Carve out voor chirografaire schuldeisers

In een recente empirische studie (“Faillissement: wat blijft er nog voor de schuldeisers?”) beschrijft prof. dr. Joke Baeck het trieste lot van de chirografaire schuldeiser. Zijn/haar faillissementsdividend is meestal aan de (erg) magere kant. Nadat de boedelschuldeisers en de zekergestelde schuldeisers gepasseerd zijn, is het spreekwoordelijke vet van de soep. Om de positie van chirografaire schuldeisers te verbeteren, kan gedacht worden aan een carve out-regeling, waarbij een deel van de opbrengt van goederen waarop een zekerheid rust, voorbehouden wordt voor chirografaire schuldeisers (die veelal de minst sterke schuldeisers zijn, en zelf niet in (contractuele) bescherming kunnen voorzien). Zoals professor Baeck in haar bijdrage opmerkt, kan de mosterd voor zo’n regeling over het Kanaal gehaald worden. Continue reading “Carve out voor chirografaire schuldeisers”

Voordelen van alle aard (ook) na faillissement

Kan de bestuurder van een vennootschap na het faillissement van de vennootschap nog voordelen van alle aard genieten, en daarop belast worden? Het Hof van Cassatie heeft deze vraag positief beantwoord in een arrest van 23 januari 2020 (F.18.0134.N/3). Continue reading “Voordelen van alle aard (ook) na faillissement”

Redeneringen ‘a contrario’ in het WVV

Editoriaal in TRV/RPS, 2020, p. 3 e.v.

Wikipedia, zoals bekend een autoriteit op vlak van juridisch redeneren, stelt over de redenering a contrario:

“Vooral onder juristen zijn a contrario redeneringen populair. Als er een wettelijke regel is “indien A, dan B” (implicatie), dan kan daar de conclusie uit worden getrokken: “indien niet A, dan niet B”. Maar een dergelijke gevolgtrekking in deze vorm is onjuist, hoewel de conclusie (dat niet B) wel juist kan zijn. Slechts als eerstgenoemde regel luidde:(1) “alléén indien A, dan B” (replicatie) , of (2) “Als en slechts als A, dan B” (equivalentie) is deze omkering toelaatbaar volgens de wetten van de logica. Bij een beroep op een argumentatie a contrario moet dus altijd een lampje gaan branden.”

Ook in het ondernemingsrecht zijn a contrario redeneringen verdacht (zie ook Koen Geens over  “vermoeiende a contrarioconclusies” in zijn boekbespreking van Asser-Maeijer 5-V, TPR 1998, 1149).

De a contrario redenering leidt conclusies af uit het stilzwijgen van de wetgever: “als een rechtgevolg wordt vastgeknoopt aan A, en er niets gezegd wordt over B, dan zal de wetgever wel gewenst hebben hebben dat het rechtsgevolg niet geldt voor B.”

Dat miskent dat de wetgever meestal slechts een beperkte focus heeft bij het opstellen van een tekst. Als in de Wet betreffende Olifanten staat dat olifanten vier poten moeten hebben, dan kan daar niets over giraffen worden uit afgeleid. Dat was gewoon niet de focus van de wetgever op dat ogenblik.

De zaak wordt anders indien er een Wetboek betreffende Alle Dieren wordt geschreven. Indien het hoofdstuk voor de olifant bepaalt dat de olifant twee grote oren en korte dikke nek moet hebben, komt men wel in de verleiding gevolgen te trekken uit de afwezigheid van gelijkaardige regels in het hoofdstuk over de giraffen. De focus van een codificatie is net systematisch na te denken over wat gelijk moet zijn en verschillen tussen de verschillende behandelde figuren.

