Experiments

Sssstttt, hier wordt gewerkt! Het stil faillissement

download (4)

Het wetsontwerp tot hervorming van het insolventierecht, dat momenteel besproken wordt in de Commissie voor Handels- en Economisch Recht, voert het “stil” faillissement (ook gekend onder de noemer van prepack) in dat toelaat om in stilte het eigenlijke faillissement voor te bereiden (het voorgestelde Art. XX. 33 WER). In een recent advies verwoordde  AG Mengozzi de voordelen van een prepack als volgt: “[h]et succes van de pre-pack is het gevolg van een groeiende neiging in het moderne insolventierecht om de voorkeur te geven aan benaderingen die, anders dan de klassieke benadering die gericht is op de liquidatie van de in moeilijkheden verkerende onderneming, gericht zijn op de redding van de onderneming of althans het behoud van de economisch nog levensvatbare onderdelen daarvan. In een dergelijke context biedt de pre-pack, die wordt gekenmerkt door informele elementen (een buitengerechtelijke voorafgaande fase) en formele elementen (een fase die zich afspeelt in het kader van de insolventieprocedure), de ondernemingen een flexibel instrument dat geschikt is om snel het hoofd te bieden aan bepaalde crisissituaties.

Continue reading “Sssstttt, hier wordt gewerkt! Het stil faillissement”

Jura Falconis Prijs 2017 voor beste bachelorscriptie toegekend aan Eline Hoogmartens voor scriptie over de interne aansprakelijkheidsvordering tegen de curator voor schade aan de boedel

Ontwerp van nieuwe insolventiewetgeving geeft schuldeisers nieuwe initiatiefrechten bij faillissementsaansprakelijkheid

AAEAAQAAAAAAAAhpAAAAJDZmYjk2YjY1LTVkYTYtNGZiNi1iMzc0LTNiOGYyODQzNjAyZQDe Jura Falconis Prijs voor de beste bachelorscriptie werd toegekend aan Eline Hoogmartens (research master, KU Leuven) over de boedelvordering tegen de curator. Deze toekenning komt in de week nadat het wetontwerp houdende het nieuwe insolventierecht aan de boedelvorderingen sleutelt. Deze post confronteert de bekroonde paper met de nieuwe voorstellen. Continue reading “Jura Falconis Prijs 2017 voor beste bachelorscriptie toegekend aan Eline Hoogmartens voor scriptie over de interne aansprakelijkheidsvordering tegen de curator voor schade aan de boedel”

Het toepassingsgebied van de insolventieprocedures weldra significant uitgebreid?

Een nieuwerwets ondernemingsbegrip maakt zijn entrée

Een eerdere post meldde de publicatie vorige week van het wetsontwerp houdende invoeging van het Boek XX “Insolventie van ondernemingen”, in het Wetboek van Economisch Recht. Dit boek beoogt de huidige Faillissementswet en de Wet Continuïteit Ondernemingen te vervangen. Spectaculair in dit ontwerp is  de uitbreiding van het toepassingsgebied van de insolventieprocedures (het voorgestelde Art. XX.1. §  1. WER). Twee wijzigingen springen daarbij in het oog:  Continue reading “Het toepassingsgebied van de insolventieprocedures weldra significant uitgebreid?”

Hervorming van het Belgische insolventierecht

Het wetsontwerp houdende invoeging van het Boek XX “Insolventie van ondernemingen”, in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan boek XX, en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek XX, in boek I van het Wetboek van economisch recht, werd gisteren gepubliceerd op de website van de Kamer, en kan hier geconsulteerd worden. De hervorming van het insolventierecht kadert in de door Minister van Justitie Geens vooropgestelde hercodificatie van de basiswetgeving.

Continue reading “Hervorming van het Belgische insolventierecht”

Legal seizure of shares: an underrated cornerstone of organizational law

A post by guest blogger Bram Van Baelen

It is a fundamental rule in many legal orders that when a debtor fails to pay his debt(s), his personal creditors can seize his assets. Legal seizure of assets is, as such, a necessary tool for creditors in order to force an unwilling debtor to fulfill his obligations. Ultimately, legal seizure can lead to a forced sale of the debtor’s assets.

