Experiments

Tussenbalans van een continue evenwichtsoefening: nieuw proefschrift over aandeelhoudersrechten in Nederland

Gisteren promoveerde Frans Overkleeft aan de Erasmus Universiteit Rotterdam met een proefschrift over de positie van aandeelhouders in beurgesnoteerde vennootschappen.

Corporate governance in Nederland was zelden zo actueel. Deze blog berichtte nog maar net over het aandeelhoudersactivisme gericht tegen Akzo Nobel, nadat het een buitenlands bod afwees. Ook Unilever en PostNL schermden recent met buitenlandse kapers. Hierop ontstond een interessant politiek debat over hoe Nederlandse beursvennootschappen beter beschermd kunnen worden tegen ongewenste overnames.

Op een beter tijdstip kon het proefschrift van Frans Overkleeft niet verschijnen. In een even uitgebreide als grondige studie analyseert hij de positie van aandeelhouders in beursgenoteerde vennootschappen in Nederland. Zijn onderzoek naar de wisselwerking tussen wetten, rechtspraak en feiten in deze context, plaatst de recente evoluties in een interessant perspectief.

Continue reading “Tussenbalans van een continue evenwichtsoefening: nieuw proefschrift over aandeelhoudersrechten in Nederland”

€1,2 billion settlement in Fortis case rejected by Dutch Court

On 16 June 2017, the Court of Amsterdam refused to approve the settlement reached in a Dutch mass claims procedure between Ageas (Fortis’ legal successor) and four claimant organisations (VEB, Deminor, SICAF and Stichting FortisEffect) concerning allegedly false or misleading statements by Fortis during the financial crisis in 2007 and 2008. The €1,2 billion settlement was the largest of its kind in Europe. The main rationale for the court’s decision? The court held that the distinction in compensation between “Active Claimants” (those who filed a legal procedure or registered with any of the claimant organisations) and “Non-Active Claimants” (those who didn’t) was unjustified and that the fees for claimant organisations were exorbitant.

This means that Ageas and the claimant organisations will have to renegotiate their settlement agreement and address the concerns of the Court, if they want to have an agreement that is binding on all potential claimants. Continue reading “€1,2 billion settlement in Fortis case rejected by Dutch Court”

Hervorming van het Belgische insolventierecht: update (II)

Op de website van de Kamer kan het verslag namens de commissie voor handels-en economisch recht geconsulteerd worden evenals de artikelen aangenomen in eerste lezing. De commissie zal later deze maand tot een tweede lezing overgaan.  T.o.v. het wetsontwerp bevatten de aangenomen artikelen geen fundamentele wijzigingen. Het betreft eerder technische verduidelijkingen.

Continue reading “Hervorming van het Belgische insolventierecht: update (II)”

Grondwettelijk Hof spreekt zich uit over Arco (en bevestigt Hof van Justitie): garantie strijdig met art. 10 en 11 Gw.

In eerdere berichten werd reeds uitvoerig ingegaan over de strijdigheid van de Belgische Arco-garantie met het Unierecht.

Eergisteren was het aan het Grondwettelijk Hof om na een lange weg (zie eerder RvS 25 maart 2013, nr. 22.969 en GwH 5 februari 2015, nr. 15/2015) een einduitspraak te vellen over de prejudiciële vraag gesteld door de Raad van State: Continue reading “Grondwettelijk Hof spreekt zich uit over Arco (en bevestigt Hof van Justitie): garantie strijdig met art. 10 en 11 Gw.”

Het einde van de slapende vennootschappen

Publicatie van Wet van 17 mei 2017 tot wijziging van diverse wetten met het oog op de aanvulling van de gerechtelijke ontbindingsprocedure van vennootschappen

De wetswijziging van 17 mei 2017, die maandag werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad,[1] luidt het einde in van de zgn. ‘slapende vennootschappen’. De wetgever wijzigt hiermee de gerechtelijke ontbindingsprocedure vervat in art. 182 W.Venn. krachtens dewelke vennootschappen die gedurende drie opeenvolgende jaren geen jaarrekening hebben neergelegd gerechtelijk kunnen worden ontbonden. Continue reading “Het einde van de slapende vennootschappen”

In “Vinyls”, ECJ Allows Debtor to Contract Around Insolvency Avoidance Rules: A Shield Turns Into a Weapon

ECJ endorses broad interpretation of Article 13 Insolvency Regulation

A debtor on the verge of insolvency may be tempted to favour related or influential parties (such as company insiders or important financiers) before his divestment in favour of a liquidator. That is why insolvency law typically allows the liquidator to avoid transactions which the debtor has concluded in the twilight zone prior to insolvency and which are detrimental to the creditors. In a recent preliminary ruling (Vinyls Italia, C-54/16), the ECJ offers the debtor an interesting escape route: he can simply contract around an avoidance provision by submitting an otherwise voidable transaction to a law under which the transaction is not avoidable.

