Experiments

What does a legal entity know?

A post by guest blogger Branda Katan

download (3)

In civil law many rules rely for their legal effect on the presence of certain knowledge or a certain intention with one of the parties. If the party at hand is a legal entity, like a limited company, it can be difficult to determine what the entity knew. Fragments of information can be present in different parts of the organisation; an officer of the company may have gained his knowledge through his private life; he may also have a duty of confidentiality. In my doctoral thesis Toerekening van kennis aan rechtspersonen(‘Attribution of knowledge to legal entities’), I have investigated when information that at any time is or has been available within a private legal entity qualifies as knowledge of the legal entity under Dutch law, making an in-depth comparison with German law. The thesis contains a summary in English.

Continue reading “What does a legal entity know?”

De onverdeeldheid: een morsig geregelde organisatievorm

Een troebele poel gevoed door meerdere bronnen

Een vorige post ging over de onverdeelde nalatenschap als organisatievorm. De goederen van een onverdeelde nalatenschap vormen een boedel. De onverdeelde boedel (ook ‘boedelgemeenschap’) moet onderscheiden worden van de onverdeelde zaak (ook ‘zaaksgemeenschap’). Dit onderscheid verklaart een reeks belangrijke rechtsgevolgen. Onbelicht in de klassieke Frans/Belgische traditie, kreeg dit onderscheid in de Belgische doctrine slechts recent de aandacht die het verdient.[1] Continue reading “De onverdeeldheid: een morsig geregelde organisatievorm”

De onverdeelde nalatenschap is een afgescheiden vermogen

Een olifant in de kamer van het Belgisch privaatrecht

Vermogensafscheiding kreeg in mijn eigen Leuvense rechtenopleiding een centrale plaats doorheen het curriculum. In het licht van de recente aandacht van Anglo-Amerikaanse law & economics-auteurs (denk: Hansmann, Kraakman, Armour, …) voor entity shielding (vermogensafscheiding, dus) als een essentieel en onvervangbaar kenmerk van vennootschapsrecht, was dit een benadering die haar tijd vooruit was.

Ook familiaal vermogensrecht en erfrecht kregen een belangrijke plaatst in die opleiding. Toch heb ik nooit gehoord dat de onverdeelde nalatenschapschap een afgescheiden vermogen was. Gezien de gezonde obsessie voor afgescheiden vermogens liet dit stilzwijgen geloven dat de onverdeelde nalatenschap dan ook géén afgescheiden vermogen was.

Deze gevolgtrekking was fout:  de onverdeelde nalatenschap vormt wel degelijk een afgescheiden vermogen.[1] Continue reading “De onverdeelde nalatenschap is een afgescheiden vermogen”

It’s the people, stupid! Individual characteristics influencing bankruptcy

A post by guest blogger Jasper Van Eetvelde

The prediction of bankruptcy, i.e. the assessment of the likelihood that a company might go bankrupt, is an important topic, with practical and legislative consequences (for an introduction to bankruptcy prediction, read here; for a recent attempt to create a global model for bankruptcy prediction, read here).  With a preventive mindset, the legislator tries to estimate this likelihood, in order to regulate accordingly. Evidently, also creditors and other interested parties try to assess whether a company they interact with is likely to enter bankruptcy proceedings.     Continue reading “It’s the people, stupid! Individual characteristics influencing bankruptcy”

Pleidooi voor zes innovaties in het insolventierecht

Een verruimd insolventierecht met een betere afdwinging

In vorige posts waarschuwden we voor de gevaren die de geplande afschaffing van het minimumkapitaal, en bovenal van de werkelijke zetel, met zich meebrengt. Zijn schuldeisers zonder de werkelijke zetel dan loslopend wild voor opportunistische insiders? Continue reading “Pleidooi voor zes innovaties in het insolventierecht”

The Supreme Court of the United States on the “absolute” priority rule in structured dismissals – A structural dam to stem a flood of undesirable consequences

A post by guest blogger Frederik De Leo

On 22 March 2017, the Supreme Court of the United States expressed its opinion (in the context of a Chapter 11 procedure) on the following question:

“Can a bankruptcy court approve a structured dismissal that provides for distributions that do not follow ordinary priority rules without the affected creditors’ consent?”