When a debtor owns shares in a share capital corporation, these shares are part of the debtor’s assets as well. Just like the debtor’s house, car, or bank account, shares in corporations are available for creditors to seek recourse on for their unpaid claims. Therefore, proper legal seizure proceedings of shares are in place in order to protect the interest of personal creditors of shareholders and to consolidate this fundamental principle.

The legal seizure of shares is necessary for another reason as well. Continue reading “Legal seizure of shares: an underrated cornerstone of organizational law”

What does a legal entity know?

A post by guest blogger Branda Katan

download (3)

In civil law many rules rely for their legal effect on the presence of certain knowledge or a certain intention with one of the parties. If the party at hand is a legal entity, like a limited company, it can be difficult to determine what the entity knew. Fragments of information can be present in different parts of the organisation; an officer of the company may have gained his knowledge through his private life; he may also have a duty of confidentiality. In my doctoral thesis Toerekening van kennis aan rechtspersonen(‘Attribution of knowledge to legal entities’), I have investigated when information that at any time is or has been available within a private legal entity qualifies as knowledge of the legal entity under Dutch law, making an in-depth comparison with German law. The thesis contains a summary in English.

Continue reading “What does a legal entity know?”

De onverdeeldheid: een morsig geregelde organisatievorm

Een troebele poel gevoed door meerdere bronnen

Een vorige post ging over de onverdeelde nalatenschap als organisatievorm. De goederen van een onverdeelde nalatenschap vormen een boedel. De onverdeelde boedel (ook ‘boedelgemeenschap’) moet onderscheiden worden van de onverdeelde zaak (ook ‘zaaksgemeenschap’). Dit onderscheid verklaart een reeks belangrijke rechtsgevolgen. Onbelicht in de klassieke Frans/Belgische traditie, kreeg dit onderscheid in de Belgische doctrine slechts recent de aandacht die het verdient.[1] Continue reading “De onverdeeldheid: een morsig geregelde organisatievorm”

De onverdeelde nalatenschap is een afgescheiden vermogen

Een olifant in de kamer van het Belgisch privaatrecht

Vermogensafscheiding kreeg in mijn eigen Leuvense rechtenopleiding een centrale plaats doorheen het curriculum. In het licht van de recente aandacht van Anglo-Amerikaanse law & economics-auteurs (denk: Hansmann, Kraakman, Armour, …) voor entity shielding (vermogensafscheiding, dus) als een essentieel en onvervangbaar kenmerk van vennootschapsrecht, was dit een benadering die haar tijd vooruit was.

Ook familiaal vermogensrecht en erfrecht kregen een belangrijke plaatst in die opleiding. Toch heb ik nooit gehoord dat de onverdeelde nalatenschapschap een afgescheiden vermogen was. Gezien de gezonde obsessie voor afgescheiden vermogens liet dit stilzwijgen geloven dat de onverdeelde nalatenschap dan ook géén afgescheiden vermogen was.

Deze gevolgtrekking was fout:  de onverdeelde nalatenschap vormt wel degelijk een afgescheiden vermogen.[1] Continue reading “De onverdeelde nalatenschap is een afgescheiden vermogen”

It’s the people, stupid! Individual characteristics influencing bankruptcy

A post by guest blogger Jasper Van Eetvelde

The prediction of bankruptcy, i.e. the assessment of the likelihood that a company might go bankrupt, is an important topic, with practical and legislative consequences (for an introduction to bankruptcy prediction, read here; for a recent attempt to create a global model for bankruptcy prediction, read here).  With a preventive mindset, the legislator tries to estimate this likelihood, in order to regulate accordingly. Evidently, also creditors and other interested parties try to assess whether a company they interact with is likely to enter bankruptcy proceedings.     Continue reading “It’s the people, stupid! Individual characteristics influencing bankruptcy”