Continue reading “In “Vinyls”, ECJ Allows Debtor to Contract Around Insolvency Avoidance Rules: A Shield Turns Into a Weapon”

More on Polbud

Does ‘Cartesio’ meet the ‘real seat’?

In a previous post (in Dutch) Gillis Lindemans discussed the opinion of AG Kokott in the Polbud-case arguing that this opinion, if followed by the Court, would add a pinch of “real seat” to theEU case-law on corporate mobility. More interesting thoughts on Polbud are to be found on the blog of Professor Geert Van Calster. Money quote:

“Ms Kokott suggests the Opinion is a simple confirmation of the CJEU’s case-law on the issue: no change of tack. Simply confirmation ex multi. That now does leave me puzzled: the Opinion walks and talks like confirming old precedent; but it does not, surely?”

The US Sunnyslope–case: a slippery slope for creditors?

Valuation in cramdown procedures: creditors be damned?

The facts of the case

The debtor, Sunnyslope Housing Limited Partnership (“Sunnyslope”), developed and operated an apartment complex intended to provide affordable housing. When Sunnyslope defaulted on the senior loan for the project, the Department of Housing and Urban Development honored its guarantee, acquired the senior loan from the original private lender, and resold it to First Southern National Bank. First Southern started the foreclosure process, which would have wiped out affordable housing restrictive covenants related to additional financing. The debtor then was put into bankruptcy, and it exercised the cramdown option of 11 U.S.C. § 1325(a)(5)(B) and elected to retain the property in exchange for a new payment plan that would require it to pay First Southern an amount equal to the present value of the secured claim at the time of bankruptcy.

Sunnyslope argued that the value of First Southern’s secured interest should be calculated with the affordable housing restrictions remaining in place. Continue reading “The US Sunnyslope–case: a slippery slope for creditors?”

De insolventie van maatschap, VOF en Comm.V: weldra een geconsolideerde procedure voor vennootschap en vennoten?

Een voorstel van amendement door gastblogger Julie Cuppens

Het wetsontwerp (zie voor eerdere posts hier) tot hervorming van het insolventierecht stelt het faillissement en de gerechtelijke reorganisatie open voor de maatschap (art. XX. 1. §1, eerste lid c) WER). De memorie van toelichting bij het wetsontwerp verwijst voor de verantwoording daarvan onder meer naar een van de eerste posts op deze blog (Kamer 2016-17, nr. 2407/001, p 25).

Het wetsontwerp voorziet met het voorgestelde nieuwe artikel XX. 103. lid 2 en 3 uitdrukkelijk dat de maat wordt betrokken in de faillissementsprocedure tegen de maatschap: Continue reading “De insolventie van maatschap, VOF en Comm.V: weldra een geconsolideerde procedure voor vennootschap en vennoten?”

Hervorming van het Belgische insolventierecht: update

Het wetsontwerp tot hervorming van het insolventierecht wordt op dit ogenblik besproken in de commissie voor handels-en economisch recht. Een reeks hoorzittingen heeft reeds plaatsgevonden. N.a.v. deze hoorzittingen zijn een heel aantal (63) amendementen ingediend, zowel door de meerderheid als door de minderheid. Ze kunnen hier geraadpleegd worden. De meeste amendementen zijn technisch of beogen materiële vergissingen recht te zetten. Andere amendementen zijn fundamenteler van aard. To be continued …

‘Des moeurs d’une simplicité admirable’: over de ‘algemene maatschap’

Over het subversieve karakter van de maatschap

1.

