Rumoer rond het stil faillissement

Opiniestuk Frederik De Leo in Trends

Frederik De Leo (doctoraatsbursaal, Instituut voor Handels- en Insolventierecht, KU Leuven en vaste auteur bij Corporate Finance Lab), schreef vandaag in Trends een opiniestuk over De stille dood van het stil faillissement. Continue reading “Rumoer rond het stil faillissement”

Beslag op aandelen in het Belgisch recht

In een eerdere post werd uitgelegd dat een adequate beslagprocedure op aandelen in een vennootschap een belangrijke rol speelt bij de bescherming van de persoonlijke schuldeisers van aandeelhouders. Twee zakenrechtelijke kenmerken van het organisatierecht, capital lock-in en entity shielding verminderen de globale liquiditeit van het persoonlijke vermogen van een aandeelhouder. De daling van liquiditeit kan negatieve gevolgen hebben op de positie van de persoonlijke schuldeisers van aandeelhouders. Rechtseconomisch gezien beperkt een effectieve beslagprocedure de kans dat (malafide) aandeelhouders de positie van hun persoonlijke schuldeisers benadelen.

Dit blogbericht werpt een eerste blik op de organisatie van de beslagprocedure in het Belgisch recht. Het aanzicht toont een weinig fraai beeld: Continue reading “Beslag op aandelen in het Belgisch recht”

Ode on a Distant Prospect of Bankruptcy Governance

Frederik De Leo over de voorstellen voor een nieuwe insolventiewetgeving in de Juristenkrant

In een recente bijdrage in de Juristenkrant heb ik betoogd dat de wetgever in de huidige voorstellen voor een nieuwe insolventiewetgeving te weinig aandacht heeft voor corporate governance bij ondernemingen in financiële moeilijkheden (i.e. bankruptcy governance). In die bijdrage is mijn aandacht voornamelijk uitgegaan naar het stil faillissement, waarover reeds eerder werd bericht op deze blog (zie hier,  hier en hier).

Vanuit een governanceperspectief betreft het stil faillissement echter een insolventierechtelijk zorgenkind: de nodige bonding- en monitoringmechanismen ontbreken. Daardoor bestaat het risico dat het stil faillissement een doofpot wordt voor opportunistisch gedrag van de agent en verbonden partijen.

Het volledig artikel kan u raadplegen in het recente nummer 351 van de Juristenkrant.

Frederik De Leo
Doctoraatsbursaal
Instituut voor Handels- en Insolventierecht, KU Leuven

 

Tussenbalans van een continue evenwichtsoefening: nieuw proefschrift over aandeelhoudersrechten in Nederland

Gisteren promoveerde Frans Overkleeft aan de Erasmus Universiteit Rotterdam met een proefschrift over de positie van aandeelhouders in beurgesnoteerde vennootschappen.

Corporate governance in Nederland was zelden zo actueel. Deze blog berichtte nog maar net over het aandeelhoudersactivisme gericht tegen Akzo Nobel, nadat het een buitenlands bod afwees. Ook Unilever en PostNL schermden recent met buitenlandse kapers. Hierop ontstond een interessant politiek debat over hoe Nederlandse beursvennootschappen beter beschermd kunnen worden tegen ongewenste overnames.

Op een beter tijdstip kon het proefschrift van Frans Overkleeft niet verschijnen. In een even uitgebreide als grondige studie analyseert hij de positie van aandeelhouders in beursgenoteerde vennootschappen in Nederland. Zijn onderzoek naar de wisselwerking tussen wetten, rechtspraak en feiten in deze context, plaatst de recente evoluties in een interessant perspectief.

Continue reading “Tussenbalans van een continue evenwichtsoefening: nieuw proefschrift over aandeelhoudersrechten in Nederland”

Hervorming van het Belgische insolventierecht: update (II)

Op de website van de Kamer kan het verslag namens de commissie voor handels-en economisch recht geconsulteerd worden evenals de artikelen aangenomen in eerste lezing. De commissie zal later deze maand tot een tweede lezing overgaan.  T.o.v. het wetsontwerp bevatten de aangenomen artikelen geen fundamentele wijzigingen. Het betreft eerder technische verduidelijkingen.

Continue reading “Hervorming van het Belgische insolventierecht: update (II)”

Grondwettelijk Hof spreekt zich uit over Arco (en bevestigt Hof van Justitie): garantie strijdig met art. 10 en 11 Gw.

In eerdere berichten werd reeds uitvoerig ingegaan over de strijdigheid van de Belgische Arco-garantie met het Unierecht.

Eergisteren was het aan het Grondwettelijk Hof om na een lange weg (zie eerder RvS 25 maart 2013, nr. 22.969 en GwH 5 februari 2015, nr. 15/2015) een einduitspraak te vellen over de prejudiciële vraag gesteld door de Raad van State: Continue reading “Grondwettelijk Hof spreekt zich uit over Arco (en bevestigt Hof van Justitie): garantie strijdig met art. 10 en 11 Gw.”

