Ontwerp nieuw ondernemingsrecht goedgekeurd door Ministerraad

RIP handelsrecht

De Ministerraad heeft vandaag op voordracht van de minister van justitie Koen Geens het Voorontwerp van wet houdende hervorming van het ondernemingsrecht in tweede lezing goedgekeurd (zie persbericht). Dat betekent dat weldra dit ontwerp bij de Kamer zal worden neergelegd.

Het ontwerp omvat verregaande wijzigingen aan het Wetboek Economisch Recht, het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Koophandel, het Wetboek van vennootschappen en het Gerechtelijk Wetboek.

De belangrijkste krachtlijnen van dit ontwerp zijn:

Continue reading “Ontwerp nieuw ondernemingsrecht goedgekeurd door Ministerraad”

‘Voortschrijdend inzicht en zwarte zwanen in het insolventierecht’

Professor Eric Dirix in het Liber Amicorum Braeckmans

De wortel van veel discussie en onduidelijkheid rond de gerechtelijke reorganisatie op zijn Belgisch is dat de wetgever nooit op een overtuigende en duidelijke wijze de basisfilosofie heeft gearticuleerd. Misschien ook wel omdat die basisfilosofie ook bij de wetgever niet altijd duidelijk in het hoofd zat. Ja, er wordt wel gesproken over  het doel om “de continuïteit waarborgen” of “de going concern waarde te vrijwaren”. Maar dat onderscheidt de gerechtelijke reorganisatie niet echt van het faillissement, dat óók tot doel heeft om de going concern- waarde te vrijwaren. Bij een faillissement wordt de drager van het handelsfonds geliquideerd, maar dat belet niet dat het handelsfonds in going concern kan worden overgedragen.

Het is daarom bijzonder aardig dat Professor Dirix in het Liber amicorum Herman Braeckmans op mooie wijze de doelstellingen van de WCO na de recente hervormingen probeert te articuleren. Daarbij raakt hij aan wellicht het belangrijkste verschilpunt tussen een faillissement en een reorganisatie: bij het faillissement wordt de waarde van equity weggeveegd, terwijl bij een reorganisatie aandeelhouders nog een vinger in de pap en skin in the game behouden:  Continue reading “‘Voortschrijdend inzicht en zwarte zwanen in het insolventierecht’”

Kwantitatieve aansprakelijkheidsbeperking voor bestuurders in Delaware (en België?)

Voorontwerp WVV komt met maximumaansprakelijkheid voor bestuurders van rechtspersonen

In de recente gepubliceerde slides van het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht m.b.t. het Voorontwerp van het Wetboek “Vennootschappen en Verenigingen” wordt de invoering van een kwantitatieve aansprakelijkheidsbeperking ten voordele van bestuurders van rechtspersonen besproken. Het Voorontwerp maakt ter zake geen onderscheid tussen feitelijke bestuurders en formeel benoemde bestuurders.

Het bekendste voorbeeld van de (overigens zeldzame) buitenlandse rechtstelsels die een gelijkaardige aansprakelijkheidsbeperking heeft ingevoerd, is Section 102(b)(7) of the Delaware General Corporation Law : Continue reading “Kwantitatieve aansprakelijkheidsbeperking voor bestuurders in Delaware (en België?)”

Het voorliggend ontwerp ‘Wetboek van vennootschappen en verenigingen’: een tip van de sluier gelicht

Op de website van het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht werden de slides gepubliceerd van de studiedag van 9 november met een overzicht van wat blijft en wijzigt in het voorliggende ontwerp, in de staat waarin het zich bevindt: Continue reading “Het voorliggend ontwerp ‘Wetboek van vennootschappen en verenigingen’: een tip van de sluier gelicht”

Winstoogmerk: oude wijn in oude zakken

Pleidooi voor een afschaffing van het winstoogmerk als positieve gebod voor vennootschappen

Het winstoogmerk als valse breuklijn tussen vennootschappen en verenigingen. Het distinguo tussen vennootschappen met winstoogmerk en verenigingen zonder winstoogmerk zorgt voor een nette opdeling van het organisatierecht, die echter slechts schijn is. De wettelijke specialiteit van, enerzijds, vennootschappen en, anderzijds, verenigingen en stichtingen overlapt immers in sterke mate. Continue reading “Winstoogmerk: oude wijn in oude zakken”

Pleidooi voor de schrapping van de anterioriteitsvoorwaarde van de Pauliana

Bijdrage in RW over de anterioriteitsvoorwaarde van de Pauliana – De fusie en splitsing als testcase

In de recentste aflevering van het Rechtskundig Weekblad (Volume 81, afl. 11) betoog ik dat de anterioriteitsvoorwaarde van de Pauliana geschrapt zou moeten worden. De belangrijkste redenen om tot die schrapping over te gaan, zijn de volgende:

Allereerst is er geen wettelijke noch deugdelijke grondslag aanwezig voor het bestaan van de anterioriteitsvoorwaarde in het Belgische recht. De afwezigheid van de anterioriteitsvoorwaarde bij de Nederlandse Pauliana toont tevens aan dat die vereiste niet inherent verbonden is aan de Pauliana;

Vervolgens heeft de schrapping van de anterioriteitsvoorwaarde een aantal voordelen. Continue reading “Pleidooi voor de schrapping van de anterioriteitsvoorwaarde van de Pauliana”

Het insolventierecht geeft en het vennootschapsrecht neemt?

