich doorheen dit mijnenveld te bewegen.   Continue reading “Tussen hamer en aambeeld. Wrongful trading in het Belgische insolventierecht”

Vitale ondernemingen wapenen tegen bedenkelijke buitenlandse investeringen: wachten op de barbaren?

Moet de overheid buitenlandse investeringen een halt kunnen toeroepen in naam van de nationale veiligheid? Een grondige studie van C. Bulten en B. de Jong in Nederland schijnt licht op de zaak.

De geplande investering van het Chinese State Grid in Eandis, een Vlaamse distributienetbeheerder, beheerste vorig najaar een tijdlang het nieuws. Dat 14% van de Eandisaandelen en drie bestuurszetels in handen zouden komen van een Chinees staatsbedrijf, zette de Belgische staatsveiligheid er toe aan een brief te verspreiden die pleitte voor terughoudendheid. Omwille van het strategisch karakter van het distributienet en State Grid’s nauwe relatie met de Chinese inlichtingendienst, zou de staatsveiligheid in gevaar komen.

De ophef die daarop onstond, leidde ertoe dat de deal uiteindelijk zou afspringen. Het gele gevaar was dus geweken. De Vlaming kon weer op zijn beide oren slapen.

Continue reading “Vitale ondernemingen wapenen tegen bedenkelijke buitenlandse investeringen: wachten op de barbaren?”

Sssstttt, hier wordt gewerkt! Het stil faillissement

download (4)

Het wetsontwerp tot hervorming van het insolventierecht, dat momenteel besproken wordt in de Commissie voor Handels- en Economisch Recht, voert het “stil” faillissement (ook gekend onder de noemer van prepack) in dat toelaat om in stilte het eigenlijke faillissement voor te bereiden (het voorgestelde Art. XX. 33 WER). In een recent advies verwoordde  AG Mengozzi de voordelen van een prepack als volgt: “[h]et succes van de pre-pack is het gevolg van een groeiende neiging in het moderne insolventierecht om de voorkeur te geven aan benaderingen die, anders dan de klassieke benadering die gericht is op de liquidatie van de in moeilijkheden verkerende onderneming, gericht zijn op de redding van de onderneming of althans het behoud van de economisch nog levensvatbare onderdelen daarvan. In een dergelijke context biedt de pre-pack, die wordt gekenmerkt door informele elementen (een buitengerechtelijke voorafgaande fase) en formele elementen (een fase die zich afspeelt in het kader van de insolventieprocedure), de ondernemingen een flexibel instrument dat geschikt is om snel het hoofd te bieden aan bepaalde crisissituaties.

Continue reading “Sssstttt, hier wordt gewerkt! Het stil faillissement”

Jura Falconis Prijs 2017 voor beste bachelorscriptie toegekend aan Eline Hoogmartens voor scriptie over de interne aansprakelijkheidsvordering tegen de curator voor schade aan de boedel

Ontwerp van nieuwe insolventiewetgeving geeft schuldeisers nieuwe initiatiefrechten bij faillissementsaansprakelijkheid

AAEAAQAAAAAAAAhpAAAAJDZmYjk2YjY1LTVkYTYtNGZiNi1iMzc0LTNiOGYyODQzNjAyZQDe Jura Falconis Prijs voor de beste bachelorscriptie werd toegekend aan Eline Hoogmartens (research master, KU Leuven) over de boedelvordering tegen de curator. Deze toekenning komt in de week nadat het wetontwerp houdende het nieuwe insolventierecht aan de boedelvorderingen sleutelt. Deze post confronteert de bekroonde paper met de nieuwe voorstellen. Continue reading “Jura Falconis Prijs 2017 voor beste bachelorscriptie toegekend aan Eline Hoogmartens voor scriptie over de interne aansprakelijkheidsvordering tegen de curator voor schade aan de boedel”

Het toepassingsgebied van de insolventieprocedures weldra significant uitgebreid?

Een nieuwerwets ondernemingsbegrip maakt zijn entrée

Een eerdere post meldde de publicatie vorige week van het wetsontwerp houdende invoeging van het Boek XX “Insolventie van ondernemingen”, in het Wetboek van Economisch Recht. Dit boek beoogt de huidige Faillissementswet en de Wet Continuïteit Ondernemingen te vervangen. Spectaculair in dit ontwerp is  de uitbreiding van het toepassingsgebied van de insolventieprocedures (het voorgestelde Art. XX.1. §  1. WER). Twee wijzigingen springen daarbij in het oog:  Continue reading “Het toepassingsgebied van de insolventieprocedures weldra significant uitgebreid?”

