HvJ bevestigt dat paulianeuze onrechtmatige daadsvordering ingesteld tijdens faillissement onder Brussel I-verordening valt

Hof van Justitie volgt conclusie van AG Bobek in de zaak C 535/17

Op 6 februari 2019 bevestigde het Hof van Justitie de conclusie van de advocaat-generaal (zie hier) dat ook een paulianeuze onrechtmatige daadsvordering (de zgn. Peeters/Gatzen-vordering naar Nederlands recht) ingesteld tijdens het faillissement van een vennootschap onder het toepassingsgebied van de Brussel I-verordening valt (for an excellent review in English: see the analysis of prof. G. Van Calster, especially with regard to the consequences of the ECJ-judgement for the applicable law in this area). Continue reading “HvJ bevestigt dat paulianeuze onrechtmatige daadsvordering ingesteld tijdens faillissement onder Brussel I-verordening valt”

Plessers: the ECJ on a Killing Spree in the Belgian Insolvency Landscape?

Setting the Boundaries of Articles 3–5 of Council Directive 2001/23/EC in the Aftermath of Smallsteps

Yesterday, Advocate General (AG) Szpunar delivered his opinion in Plessers (C-509/17), a case before the European Court of Justice (ECJ) that concerns the protection of employees in one of the Belgian insolvency proceedings, i.e. the judicial reorganisation by transfer under judicial supervision/gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag (hereinafter referred to as ‘GROG’). If the ECJ follows the interpretation by AG Szpunar of Articles 3-5 of Council Directive 2001/23/EC (hereinafter the ‘Directive’), the referring court would have almost no other option than to rule that Article 61(3) WCO (now: Article XX.86, §3 WER) violates the Directive.

 

Background

On 23 April 2012, NV Echo entered into a judicial reorganisation by way of collective agreement. However, a collective agreement could not be reached, and on 19 February 2013, the judicial reorganisation proceeding was transformed into a GROG. On 22 April 2013, NV Prefaco took over the business of NV Echo together with two-thirds of the total employees of the transferor.

Plessers, who was one of the dismissed employees, argued (among other things) that Article 61(3) WCO violates the Directive. Continue reading “Plessers: the ECJ on a Killing Spree in the Belgian Insolvency Landscape?”

Over de faillissementsaanvraag in de loop van een collectieve schuldenregeling

Orb. Gent (afd. Brugge) 3 december 2018, nr. A/18/00887

In een belangwekkend vonnis spreekt de ondernemingsrechtbank te Gent, afdeling Brugge, zich uit over de krijtlijnen waarbinnen een vrije beroeper die vóór 1 mei 2018 in een procedure van collectieve schuldenregeling verkeerde, nadien alsnog het faillissement kan aanvragen (lees: de kwijtschelding kan bekomen). Alvorens dieper in te gaan op de feiten en de inhoud van het vonnis, dient eraan herinnerd te worden dat de kwijtschelding alleen openstaat voor vrije beroepers-natuurlijke personen (art. XX.173 WER).

Continue reading “Over de faillissementsaanvraag in de loop van een collectieve schuldenregeling”

Save the date: studieavond ‘grondige studie insolventierecht’ UA op 19 december 2018

Naar jaarlijkse traditie organiseren de studenten van de grondige studie insolventierecht aan de Universiteit Antwerpen opnieuw een studieavond, onder begeleiding van prof. dr. Stijn De Dier en prof. dr. Melissa Vanmeenen. Op de elfde editie van deze studieavond worden specifieke thema’s belicht binnen de wetgevende wijzigingen die het insolventierecht in 2018 heeft gekend.

De studieavond gaat door op woensdag 19 december 2018 om 19 u in aula R002 Stadscampus UA, Rodestraat 14, Antwerpen, gebouw R. Deelname is gratis en iedereen is welkom.

Een uitgebreider programma volgt na de selectie van studenten die hun essay mogen presenteren.

Modernisation of Bankruptcy Procedure Act to enter into force in the Netherlands

A post by guestblogger Jochem Hummelen (NautaDutihl)

On 1 January 2019, the Modernisation of Bankruptcy Procedure Act (MBPA) (in Dutch: Wet Modernisering Faillissementsprocedure) is set to enter into force in the Netherlands. This act, which will apply to bankruptcies opened on or after 1 January 2019, is aimed at updating Dutch bankruptcy law to bring it more in line with modern practice. In this blog post, I give an overview of the background to the MBPA and the most important measures provided for in this law. Continue reading “Modernisation of Bankruptcy Procedure Act to enter into force in the Netherlands”

Het failliet van de vzw?

Een eerste empirisch onderzoek naar de invloed van Boek XX op VZW’s

Sinds 1 mei 2018 kunnen vzw’s, ivzw’s en stichtingen failliet gaan. Een kort empirisch onderzoek toont aan dat tussen 1 mei 2018 en 1 november 2018 72 vzw’s failliet werden verklaard.  Continue reading “Het failliet van de vzw?”