In een editoriaal in het laatste nummer van het TRV/RPS (“Wat zegt de wetgever als hij zwijgt?”) geef ik enkele voorbeelden van hoe ook in het WVV a contrario redeneringen niet altijd opgaan: Continue reading “Redeneringen ‘a contrario’ in het WVV”

Wat kan in een VZW: verlies naast de wettelijke specialiteit de actio pauliana niet uit het oog

Gillis Lindemans in VZW Actueel

Voor VZW Actueelschreef Gillis Lindemans een speciale bijdrage over
de schuldeisersbescherming in de VZW. Hij begint met de analyse hoe de “verenigingsrechtelijke” norm van de wettelijke specialiteit soms te kort schiet:

“Grens van het toelaatbare niet altijd even duidelijk

Een VZW kent uiteraard geen regels over dividenduitkering. Toch kunnen insiders zichzelf of anderen verrijken ten koste van het verenigingsvermogen, zij het dan op
een minder pasklare wijze. Zoals aangegeven, bestaat de grens van het toelaatbare daarbij in de wettelijke specialiteit van de VZW, zoals neergelegd in art. 1:2 WVV. Continue reading “Wat kan in een VZW: verlies naast de wettelijke specialiteit de actio pauliana niet uit het oog”

Latente schulden: zorgenkind voor wie zijn vennootschap ontbindt

Ontbinding en vereffening in één akte – bouwonderneming – tienjarige aansprakelijkheid

De doelstelling van de vereffeningsprocedure in het vennootschapsrecht is ervoor te zorgen dat volgend op de ontbinding alle activa worden gerealiseerd en bestemd voor de betaling van de schulden alvorens het liquidatiesaldo wordt verdeeld onder de vennoten.[1] Ter realisatie van deze doelstelling omkleedt de wetgever de vereffeningsprocedure met diverse waarborgen (waaronder rechterlijke controle, benoeming van een vereffenaar, …).

Wanneer de vereffeningsprocedure gebrekkig is ontstaat het risico dat aandeelhouders de ontbinding aanwenden om zich te verrijken ten koste van de schuldeisers: hun liquidatiesaldo neemt immers proportioneel toe met elke schuld die onbetaald achterblijft na sluiting van de vereffening.[2] Een gebrekkige vereffeningsprocedure kan zich m.a.w. vertalen in een opportunistische ontbindingsincentive in hoofde van de aandeelhouders.

Kwetsbare schuldeisers

In het bijzonder schulden uit onrechtmatige daad die slechts latent aanwezig zijn op het moment van ontbinding, vermits eventuele schade zich slechts op termijn zal manifesteren zijn hier kwetsbaar voor en dreigen met lege handen achter te blijven.[3] Continue reading “Latente schulden: zorgenkind voor wie zijn vennootschap ontbindt”

“Lopende overeenkomsten bij faillissement: niet-uitvoeren is niet hetzelfde als beëindigen”

’t Amendement in TRV-RPS 2020/1

Art. XX.139, § 1 WER verschaft de curator drie mogelijkheden met betrekking tot lopende overeenkomsten, waarbij lopende overeenkomsten worden gedefinieerd als overeenkomsten die zijn gesloten vóór de datum van het vonnis van faillietverklaring en waaraan door dat vonnis geen einde werd gemaakt. De curator kan beslissen om de overeenkomst (i) verder uit te voeren, (ii) niet verder uit te voeren of (iii) eenzijdig te beëindigen

De eerste optie spreekt voor zich, namelijk de verder uitvoering (nakoming/voortzetting) door de curator van de overeenkomst. De medecontractant heeft ten laste van de boedel recht op de uitvoering van de verbintenis in zoverre zij betrekking heeft op prestaties geleverd na het faillissement. Als boedelschuldeiser kan de medecontractant dus een contante betaling van zijn schuldvordering vorderen voor prestaties geleverd na faillissement. Continue reading ““Lopende overeenkomsten bij faillissement: niet-uitvoeren is niet hetzelfde als beëindigen””

Anciënniteit in het kader van vennootschapsgroepen

Arbeidshof Brussel, 5 november 2019

In het kader van (internationale) vennootschapsgroepen komt het frequent voor dat een werknemer eerst een tijdje werkt voor groepsvennootschap A, om vervolgens geruisloos door te schuiven naar groepsvennootschap B. Wanneer de arbeidsovereenkomst met groepsvennootschap B eindigt, rijst de vraag naar de anciënniteit van de werknemer. Wordt deze anciënniteit bepaald op het niveau van de groep (voordelig voor de werknemer/nadelig voor de werkgever) of op het niveau van de (laatste) groepsvennootschap (nadelig voor de werknemer/nadelig voor de werkgever). In een arrest van 5 november 2019 brengt het Arbeidshof te Brussel enkele principes ter zake in herinnering. Continue reading “Anciënniteit in het kader van vennootschapsgroepen”