Hervorming van het Belgische insolventierecht

Het wetsontwerp houdende invoeging van het Boek XX “Insolventie van ondernemingen”, in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan boek XX, en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek XX, in boek I van het Wetboek van economisch recht, werd gisteren gepubliceerd op de website van de Kamer, en kan hier geconsulteerd worden. De hervorming van het insolventierecht kadert in de door Minister van Justitie Geens vooropgestelde hercodificatie van de basiswetgeving.

Continue reading “Hervorming van het Belgische insolventierecht”

De onverdeeldheid: een morsig geregelde organisatievorm

Een troebele poel gevoed door meerdere bronnen

Een vorige post ging over de onverdeelde nalatenschap als organisatievorm. De goederen van een onverdeelde nalatenschap vormen een boedel. De onverdeelde boedel (ook ‘boedelgemeenschap’) moet onderscheiden worden van de onverdeelde zaak (ook ‘zaaksgemeenschap’). Dit onderscheid verklaart een reeks belangrijke rechtsgevolgen. Onbelicht in de klassieke Frans/Belgische traditie, kreeg dit onderscheid in de Belgische doctrine slechts recent de aandacht die het verdient.[1] Continue reading “De onverdeeldheid: een morsig geregelde organisatievorm”

De onverdeelde nalatenschap is een afgescheiden vermogen

Een olifant in de kamer van het Belgisch privaatrecht

Vermogensafscheiding kreeg in mijn eigen Leuvense rechtenopleiding een centrale plaats doorheen het curriculum. In het licht van de recente aandacht van Anglo-Amerikaanse law & economics-auteurs (denk: Hansmann, Kraakman, Armour, …) voor entity shielding (vermogensafscheiding, dus) als een essentieel en onvervangbaar kenmerk van vennootschapsrecht, was dit een benadering die haar tijd vooruit was.

Ook familiaal vermogensrecht en erfrecht kregen een belangrijke plaatst in die opleiding. Toch heb ik nooit gehoord dat de onverdeelde nalatenschapschap een afgescheiden vermogen was. Gezien de gezonde obsessie voor afgescheiden vermogens liet dit stilzwijgen geloven dat de onverdeelde nalatenschap dan ook géén afgescheiden vermogen was.

Deze gevolgtrekking was fout:  de onverdeelde nalatenschap vormt wel degelijk een afgescheiden vermogen.[1] Continue reading “De onverdeelde nalatenschap is een afgescheiden vermogen”

Pleidooi voor zes innovaties in het insolventierecht

Een verruimd insolventierecht met een betere afdwinging

In vorige posts waarschuwden we voor de gevaren die de geplande afschaffing van het minimumkapitaal, en bovenal van de werkelijke zetel, met zich meebrengt. Zijn schuldeisers zonder de werkelijke zetel dan loslopend wild voor opportunistische insiders? Continue reading “Pleidooi voor zes innovaties in het insolventierecht”

Vrije keuze van vennootschapsrecht: enkele kritische kanttekeningen

Worden de aandelen aan toonder weer ingevoerd?

In een vorige post hielden we de voorgenomen afschaffing van het minimumkapitaal kritisch tegen het licht. Een tweede voorgestelde wijziging is meer fundamenteel. Het werkelijke-zetelmechanisme zou verdwijnen ten gunste van een volledige vrijheid om de lex societatis te kiezen, ook als de onderneming enkel of voornamelijk in België actief is of vanuit België wordt geleid.[1]

Bij de veelgehoorde argumenten voor een vrije keuze kunnen alvast de volgende kanttekeningen worden geplaatst.

Continue reading “Vrije keuze van vennootschapsrecht: enkele kritische kanttekeningen”

Ook dwang moet dwingend zijn. De werkelijke zetel als schuldeisersbescherming.

In twee vorige posts belichtten we de bescheiden maar onderschatte verdiensten van een lompe inbrengverplichting als het minimumkapitaal. Deze of elke andere regel de de negatieve aspecten van beperkte aansprakelijkheid wil mitigeren is echter weinig zinvol als door rechtskeuze deze regel kan ontweken. Continue reading “Ook dwang moet dwingend zijn. De werkelijke zetel als schuldeisersbescherming.”

Oprichtersaansprakelijkheid ter vervanging van minimumkapitaal

De sprong richting flexibiliteit

De Minister van Justitie bereidt een ambitieuze (her)codificatiebeweging voor.[1] Voor het rechtspersonenrecht zal de hervorming vertrekken van de voorstellen van het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht, zoals  besproken in het parlement.[2] “Flexibiliteit” (of “soepelheid”) is bij de hervorming een – hét – kernbegrip.[3] In het belang van die flexibiliteit moeten onder eerder besproken beschermingstechnieken sneuvelen: het minimumkapitaal en de werkelijke zetel.

In deze post houden we de afschaffing van het minimumkapitaal (buiten bij de NV, daar moet het van Europa) kritisch tegen het licht. Continue reading “Oprichtersaansprakelijkheid ter vervanging van minimumkapitaal”