Pleidooi voor zes innovaties in het insolventierecht

Een verruimd insolventierecht met een betere afdwinging

In vorige posts waarschuwden we voor de gevaren die de geplande afschaffing van het minimumkapitaal, en bovenal van de werkelijke zetel, met zich meebrengt. Zijn schuldeisers zonder de werkelijke zetel dan loslopend wild voor opportunistische insiders? Continue reading “Pleidooi voor zes innovaties in het insolventierecht”

The Supreme Court of the United States on the “absolute” priority rule in structured dismissals – A structural dam to stem a flood of undesirable consequences

A post by guest blogger Frederik De Leo

On 22 March 2017, the Supreme Court of the United States expressed its opinion (in the context of a Chapter 11 procedure) on the following question:

“Can a bankruptcy court approve a structured dismissal that provides for distributions that do not follow ordinary priority rules without the affected creditors’ consent?”

Under the slogan: “Why step over a dollar to pick up a dime?”, the Court answers this complicated question with a simple “no”, thereby overruling the Bankruptcy Court, District Court and Third Circuit in an orderly fashion.

Continue reading “The Supreme Court of the United States on the “absolute” priority rule in structured dismissals – A structural dam to stem a flood of undesirable consequences”

Vrije keuze van vennootschapsrecht: enkele kritische kanttekeningen

Worden de aandelen aan toonder weer ingevoerd?

In een vorige post hielden we de voorgenomen afschaffing van het minimumkapitaal kritisch tegen het licht. Een tweede voorgestelde wijziging is meer fundamenteel. Het werkelijke-zetelmechanisme zou verdwijnen ten gunste van een volledige vrijheid om de lex societatis te kiezen, ook als de onderneming enkel of voornamelijk in België actief is of vanuit België wordt geleid.[1]

Bij de veelgehoorde argumenten voor een vrije keuze kunnen alvast de volgende kanttekeningen worden geplaatst.

Continue reading “Vrije keuze van vennootschapsrecht: enkele kritische kanttekeningen”

Ook dwang moet dwingend zijn. De werkelijke zetel als schuldeisersbescherming.

In twee vorige posts belichtten we de bescheiden maar onderschatte verdiensten van een lompe inbrengverplichting als het minimumkapitaal. Deze of elke andere regel de de negatieve aspecten van beperkte aansprakelijkheid wil mitigeren is echter weinig zinvol als door rechtskeuze deze regel kan ontweken. Continue reading “Ook dwang moet dwingend zijn. De werkelijke zetel als schuldeisersbescherming.”

Oprichtersaansprakelijkheid ter vervanging van minimumkapitaal

De sprong richting flexibiliteit

De Minister van Justitie bereidt een ambitieuze (her)codificatiebeweging voor.[1] Voor het rechtspersonenrecht zal de hervorming vertrekken van de voorstellen van het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht, zoals  besproken in het parlement.[2] “Flexibiliteit” (of “soepelheid”) is bij de hervorming een – hét – kernbegrip.[3] In het belang van die flexibiliteit moeten onder eerder besproken beschermingstechnieken sneuvelen: het minimumkapitaal en de werkelijke zetel.

In deze post houden we de afschaffing van het minimumkapitaal (buiten bij de NV, daar moet het van Europa) kritisch tegen het licht. Continue reading “Oprichtersaansprakelijkheid ter vervanging van minimumkapitaal”

Achterstelling van schuldvorderingen in het insolventierecht

In de financiering van ondernemingen neemt de achtergestelde schuldvordering een belangrijke plaats in, tussen kapitaal en schuld. In zijn recent gepubliceerde proefschrift heeft Roel Fransis (KUL) de achtergestelde schuldvordering aan een minitieus onderzoek onderworpen, zowel wat de juridische aard van deze rechtsfiguur betreft als de rechtsgevolgen ervan, in het bijzonder in het kader van insolventieprocedures. Met dit proefschrift heeft Roel Fransis, in de woorden van zijn promotor (Eric Dirix, KUL), “een fundamenteel werk afgeleverd dat onze kennis op vele terreinen van het verbintenissen-, goederenrecht en insolventierecht werkelijk vooruit helpt en dat tevens voor de rechtspraktijk van onschatbare waarde zal blijken te zijn”. Met deze beoordeling kan alleen maar ingestemd worden.