Under the slogan: “Why step over a dollar to pick up a dime?”, the Court answers this complicated question with a simple “no”, thereby overruling the Bankruptcy Court, District Court and Third Circuit in an orderly fashion.

Continue reading “The Supreme Court of the United States on the “absolute” priority rule in structured dismissals – A structural dam to stem a flood of undesirable consequences”

Vrije keuze van vennootschapsrecht: enkele kritische kanttekeningen

Worden de aandelen aan toonder weer ingevoerd?

In een vorige post hielden we de voorgenomen afschaffing van het minimumkapitaal kritisch tegen het licht. Een tweede voorgestelde wijziging is meer fundamenteel. Het werkelijke-zetelmechanisme zou verdwijnen ten gunste van een volledige vrijheid om de lex societatis te kiezen, ook als de onderneming enkel of voornamelijk in België actief is of vanuit België wordt geleid.[1]

Bij de veelgehoorde argumenten voor een vrije keuze kunnen alvast de volgende kanttekeningen worden geplaatst.

Continue reading “Vrije keuze van vennootschapsrecht: enkele kritische kanttekeningen”

Ook dwang moet dwingend zijn. De werkelijke zetel als schuldeisersbescherming.

In twee vorige posts belichtten we de bescheiden maar onderschatte verdiensten van een lompe inbrengverplichting als het minimumkapitaal. Deze of elke andere regel de de negatieve aspecten van beperkte aansprakelijkheid wil mitigeren is echter weinig zinvol als door rechtskeuze deze regel kan ontweken. Continue reading “Ook dwang moet dwingend zijn. De werkelijke zetel als schuldeisersbescherming.”

Oprichtersaansprakelijkheid ter vervanging van minimumkapitaal

De sprong richting flexibiliteit

De Minister van Justitie bereidt een ambitieuze (her)codificatiebeweging voor.[1] Voor het rechtspersonenrecht zal de hervorming vertrekken van de voorstellen van het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht, zoals  besproken in het parlement.[2] “Flexibiliteit” (of “soepelheid”) is bij de hervorming een – hét – kernbegrip.[3] In het belang van die flexibiliteit moeten onder eerder besproken beschermingstechnieken sneuvelen: het minimumkapitaal en de werkelijke zetel.

In deze post houden we de afschaffing van het minimumkapitaal (buiten bij de NV, daar moet het van Europa) kritisch tegen het licht. Continue reading “Oprichtersaansprakelijkheid ter vervanging van minimumkapitaal”

Achterstelling van schuldvorderingen in het insolventierecht

In de financiering van ondernemingen neemt de achtergestelde schuldvordering een belangrijke plaats in, tussen kapitaal en schuld. In zijn recent gepubliceerde proefschrift heeft Roel Fransis (KUL) de achtergestelde schuldvordering aan een minitieus onderzoek onderworpen, zowel wat de juridische aard van deze rechtsfiguur betreft als de rechtsgevolgen ervan, in het bijzonder in het kader van insolventieprocedures. Met dit proefschrift heeft Roel Fransis, in de woorden van zijn promotor (Eric Dirix, KUL), “een fundamenteel werk afgeleverd dat onze kennis op vele terreinen van het verbintenissen-, goederenrecht en insolventierecht werkelijk vooruit helpt en dat tevens voor de rechtspraktijk van onschatbare waarde zal blijken te zijn”. Met deze beoordeling kan alleen maar ingestemd worden.

Modelcharter voor bestuurders van overheidsbedrijven

Het federale regeerakkooord van 10 oktober 2014 voorzag dat de regering een “charter van de bestuurder van overheidsbedrijven” zou opstellen in het kader van het evenwicht tussen de taken als bestuurder (en de belangen van de onderneming) en deze van (vertegenwoordiger van) de overheid.

GUBERNA, het Belgisch Instituut voor Bestuurders (‘centrum public governance’), heeft als kenniscentrum inzake corporate governance recent een modelcharter opgesteld. Op basis hiervan kunnen overheidsbedrijven zelf een eigen charter opstellen, aangepast aan de specifieke doelstellingen en context van de onderneming in kwestie.