Het Burgerlijk Wetboek kende van 1804 tot 1999 bepalingen rond de “algemene vennootschap”, in de terminologie van vandaag de “algemene maatschap”. Deze artikelen stellen ook voor de hedendaagse civilist –  zo zulks bestaat –  interessante thema’s aan de orde rond bepaalbaarheid van voorwerp, interpretatie of wetsontduiking:  Continue reading “‘Des moeurs d’une simplicité admirable’: over de ‘algemene maatschap’”

Akzo Nobel: Activist Shareholders Hit Wall of Dutch Stakeholder Model

An analysis by Tom Vos & Thom Wetzer

An attempt at courtship has ended up in court. Over the past months, US paints and coatings giant PPG Industries (‘PPG’) has tried to woe the management and shareholders of Dutch rival Akzo Nobel (‘Akzo’) with friendly takeover offers. It has been rewarded by a consistently aloof response from Akzo’s boards, and especially its Chairman Antony Burgmans, who has so far refused to enter talks. On May 29, the Enterprise Chamber of Amsterdam (a Dutch commercial court) rejected efforts by some of Akzo’s shareholders, led by activist investor Elliott Management Corp. (‘Elliott’), to force a shareholder vote intended to oust Mr. Burgmans.

The case comes at a critical time in what has become an increasingly bitter exchange. Akzo has so far rejected three unsolicited friendly offers from PPG, arguing that they undervalue the company, do not make any serious commitments to its stakeholders, demonstrate a cultural lack of understanding, and entail significant risks and uncertainties (including lengthy reviews by the EU’s competition authority). Continue reading “Akzo Nobel: Activist Shareholders Hit Wall of Dutch Stakeholder Model”

New books on international insolvency law

International insolvency law can be found on national, European and international level. Under the guidance of Yves Brulard, a group of authors have written two volumes on international insolvency law (in French). The first volume deals with the Insolvency Regulation (Recast),  which shall apply from 26 June 2017. The second volume deals with national rules on international insolvency law, in a selected number of jurisdictions. The books can be ordered here, and are highly recommended.

Open normen en het arbeidsrecht

Een post door gastblogger Aline Van Bever over haar met de Raymond Derine Prijs bekroonde proefschrift

 

Naarmate de wereld en de wijze waarop die zich ontwikkelt steeds complexer wordt, is het voor een creatief jurist belangrijk om open te staan voor kruisbestuiving uit andere rechtstakken en dialoog met andere disciplines . De samenleving laat zich immers niet haarfijn indelen in juridische vakjes, zoals ex ante vastgelegde wetten, wederzijds onderhandelde dan wel eenzijdig opgelegde afspraken en regels, of (bij voorkeur schriftelijke) overeenkomsten. Al zeker niet in “de wereld van het werk”. En dat heeft zo ook zijn weerslag heeft op het “traditionele” Belgische arbeidsrecht. Verrassend daarbij is dat die benadering van het arbeidsrecht daarbij gebruik maakt van concepten die ook resoneren in het vennootschapsrecht, zoals onvolledige overeenkomsten en dynamische duurcontracten. Continue reading “Open normen en het arbeidsrecht”

Economische activiteiten in een VZW: een verbod of een faciliterende fictie?

Ontwerp “Boek XX” grote stap vooruit

Art. 1 al. 3 V&S-Wet beschrijft de VZW als een vereniging “welke niet nijverheids- of handelszaken drijft”. Voor de stichting wordt geen gelijkaardige regel opgelegd en zijn economische activiteiten in een normale interpretatie van de wet toegelaten.[1]

Art. 1 al. 3 V&S-Wet is eigenaardig descriptief geformuleerd (“welke niet nijverheids- of handelszaken drijft”). Dit moet ondanks die formulering als een verbod worden gelezen, nu ook het uitkeringsverbod in diezelfde alinea gelijkaardig is geformuleerd (“en welke niet tracht een stoffelijk voordeel aan haar leden te verschaffen).”

Een normale lezing zou met zich meebrengen dat een VZW géén nijverheids- of handelszaken mag doen. Door de rechtspraak is dit echter zo geïnterpreteerd dat een VZW wel nijverheids- of handelszaken mag verrichten, zolang ze maar “bijkomstig” zijn.[2]

Dit criterium van de bijkomstigheid wordt in de doctrine soms heter opgediend dan het in de praktijk wordt opgegeten. Continue reading “Economische activiteiten in een VZW: een verbod of een faciliterende fictie?”