De pauliana bij fusie en splitsing: onzekerheid troef

Artikel in DAOR over het bestaan van de pauliana bij fusie en splitsing

Kan een schuldeiser die geconfronteerd wordt met een fusie of splitsing met een beweerd frauduleus oogmerk zich de iure beroepen op de pauliana om de fusie of splitsing aan hemzelf niet-tegenstelbaar te laten verklaren?

Die vraag wordt in de huidige rechtsleer vaak stiefmoederlijk behandeld. De ratio van de wetgeving als deus ex machina biedt daarop steevast het antwoord. Nergens uit de bewoordingen van de Belgische wetgeving kan men immers afleiden dat de pauliana niet zou mogen bestaan bij fusie en splitsing. De rechtspraak laat het aanvechten van een splitsing m.b.v. de pauliana bovendien zonder problemen toe (zie in dat verband een eerder verschenen blogpost). Het argument dat de specifieke vernietigingsregeling van vennootschapsbesluiten de algemeen werkende pauliana zou uitsluiten – onder het adagium “lex specialis derogat legi generali” –, wordt m.b.v. de ratio van de wetgeving van tafel geveegd. De ratio van de wetgeving als doorslaggevend argument stemt mij echter niet tevreden. Bovendien wordt er in de huidige rechtsleer niet consequent nagedacht over het Europees recht betreffende de pauliaanse vordering bij fusie en splitsing. Continue reading “De pauliana bij fusie en splitsing: onzekerheid troef”

Een vennootschapsvorm onder de waterlijn: de scheepsonverdeeldheid

De ‘natte maatschap’

Het maritiem recht kent van oudsher regels voor schepen die in onverdeeldheid voor gemeenschappelijke rekening worden uitgebaat (art. 55-57 Zeewet – vooralsnog boek II van het Wetboek van Koophandel), die overigens in vele landen gelijklopend zijn (Nederland: rederij; Duitsland: Reederij; Frankrijk: société quirataire). Continue reading “Een vennootschapsvorm onder de waterlijn: de scheepsonverdeeldheid”

‘Court of the Future’: niet louter procesrecht

Verbetering van kwaliteit en toegankelijkheid centrale registers

Gisteren stelde de minister van justitie, Koen Geens, zijn toekomstplannen voor justitie voor. Het volledige rapport Court of the Future kan u hier vinden.  Deze plannen gaan verder dan enkel het procedurele, dat vooral aandacht kreeg van de pers.

Continue reading “‘Court of the Future’: niet louter procesrecht”

De vennootschap met sociaal oogmerk: zwart schaap of witte raaf?

Een post door gastblogger Michiel D’herde

De vennootschap met sociaal oogmerk (VSO) is een variant waarvan het nut en het voortbestaan wel eens in twijfel durft te worden gesteld. Continue reading “De vennootschap met sociaal oogmerk: zwart schaap of witte raaf?”

Remuneratie curator. Het bureau voor rechtsbijstand is geen insolventieverzekeraar, maar wie dan wel?

Frederik De Leo (KU Leuven, UHasselt) en Dennis Cardinaels (University of Leeds) in NjW

Maakt de curator bij de vereffening van een insolventieboedel aanspraak op kosteloze rechtspleging krachtens artikel 667 van het Gerechtelijk Wetboek? Die vraag werd door het bureau voor rechtsbijstand van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg van Brussel op 13 januari 2016 onverbiddelijk beantwoord met een eenvoudige ‘nee’ (Rb. Brussel (Nl.) (Bureau voor rechtsbijstand) 13 januari 2016, NjW 2017, 609).

Hoewel die beslissing begrijpelijk is, herbergt ze een fundamenteel vraagstuk: wordt de curator wel adequaat vergoed voor de inspanningen die hij levert en kosten die hij maakt bij de wedersamenstelling van de boedel? Een ontkennend antwoord op die vraag zou kunnen leiden tot een pervers resultaat, namelijk een curator die passiever blijft dan wenselijk is.

Bijgevolg noopt het oordeel van het bureau voor rechtsbijstand tot een analyse van de huidige remuneratieregelgeving van de curator, teneinde na te gaan of de curator via de huidige regeling wel voldoende geprikkeld wordt om de belangen van de schuldeisers in de boedel maximaal te behartigen. Continue reading “Remuneratie curator. Het bureau voor rechtsbijstand is geen insolventieverzekeraar, maar wie dan wel?”

Een ‘second wind’ voor de Comm. V?

De “Comm. BV” als vluchtvorm

De Comm.V is misschien een onbekende, maar geen onbelangrijke vennootschapsvorm. De populariteit van de Comm. V is verrassend groot. En stijgend.