Wat zijn (buiten)gewone schuldvorderingen in de opschorting? Een buitengewoon actueel vraagstuk

Bijdrage in TBH 2019/10

In het recentste nummer van het Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht (TBH 2019/10) ga ik in op de definitie van (buiten)gewone schuldvorderingen in de opschorting, dewelke relevant is in het kader van gerechtelijke reorganisatieprocedures door collectief akkoord. Hoewel de nieuwe definitie van buitengewone schuldvorderingen in de opschorting, zoals vervat in artikel I.22,14° van het Wetboek van Economisch Recht (WER), aanzienlijk langer is dan de oude definitie in artikel 2(d) van de Wet op de Continuïteit van de Onderneming (WCO), heeft zij niet alle onzekerheid kunnen wegnemen. In tegendeel, recente rechtspraak en doctrine wijst erop dat de nieuwe definitie onduidelijk is (een drietal vonnissen daarover zijn tezamen met mijn bijdrage gepubliceerd in het TBH 2019/10). Continue reading “Wat zijn (buiten)gewone schuldvorderingen in de opschorting? Een buitengewoon actueel vraagstuk”

Cassatie over de waardering van aandelen bij de vordering tot uitsluiting

De waardering van aandelen in de context van de geschillenregeling is een evergreen van het vennootschapsrecht. In een voor de rechtspraktijk belangrijk arrest van 16 januari 2020 (C.19.0096.N/3) zet het Hof van Cassatie enkele duidelijke principes uiteen, in de context van een vordering tot uitsluiting. Het arrest is geveld met toepassing van het Wetboek van Vennootschappen, maar de principes behouden hun gelding onder het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Continue reading “Cassatie over de waardering van aandelen bij de vordering tot uitsluiting”

Pauliana heeft meer slagkracht dan de BV-uitkeringstest

In een eerste post over dit thema signaleerden we dat de recent ingevoerde BV-uitkeringstest sterke gelijkenis vertoont met de (veel oudere) actio pauliana. In een tweede post lichtten we die analogie nader toe.  In het laatste deel van dit drieluik gaan we nog een stapje verder. De pauliana blijkt immers de BV-uitkeringstest op belangrijke punten te overtroeven.

Pauliana biedt soms sterkere bescherming dan BV-uitkeringstest

Ondanks haar inhoudelijke verwantschap met de BV-uitkeringstest, is de pauliana geen overbodige remedie tegen uitkeringen. Zo spreekt het voor zich dat de pauliana ook kan worden toegepast op uitkeringen in andere vennootschappen dan de BV. Nog los daarvan echter, biedt de pauliana een aantal belangrijke inhoudelijke troeven: Continue reading “Pauliana heeft meer slagkracht dan de BV-uitkeringstest”

Voorrechten en de Pandwet: een gemiste kans?

Een post door gastblogger Maxime Liebaert (student UA)

De Pandwet, in werking getreden op 1 januari 2018, heeft op fundamentele wijze de regels m.b.t. zakelijke zekerheden hervormd. Het stelsel van de voorrechten is dan weer onaangeroerd gebleven, ondanks het originele wetsvoorstel dat aan de basis van de nieuwe Pandwet ligt.[1] Dit wetsvoorstel was gebaseerd op een expertenverslag uit 2011 (“Expertenverslag”), waarin heel wat voorrechten sterk op de korrel genomen werden. In strijd met dit wetsvoorstel, Europese evoluties en langdurige kritiek, is het complexe kluwen aan voorrechten grotendeels in stand gehouden. Heeft de wetgever hiermee een kans gemist? Continue reading “Voorrechten en de Pandwet: een gemiste kans?”