Het einde van de slapende vennootschappen

Publicatie van Wet van 17 mei 2017 tot wijziging van diverse wetten met het oog op de aanvulling van de gerechtelijke ontbindingsprocedure van vennootschappen

De wetswijziging van 17 mei 2017, die maandag werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad,[1] luidt het einde in van de zgn. ‘slapende vennootschappen’. De wetgever wijzigt hiermee de gerechtelijke ontbindingsprocedure vervat in art. 182 W.Venn. krachtens dewelke vennootschappen die gedurende drie opeenvolgende jaren geen jaarrekening hebben neergelegd gerechtelijk kunnen worden ontbonden. Continue reading “Het einde van de slapende vennootschappen”

De insolventie van maatschap, VOF en Comm.V: weldra een geconsolideerde procedure voor vennootschap en vennoten?

Een voorstel van amendement door gastblogger Julie Cuppens

Het wetsontwerp (zie voor eerdere posts hier) tot hervorming van het insolventierecht stelt het faillissement en de gerechtelijke reorganisatie open voor de maatschap (art. XX. 1. §1, eerste lid c) WER). De memorie van toelichting bij het wetsontwerp verwijst voor de verantwoording daarvan onder meer naar een van de eerste posts op deze blog (Kamer 2016-17, nr. 2407/001, p 25).

Het wetsontwerp voorziet met het voorgestelde nieuwe artikel XX. 103. lid 2 en 3 uitdrukkelijk dat de maat wordt betrokken in de faillissementsprocedure tegen de maatschap: Continue reading “De insolventie van maatschap, VOF en Comm.V: weldra een geconsolideerde procedure voor vennootschap en vennoten?”

Hervorming van het Belgische insolventierecht: update

Het wetsontwerp tot hervorming van het insolventierecht wordt op dit ogenblik besproken in de commissie voor handels-en economisch recht. Een reeks hoorzittingen heeft reeds plaatsgevonden. N.a.v. deze hoorzittingen zijn een heel aantal (63) amendementen ingediend, zowel door de meerderheid als door de minderheid. Ze kunnen hier geraadpleegd worden. De meeste amendementen zijn technisch of beogen materiële vergissingen recht te zetten. Andere amendementen zijn fundamenteler van aard. To be continued …

‘Des moeurs d’une simplicité admirable’: over de ‘algemene maatschap’

Over het subversieve karakter van de maatschap

1.

Het Burgerlijk Wetboek kende van 1804 tot 1999 bepalingen rond de “algemene vennootschap”, in de terminologie van vandaag de “algemene maatschap”. Deze artikelen stellen ook voor de hedendaagse civilist –  zo zulks bestaat –  interessante thema’s aan de orde rond bepaalbaarheid van voorwerp, interpretatie of wetsontduiking:  Continue reading “‘Des moeurs d’une simplicité admirable’: over de ‘algemene maatschap’”

Open normen en het arbeidsrecht

Een post door gastblogger Aline Van Bever over haar met de Raymond Derine Prijs bekroonde proefschrift

 

Naarmate de wereld en de wijze waarop die zich ontwikkelt steeds complexer wordt, is het voor een creatief jurist belangrijk om open te staan voor kruisbestuiving uit andere rechtstakken en dialoog met andere disciplines . De samenleving laat zich immers niet haarfijn indelen in juridische vakjes, zoals ex ante vastgelegde wetten, wederzijds onderhandelde dan wel eenzijdig opgelegde afspraken en regels, of (bij voorkeur schriftelijke) overeenkomsten. Al zeker niet in “de wereld van het werk”. En dat heeft zo ook zijn weerslag heeft op het “traditionele” Belgische arbeidsrecht. Verrassend daarbij is dat die benadering van het arbeidsrecht daarbij gebruik maakt van concepten die ook resoneren in het vennootschapsrecht, zoals onvolledige overeenkomsten en dynamische duurcontracten. Continue reading “Open normen en het arbeidsrecht”

Economische activiteiten in een VZW: een verbod of een faciliterende fictie?

Ontwerp “Boek XX” grote stap vooruit

Art. 1 al. 3 V&S-Wet beschrijft de VZW als een vereniging “welke niet nijverheids- of handelszaken drijft”. Voor de stichting wordt geen gelijkaardige regel opgelegd en zijn economische activiteiten in een normale interpretatie van de wet toegelaten.[1]

Art. 1 al. 3 V&S-Wet is eigenaardig descriptief geformuleerd (“welke niet nijverheids- of handelszaken drijft”). Dit moet ondanks die formulering als een verbod worden gelezen, nu ook het uitkeringsverbod in diezelfde alinea gelijkaardig is geformuleerd (“en welke niet tracht een stoffelijk voordeel aan haar leden te verschaffen).”