Een zoekopdracht voor de “rubriek oprichting (nieuwe rechtspersoon, opening bijkantoor enz.)” voor het jaar 2016 levert 3836 resultaten op. In 2015: 3487; in 2014: 2972; in 2013: 2595.

Grafiek Comm.V

Ter vergelijking: in 2016 geeft deze zoekopdracht voor de BVBA 12827 resultaten op; voor de CVBA 285; voor de NV 626; voor de VOF 1845.

Grafiek 2

Met deze maatstaf gemeten is de Comm.V de op één na meest populaire vennootschapsvorm. Deze maatstaf moet uiteraard genuanceerd worden. Dit cijfer omvat zowel de oprichtingen als de openingen van een bijkantoor. Ook zegt het aantal oprichtingen niet meteen iets over het economisch belang. Niettemin: de Comm. V is belangrijker dan de aandacht ervoor in onderwijs en onderzoek laat vermoeden.

Hoe zal deze vorm varen na een hervorming van het vennootschapsrecht? Continue reading “Een ‘second wind’ voor de Comm. V?”

Het faillissement: een paradijs voor banken?

Afscheidscollege oud-rector Bas Kortmann (Radboud Universiteit)

In geval van faillissement krijgen de gewone schuldeisers  (bijvoorbeeld leveranciers en afnemers) doorgaans geen enkele uitkering. Gemiddeld wordt van vorderingen van deze crediteuren minder dan 5% voldaan. Banken daarentegen zien kans het overgrote deel van hun vorderingen te innen. In zijn afscheidsrede aan de Radboud Universiteit (Nijmegen) getiteld ‘Het faillissement, een paradijs voor banken’ besprak hoogleraar en voormalige rector Bas Kortmann of de wetgeving  en/of de rechtspraak de banken te vriendelijk gezind is.  Continue reading “Het faillissement: een paradijs voor banken?”

Horizontaal Toezicht: een vriendschapsverzoek van de fiscus?

Een post door gastblogger Kristof Wauters (UHasselt)

Vrijdag 22 september 2017 kondigde minister Van Overtveldt aan dat met ingang van 2018 de fiscus zal ‘samenwerken’ met ondernemingen in het kader van de fiscale controle. Het traditionele conflictmodel tussen fiscus en belastingplichtige zal daarbij worden verlaten en maakt plaats voor een consensusmodel, gebaseerd op begrip, transparantie en wederzijds vertrouwen, en dit naar Nederlands voorbeeld (het zogenaamde Horizontaal Toezicht). Aangezien belastingen in beginsel eenzijdig worden opgelegd door de overheid, hoeft niet te verbazen dat deze maatregel heel wat wenkbrauwen doet fronsen. Samenwerken met de fiscus, cui bono? Continue reading “Horizontaal Toezicht: een vriendschapsverzoek van de fiscus?”

Eén jaar Corporate Finance Lab

CaptureDe intellectuele conceptie van deze blog gebeurde precies één jaar geleden. Na een korte dracht van enkele uren was er een lay-out. Dezelfde dag werd de eerste blogpost geboren, over personenvennootschappen naar Nederlands recht. Meteen een indicatie van de inclusieve opvatting van de auteurs van deze blog over ‘corporate finance’ (*).

Een jaar later zijn er 232 blogposts, door 24 auteurs, meer dan 20.000 bezoekers, en bijna 70.000 views.  Een hele reeks cassatie-arresten werden hier voor het eerst (en voor vele ook nog altijd het laatst) besproken. Ook heeft de blog een unieke positie verworven als forum voor de bespreking en de discussie van nieuwe wetgeving. Een post uit de eerste week over het faillissement van maatschappen werd geciteerd in de memorie van toelichting van Boek XX WER; minstens één andere post over VOF’s inspireerde rechtstreeks een amendement.

Tot de de meest bezochte posts van het afgelopen jaar behoren:  Continue reading “Eén jaar Corporate Finance Lab”

WCO I (Nederland) behoeft volgens de Minister van Justitie, in navolging van Estro/Smallsteps, geen aanpassing

Wettelijke regeling pre-pack in Nederland

Bij brief van 28 september 2017 heeft de Nederlandse Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok, m.b.t. het voorziene wettelijke kader van de pre-pack (WCO I) het volgende laten weten:

“Samengevat meen ik dat de WCO I niet hoeft te worden aangepast. Wel zal conform de uitspraak van het Hof rekening moeten worden gehouden met de toepasselijkheid van de regels van overgang van onderneming, indien de WCO I wordt toegepast met het oog op een doorstart. Ik verzoek uw Kamer om de behandeling van de WCO I te hervatten.”