Actio pauliana en BV-uitkeringstest: DNA-analyse van een vergeten afstamming

De pauliana is een liquiditeits- en solvabiliteitstest bij uitkeringen

Zoals gesignaleerd in de vorige post over dit thema, is de ‘nieuwe’ uitkeringstest in de BV eigenlijk een toepassing van een veel oudere remedie: de actio pauliana. In deze post leggen we uit waarom.

Continue reading “Actio pauliana en BV-uitkeringstest: DNA-analyse van een vergeten afstamming”

Leuvense vennootschapsdagen – Lessen na één jaar WVV (vrijdag 29 mei 2020)

Nieuwe Valk, KU Leuven, 29 mei 2020, vanaf 12u

Op 1 januari 2020 trad het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in werking voor de meeste vennootschappen. De nieuwe regels geven aanleiding tot een resem nieuwe vraagstukken en de grote flexibiliteit opent ongekende mogelijkheden.

Op basis van een uitgebreid onderzoek van de eerste ervaringen met de nieuwigheden in het WVV lichten de sprekers de praktijk en een aantal heikele vraagstukken toe, zodat u het maximum kan halen uit de talrijke mogelijkheden die het WVV biedt. Dankzij een programma met parallelle sessies zullen zowel deelnemers uit de non-profitsector hun gading vinden als zij die eerder geïnteresseerd zijn in personen- of kapitaalvennootschappen.

Negen sprekers of sprekerduo’s van het Jan Ronse Instituut analyseren in drie parallelle sessies elk één van de onderstaande onderwerpen. Een externe respondent vult aan met de eigen ervaring als advocaat, notaris, fiscalist en/of academicus. Vervolgens gaan spreker(s) en respondent een actieve dialoog aan met het publiek. De zitting wordt ingeleid door aftredend federaal minister van Justitie Koen Geens en afgesloten door Danny Van Assche (gedelegeerd bestuurder UNIZO).

Een exemplaar van het verslagboek is in het inschrijvingsgeld van 195 euro inbegrepen. Inschrijven kan via deze link.

Programma Continue reading “Leuvense vennootschapsdagen – Lessen na één jaar WVV (vrijdag 29 mei 2020)”

VRG-alumnidag (KU Leuven): een ‘corporate finance’-graai in het aanbod

Vrijdag 6 maart 2020

Op vrijdag 6 maart 2020 organiseert VRG Alumni op de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven de 27ste alumnidag. Het volledige programma en een inschrijvingsformulier vindt u hier. Lezers van deze blog zullen in het ruime aanbod misschien in het bijzonder geïnteresseerd zijn in:

    • Recente ontwikkelingen van juridische databanken, kennisdeling en legal tech, door dhr. Christoph MALLIET, bibliothecaris Faculteit Rechtsgeleerdheid
    • Actuele evoluties mededingingsrecht: invoering van een verbod misbruik van economische afhankelijkheid in het Belgische recht, door prof. Wouter DEVROE
    • Sustainable Finance, door prof. Veerle COLAERT
    • Recente juridische ontwikkelingen in de kunsthandel, door prof. Bert DEMARSIN
    • Vertegenwoordiging in het algemeen en in het WVV, door prof. Joeri VANANROYE

Op de academische zitting ter afsluiting in de Promotiezaal wordt de VRG-Alumniprijs uitgereikt prof. Koen Geens, minister van Justitie.

Inschrijven kan hier.

studiemiddag op 19 maart 2020 aan de KU Leuven over schuldeisersbescherming bij vennootschappen en andere rechtspersonen. 

 

Nieuwe uitkeringstest in BV bestaat al meer dan duizend jaar

Actio pauliana als uitkeringstest

De recent ingevoerde BV-uitkeringstest is minder nieuw dan hij op het eerste gezicht mag lijken. Met deze innovatie herontdekt ons vennootschapsrecht een zeer gelijkaardige, oudere uitkeringstest. En dan bedoelen we veel, veel ouder.

Continue reading “Nieuwe uitkeringstest in BV bestaat al meer dan duizend jaar”