Eerste bespreking nieuw insolventie- en vennootschapsrecht door Vananroye en Lindemans in DAOR

In een bijdrage in het recentste nummer van DAOR maken Vananroye en Lindemans een eerste bespreking van wetgevende ontwikkelingen in het insolventierecht (goedgekeurd, nog niet in werking) en het vennootschapsrecht (wetgevingsproces tussen advies raad van state en tweede lezing door de ministerraad).

Een rode draad in de bijdrage is de interferentie tussen schuldeisersbescherming in het insolventierecht en in het vennootschapsrecht:  Continue reading “Het insolventierecht geeft en het vennootschapsrecht neemt?”

De pauliana bij fusie en splitsing: onzekerheid troef

Artikel in DAOR over het bestaan van de pauliana bij fusie en splitsing

Kan een schuldeiser die geconfronteerd wordt met een fusie of splitsing met een beweerd frauduleus oogmerk zich de iure beroepen op de pauliana om de fusie of splitsing aan hemzelf niet-tegenstelbaar te laten verklaren?

Die vraag wordt in de huidige rechtsleer vaak stiefmoederlijk behandeld. De ratio van de wetgeving als deus ex machina biedt daarop steevast het antwoord. Nergens uit de bewoordingen van de Belgische wetgeving kan men immers afleiden dat de pauliana niet zou mogen bestaan bij fusie en splitsing. De rechtspraak laat het aanvechten van een splitsing m.b.v. de pauliana bovendien zonder problemen toe (zie in dat verband een eerder verschenen blogpost). Het argument dat de specifieke vernietigingsregeling van vennootschapsbesluiten de algemeen werkende pauliana zou uitsluiten – onder het adagium “lex specialis derogat legi generali” –, wordt m.b.v. de ratio van de wetgeving van tafel geveegd. De ratio van de wetgeving als doorslaggevend argument stemt mij echter niet tevreden. Bovendien wordt er in de huidige rechtsleer niet consequent nagedacht over het Europees recht betreffende de pauliaanse vordering bij fusie en splitsing. Continue reading “De pauliana bij fusie en splitsing: onzekerheid troef”

Een vennootschapsvorm onder de waterlijn: de scheepsonverdeeldheid

De ‘natte maatschap’

Het maritiem recht kent van oudsher regels voor schepen die in onverdeeldheid voor gemeenschappelijke rekening worden uitgebaat (art. 55-57 Zeewet – vooralsnog boek II van het Wetboek van Koophandel), die overigens in vele landen gelijklopend zijn (Nederland: rederij; Duitsland: Reederij; Frankrijk: société quirataire). Continue reading “Een vennootschapsvorm onder de waterlijn: de scheepsonverdeeldheid”

‘Court of the Future’: niet louter procesrecht

Verbetering van kwaliteit en toegankelijkheid centrale registers

Gisteren stelde de minister van justitie, Koen Geens, zijn toekomstplannen voor justitie voor. Het volledige rapport Court of the Future kan u hier vinden.  Deze plannen gaan verder dan enkel het procedurele, dat vooral aandacht kreeg van de pers.

Continue reading “‘Court of the Future’: niet louter procesrecht”

Remuneratie curator. Het bureau voor rechtsbijstand is geen insolventieverzekeraar, maar wie dan wel?

Frederik De Leo (KU Leuven, UHasselt) en Dennis Cardinaels (University of Leeds) in NjW

Maakt de curator bij de vereffening van een insolventieboedel aanspraak op kosteloze rechtspleging krachtens artikel 667 van het Gerechtelijk Wetboek? Die vraag werd door het bureau voor rechtsbijstand van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg van Brussel op 13 januari 2016 onverbiddelijk beantwoord met een eenvoudige ‘nee’ (Rb. Brussel (Nl.) (Bureau voor rechtsbijstand) 13 januari 2016, NjW 2017, 609).

Hoewel die beslissing begrijpelijk is, herbergt ze een fundamenteel vraagstuk: wordt de curator wel adequaat vergoed voor de inspanningen die hij levert en kosten die hij maakt bij de wedersamenstelling van de boedel? Een ontkennend antwoord op die vraag zou kunnen leiden tot een pervers resultaat, namelijk een curator die passiever blijft dan wenselijk is.

Bijgevolg noopt het oordeel van het bureau voor rechtsbijstand tot een analyse van de huidige remuneratieregelgeving van de curator, teneinde na te gaan of de curator via de huidige regeling wel voldoende geprikkeld wordt om de belangen van de schuldeisers in de boedel maximaal te behartigen. Continue reading “Remuneratie curator. Het bureau voor rechtsbijstand is geen insolventieverzekeraar, maar wie dan wel?”

Een ‘second wind’ voor de Comm. V?