Continue reading “WCO I (Nederland) behoeft volgens de Minister van Justitie, in navolging van Estro/Smallsteps, geen aanpassing”

Nieuwe Pandwet: publicatie KB tot uitvoering van bepalingen betreffende het gebruik van het Nationaal Pandregister

Toegang tot het Pandregister en verschuldigde retributies

In het Belgisch Staatsblad van vandaag (p. 88043) werd het Koninklijk Besluit tot uitvoering van de artikelen van titel XVII van boek III van het Burgerlijk Wetboek, die het gebruik van het Nationaal Pandregister betreffen, gepubliceerd.

De voornaamste doelstelling van het Pandregister is het tegenwerpbaar maken aan derden van inpandgevingen of een eigendomsvoorbehoud op roerende goederen. Dit KB regelt de modaliteiten inzake de toegang tot dat Pandregister en de retributies verschuldigd voor de (vernieuwing van een) registratie van een pandrecht of een eigendomsvoorbehoud. Continue reading “Nieuwe Pandwet: publicatie KB tot uitvoering van bepalingen betreffende het gebruik van het Nationaal Pandregister”

Tom Vos (KU Leuven) op Oxford Business Law Blog over de AkzoNobel zaak

Uitspraak van 10 augustus 2017 door de Nederlandse voorzieningenrechter

Op Oxford Business Law Blog verscheen een bespreking door Tom Vos van de uitspraak van 10 augustus 2017 door de Nederlandse voorzieningenrechter in de AkzoNobel zaak. In deze zaak probeerde de activistische aandeelhouder Elliott het ontslag af te dwingen van de voorzitter van de raad van commissarissen van AkzoNobel, Antony Burgmans, door om de bijeenroeping van de algemene vergadering te vragen. De weigering van de raad van commissarissen van Akzo om dit te doen, werd door Elliott in de Nederlandse rechtbanken aangevochten.

De activistische aandeelhouder Elliott kreeg van de Nederlandse rechter echter opnieuw ongelijk, nadat het reeds bot had gevangen in een eerdere uitspraak in een enquêteprocedure (zie hier voor een analyse van de eerste uitspraak).

Volgens Vos is deze uitspraak niet helemaal verrassend en kan deze gekaderd worden in het Nederlandse “stakeholder model”, waarin de rechten van aandeelhouders sterk beperkt worden. De auteur wijst echter op de mogelijke inconsistentie van de Nederlandse recht met de regels i.v.m. het bijeenroepen van de algemene vergadering onder de Europese Aandeelhoudersrichtlijn.

U kon de analyse (in het Engels) van deze uitspraak door Vos reeds lezen in een eerdere post op deze blog.

De IPR-kwalificatie van pauliana-achtige aansprakelijkheid: welk label voor Peeters/Gatzen (“collectieve schade”)?

De Nederlandse Hoge Raad stelde op 8 september het Europese Hof van Justitie enkele interessante prejudiciële vragen over de Peeters/Gatzen-vordering (ECLI:NL:HR:2017:2269). Voor hen die er het raden naar hebben wie die Peeters of Gatzen dan wel zijn, eerst een korte toelichting. De andere lezers kunnen gelijk naar de navolgende alinea’s scrollen.

1.

In eerdere posts wezen we al op de actio pauliana als techniek van schuldeisersbescherming. Ze laat schuldeisers, en na faillissement de boedel, toe om handelingen niet-tegenwerpelijk te laten verklaren, mits voldaan is aan bepaalde voorwaarden. We noemen hier omwille van de bondigheid enkel de voornaamste twee: Continue reading “De IPR-kwalificatie van pauliana-achtige aansprakelijkheid: welk label voor Peeters/Gatzen (“collectieve schade”)?”

Het hoog “nu-of-nooit”-gehalte van de vereffening en het vergeten agency-conflict

In een eerdere blogpost werd de minderheidsvordering reeds omschreven als een heilig doel zonder middelen. In een recente bijdrage in TRV-RPS stelden we vast dat deze minderheidsvordering ontbreekt na de ontbinding van een vennootschap en stelden we een elegant alternatief voor, ter bescherming van de minderheidsvennoten tijdens de vereffening.   Continue reading “Het hoog “nu-of-nooit”-gehalte van de vereffening en het vergeten agency-conflict”

Le droit de l’insolvabilité nouveau est arrivé

De wet van 11 augustus 2017 houdende invoeging van het Boek XX “Insolventie van ondernemingen”, in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan Boek XX en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek XX in het Boek I van het Wetboek van economisch recht, werd vandaag gepubliceerd in het BS. Het wetgevende proces, waarvan op deze blog regelmatig verslag werd uitgebracht, is hiermee afgerond. De wet treedt in werking op 1 mei 2018, en zal van toepassing zijn op insolventieprocedures geopend vanaf die dag.

Continue reading “Le droit de l’insolvabilité nouveau est arrivé”