Een normale lezing zou met zich meebrengen dat een VZW géén nijverheids- of handelszaken mag doen. Door de rechtspraak is dit echter zo geïnterpreteerd dat een VZW wel nijverheids- of handelszaken mag verrichten, zolang ze maar “bijkomstig” zijn.[2]

Dit criterium van de bijkomstigheid wordt in de doctrine soms heter opgediend dan het in de praktijk wordt opgegeten. Continue reading “Economische activiteiten in een VZW: een verbod of een faciliterende fictie?”

Money (That’s What I Want). De invloed van de remuneratie van de advocaat op de actio mandati en minderheidsvordering

Corporate/Bankruptcy governance

In een aantal eerdere blogposten (zie hier en hier) werd reeds kort aangestipt dat de remuneratie van de curator invloed heeft op bankruptcy governance, en i.h.b. op het gedrag van de curator m.b.t. het instellen van bestuursaansprakelijkheidsvorderingen. De remuneratie zou moeten werken als een wortel die de belangen van de curator gelijkschakelt met die van zijn principaal, i.e. de gezamenlijke schuldeisers in de boedel. Helaas faalt het huidig Belgisch recht daarin (zie daarover F. DE LEO en D. CARDINAELS, “Het bureau voor rechtsbijstand is geen insolventieverzekeraar, maar wie dan wel? Over het prikkelend karakter van de remuneratie van de curator”, NjW 2017, te verschijnen).

In deze post wens ik kort in te gaan op een gelijkaardige situatie tijdens het leven van de onderneming: de invloed van de verloning van de advocaat op corporate governance, en i.h.b. op de actio mandati en minderheidsvordering (zie hierover de korte paragraaf in A. FRANCOIS, K. BYTTEBIER, K. FASTENAEKELS, T. VAN DE GEHUCHTE en L. VANDENBEMPT, “Omgaan met conflicten in vennootschappen: regeling van geschillen is meer dan geschillenregeling” in K. BYTTEBIER, A. FRANCOIS, E. JANSSENS, T. VAN DE GEHUCHTE (eds.), Omgaan met conflicten in de vennootschap, Antwerpen, Intersentia, 2009, (1) 85). Net zoals de curator de agent is van de gezamenlijke schuldeisers in de boedel als principaal (de residual risk bearers), is de advocaat de agent van de vennootschap, en – indien we aannemen dat het doel van het vennootschapsrecht winstmaximalisatie is voor de aandeelhouders – finaal van de gezamenlijke aandeelhouders (eveneens de residual risk bearers).

De verloning van de curator wordt niet bepaald door de schuldeisers als principaal, maar wel door het KB van 10 augustus 1998. Continue reading “Money (That’s What I Want). De invloed van de remuneratie van de advocaat op de actio mandati en minderheidsvordering”

‘Belangeloosleid’ in de private stichting: “haas ik doop u vis”

Art. 27 V&S-Wet als voorbeeld van hoe non-profits niet geregeld moet worden

In de VZW wordt het winstuitkeringsverbod negatief bepaald: de vereniging mag geen “stoffelijke voordelen aan haar leden […] verschaffen” (art. 1 en 27 V&S-Wet). Voor een stichting kon deze negatieve omschrijving niet worden gecalqueerd: in een stichting zijn er immers geen leden.

Huidig art. 27 V&S-Wet lostte dit probleem op door uitkeringen toe te laten voor zover die kaderen in de verwezenlijking van het belangeloos doel. Het stichtingsvermogen moet worden “aangewend ter verwezenlijking van een bepaald belangeloos doel” (art. 27 al. 1 V&S-Wet).

“Belangeloos” werd bij de omschrijving van het doel echter erg werd uitgerekt opdat elke stichting, ook één die werd opgericht in het belang van de stichter zelf of van een kleine kring, eronder zou vallen.  Continue reading “‘Belangeloosleid’ in de private stichting: “haas ik doop u vis””

De Pre-Pack Pool (PPP): een blaffende waakhond zonder tanden?

Pre-pack na het Graham-rapport

In een eerdere post heb ik gewezen op de gevaren van een “stil” faillissement (ook wel gekend als de pre-pack). Daarbij heb ik opgemerkt dat een Graham rapport van 2014 uitwees dat van de onderzochte pre-packs in het Verenigd Koninkrijk bijna twee derden een verkoop aan verbonden partijen betrof. Die praktijk is problematisch. Ten eerste vergroot een verkoop aan verbonden partijen de kans op een navolgend faillissement binnen de drie jaar na de afsluiting van het stil faillissement aanzienlijk. Ten tweede bestaat het risico dat de verbonden partijen de reorganisatiewaarde naar zich toetrekken, ten nadele van de gezamenlijke schuldeisers.

Het Graham rapport bevatte echter ook een aantal aanbevelingen om tegemoet te komen aan voornoemde problematiek. Een van de belangrijkste aanbevelingen was het oprichten van een Pre-Pack Pool (PPP), i.e. Continue reading “De Pre-Pack Pool (PPP): een blaffende waakhond zonder tanden?”