Het modelcharter werkt met 10 algemene richtlijnen (‘principes’), die gerespecteerd moeten worden voor iedereen, met ‘aanbevelingen’ (volgens het comply or explain-principe), en met suggesties of ‘aandachtspunten’.

Het eerste principe ‘respecteren van voorafgaande voorwaarden bij aanvaarding mandaat‘, kent bijvoorbeeld als aandachtspunten:

  • de kandidaat-bestuurder mag enkel mandaten opnemen waarvoor hij zich ten volle kan inzetten
  • voor het aanvaarden van een hernieuwing van zijn mandaat moet de bestuurder zichzelf de vraag stellen of hij nog een toegevoegde waarde biedt voor het bedrijf

Deze aandachtspunten zijn zeer actueel in het licht van de recente discussie over politieke bestuursmandaten bij bedrijven of intercommunales.

De overige principes zijn:

  • concentreren op taken eigen aan de bestuurder
  • verdedigen van de belangen van het overheidsbedrijf in lijn met diens specificiteit
  • streven naar een onafhankelijke positie
  • volgen van hoge standaarden van integriteit
  • zich gepast gedragen bij besluitvorming
  • zich informeren over en respecteren van vertrouwelijke informatie
  • onderhouden van expertise
  • onderhouden van adequate en constructieve relaties met het management, de aandeelhouders en andere stakeholders
  • bevorderen evaluatiecultuur

Karel-Jan Vandormael

MiFID II in relation to other investor protection regulation: Picking up the crumbs of a piecemeal approach

Paper by Veerle Colaert (KU Leuven)

The study of the interaction between different pieces of EU financial legislation becomes ever more important – and difficult. A recent paper by Prof. Veerle Colaert (see ssrn or academia.edu) explores the relationship between the MiFID II and other recent EU legislation aiming at investor protection, such as the Insurance Distribution Directive, the PRIIPs Regulation and the UCITS Directive.

Continue reading “MiFID II in relation to other investor protection regulation: Picking up the crumbs of a piecemeal approach”

French Constitutional Council Permits Civil, But Not Criminal Enforcement of Corporate Duty of Vigilance Law

A post by guest blogger Penelope Bergkamp

On 23 March 2017, the Constitutional council of the French Republic ruled on the constitutionality of the recently adopted Corporate Duty of Vigilance Law (hereafter “Law”). The Constitutional council held that the obligation imposed by the Law to establish a vigilance plan and the enforcement mechanisms of formal notice and injunction are not in conflict with the Constitution. Likewise, the mechanism for holding a company responsible in case of non-compliance with the obligation to establish the vigilance plan is in conformity with the Constitution. With respect to the criminal enforcement of the Law, however, the Constitutional council did identify a constitutional problem

Continue reading “French Constitutional Council Permits Civil, But Not Criminal Enforcement of Corporate Duty of Vigilance Law”

Kan één schuldeiser samen-lopen?

Pluraliteitsregels in Nederlands en Belgisch insolventierecht

1.

In een recent arrest van 24 maart 2017 heeft de Hoge Raad zijn vaste rechtspraak bevestigd dat het voor het uitspreken van een faillietverklaring is vereist dat de schuldenaar meer dan één schuldeiser heeft . De Hoge Raad zie de rechtvaardiging hierin dat:

“het faillissement ten doel heeft het vermogen van de schuldenaar te verdelen onder diens gezamenlijke schuldeisers. Met dat doel strookt niet de faillietverklaring van een schuldenaar die slechts één schuldeiser heeft.” 

Het is een klassieke regel van Nederlands insolventierecht die o.a. een belangrijke rol speelt in de plot van de roman Karakter (1938) van F. Bordewijk: Continue reading “Kan één schuldeiser samen-lopen?”

Limited Liability Property

In a recent paper Danielle D’Onfro (Washington University Law) argues that security interests are best understood as a form of “limited liability property”. Limited liability, i.e. the privilege of being legally shielded from liability that would normally apply, has long been considered the quintessential feature of equity interests. The author convincingly argues, however, that limited liability is a critical feature of security interests as well. Debt and equity are indeed not the opposites they are sometimes believed to be. The paper will soon be published in Cardozo Law Review and can already be consulted here.