De “Comm. BV” als vluchtvorm

De Comm.V is misschien een onbekende, maar geen onbelangrijke vennootschapsvorm. De populariteit van de Comm. V is verrassend groot. En stijgend.

Een zoekopdracht voor de “rubriek oprichting (nieuwe rechtspersoon, opening bijkantoor enz.)” voor het jaar 2016 levert 3836 resultaten op. In 2015: 3487; in 2014: 2972; in 2013: 2595.

Grafiek Comm.V

Ter vergelijking: in 2016 geeft deze zoekopdracht voor de BVBA 12827 resultaten op; voor de CVBA 285; voor de NV 626; voor de VOF 1845.

Grafiek 2

Met deze maatstaf gemeten is de Comm.V de op één na meest populaire vennootschapsvorm. Deze maatstaf moet uiteraard genuanceerd worden. Dit cijfer omvat zowel de oprichtingen als de openingen van een bijkantoor. Ook zegt het aantal oprichtingen niet meteen iets over het economisch belang. Niettemin: de Comm. V is belangrijker dan de aandacht ervoor in onderwijs en onderzoek laat vermoeden.

Hoe zal deze vorm varen na een hervorming van het vennootschapsrecht? Continue reading “Een ‘second wind’ voor de Comm. V?”

Nieuwe Pandwet: publicatie KB tot uitvoering van bepalingen betreffende het gebruik van het Nationaal Pandregister

Toegang tot het Pandregister en verschuldigde retributies

In het Belgisch Staatsblad van vandaag (p. 88043) werd het Koninklijk Besluit tot uitvoering van de artikelen van titel XVII van boek III van het Burgerlijk Wetboek, die het gebruik van het Nationaal Pandregister betreffen, gepubliceerd.

De voornaamste doelstelling van het Pandregister is het tegenwerpbaar maken aan derden van inpandgevingen of een eigendomsvoorbehoud op roerende goederen. Dit KB regelt de modaliteiten inzake de toegang tot dat Pandregister en de retributies verschuldigd voor de (vernieuwing van een) registratie van een pandrecht of een eigendomsvoorbehoud. Continue reading “Nieuwe Pandwet: publicatie KB tot uitvoering van bepalingen betreffende het gebruik van het Nationaal Pandregister”

Wordt bestuursaansprakelijkheid te veel beperkt door andere regels?

Bestuursaansprakelijkheid als derdenbescherming

Bestuursaansprakelijkheid vormt een belangrijke grens op de perverse prikkels die aandeelhouders zonder aansprakelijkheid hebben. Een eerdere post beschreef hoe andeelhoudersaansprakelijkheid en bestuursaansprakelijkheid in belangrijke mate communicerende vaten zijn.

De logische consequentie daarvan is dat een vermindering aan het aandeelhoudersrisico (bv. door het afschaffen van het minimumkapitaal) zou leidt tot een verhoging van het risico van bestuursaansprakelijkheid (J.-M. Nelissen Grade en M. Wauters, “Reforming Legal capital: harmonisation or fragmentation of creditor protection?” in K. Geens en K.J. Hopt (eds.), The European Company Law Action Plan Revisited, Leuven, Leuven University Press, 2010, (25) 47-49).

We zien echter dat bestuursaansprakelijk valt onder de toepassing van aansprakelijkheidsbeperkende regels, vaak buiten het vennootschaps­recht. Deze beperkingen zijn vaak typisch Belgisch zijn en worden bv. niet of niet in dezelfde mate teruggevonden in Nederland. De opportuniteit van hun toepassing op het bestuursaansprakelijkheid is verre van evident.

De vennootschapsinsiders genieten hier immers van een “double indemnity”: ze zijn door de rechtspersoonsrtechniek niet gehouden als aandeelhouder en ontspringen via deze flankerende maatregel ook nog eens wegens deze flankerende regels de foutaansprakelijkheid voor bestuurders.  Om de belangrijkste van deze flankerende regels te noemen: Continue reading “Wordt bestuursaansprakelijkheid te veel beperkt door andere regels?”

Ook interne aansprakelijkheid dient de belangen van externen

Bestuursaansprakelijkheid als derdenbescherming

Een vorige post zoomde in op het belang van externe bestuursaansprakelijkheid (uit onrechtmatige daad) voor de bescherming van derden. Dat is bijna een open deur. Wat minder wordt erkend is dat ook interne bestuursaansprakelijkheid in belangrijke – en we durven te stellen: doorslaggevende – mate derdenbeschermend is.

Interne bestuursaansprakelijkheid is de contractuele aansprakelijkheid die bestuurders oplopen ten aanzien van de vennootschap zelf. De aansprakelijkheid wordt door de actio mandati of vennootschapsvordering afgedwongen. Wie aan de actio mandati denkt, denkt spontaan aan het belang van aandeelhouders; niet aan schuldeisers of andere derden. Contractuele aansprakelijkheid beschermt typisch partijen, niet derden. Toch beschermt deze vordering ook schuldeisers. Continue reading “Ook interne aansprakelijkheid dient de belangen van externen”