Hof van Cassatie: quasi-immuniteit bestuurder niet van toepassing bij bijzondere faillissements-aansprakelijkheid wegens kennelijk grove fout

Cass. 12 oktober 2018, C.17.0614.N/1

In een arrest van 12 oktober 2018 oordeelt het Hof van Cassatie dat een bestuurder van een gefailleerde vennootschap geen beroep kan doen op de regel van de quasi-immuniteit indien hij een kennelijk grove fout beging die heeft bijgedragen tot het faillissement. Daarmee bevestigt het Hof van Cassatie het oordeel van de appelrechters (Antwerpen 15 juni 2017, TRV-RPS 2018, 541, noot R. VERHEYDEN), zij het in andere bewoordingen. Continue reading “Hof van Cassatie: quasi-immuniteit bestuurder niet van toepassing bij bijzondere faillissements-aansprakelijkheid wegens kennelijk grove fout”

Faillissementsfraude: civiel recht brengt enig soelaas

In het meest recente nummer van De Juristenkrant stippen Frederik De Leo en Roel Verheyden de burgerrechtelijke middelen aan waarover de curator en individuele schuldeisers beschikken wanneer zij geconfronteerd worden met faillissementsfraude. De aanleiding daartoe is een recente Panoreportage, waarin de zogenaamde phoenixing-praktijk aan de kaak werd gesteld. De auteurs schrijven daarover het volgende: Continue reading “Faillissementsfraude: civiel recht brengt enig soelaas”

Ook paulianeuze onrechtmatige daadsvordering ingesteld tijdens faillissement valt onder Brussel I-verordening

Conclusie van AG Bobek in de zaak C‑535/17

Op 18 oktober 2018 concludeerde de advocaat-generaal van het Hof van Justitie dat de Nederlandse Peeters/Gatzen-vordering, ingesteld in een geschil met een Belgische verweerder onder het toepassingsgebied van de Brussel I-verordening valt en dus niet onder de Insolventieverordening. Dit zou impliceren dat de rechterlijke bevoegdheid inzake de onrechtmatige daadsvordering ingesteld tijdens een faillissementsprocedure beheerst wordt door de regels van de Brussel I-verordening, die als centraal uitgangspunt de bevoegdheid van de lidstaat van de verweerder hanteert,  en dus niet door het recht van de lidstaat waar de insolventieprocedure is geopend.

De Peeters/Gatzen-vordering komt grosso modo overeen met de Belgisch vordering tot vergoeding van collectieve schade.

Continue reading “Ook paulianeuze onrechtmatige daadsvordering ingesteld tijdens faillissement valt onder Brussel I-verordening”

Aanstelling voorlopig bewindvoerder: een onderbenutte maatregel tegen frauduleus faillissement

Recent kwamen de gevolgen en werkwijze van frauduleuze faillissementen opnieuw in de publieke belangstelling.  In het recentste nummer van de Juristenkrant betoogt meester Vincent Verlaeckt dat er effectief middel bestaat tegen frauduleuze faillissementen en de gekende lege dozen: de (ambtshalve) aanstelling van een voorlopig bewindvoerder (artikel XX.32 WER).

Verlaeckt argumenteert dat door een tijdige ambtshalve interventie van de Voorzitter van de rechtbank van koophandel, enerzijds activa kunnen bewaard blijven die anders dreigen te verdwijnen op een bedrieglijke (of toch rangverstorende) manier en anderzijds insolvabele elementen sneller uit het handelsverkeer kunnen genomen worden, door een faillietverklaring op dagvaarding van de bewindvoerder.

Verlaeckt schrijft hierover over onder meer: Continue reading “Aanstelling voorlopig bewindvoerder: een onderbenutte maatregel tegen frauduleus faillissement”

Council agreed on a general approach on the proposal for a Directive on insolvency, restructuring and second chance

Yesterday (11 October 2018), the Justice and Home Affairs Council has agreed on a general approach on the proposal of the Commission (22 November 2016) for a Directive on “preventive restructuring frameworks, on discharge of debt and disqualifications and measures to increase the efficiency of procedures concerning restructuring, insolvency and discharge of debt”. The general approach goes further than the partial general approach that was reached during the Council meetings on 4 and 5 June 2018. The approach reached yesterday also includes Titles I (General Provisions), II (Preventive restructuring frameworks) and VI (Final provisions).

As stated on its website, the position of the Council keeps all the main elements of the initial Commission’s proposal but provides more flexibility for Member States to adapt the new legislation to their existing frameworks. In particular, the Council has amended the provisions on: Continue reading “Council agreed on a general approach on the proposal for a Directive on insolvency, restructuring and second chance”

Schuldeisers tegen uitkeringen en bevoordeling bij rechtspersonen

Lab rat Gillis Lindemans verdedigt op 29 oktober aan de KU Leuven zijn proefschrift: “Actio pauliana: remedie met toekomst voor schuldeisers van rechtspersonen”. Meer info vindt u hier. In deze post krijgt u alvast een voorsmaakje.

Als een schuldenaar zijn schuld niet betaalt, dan kan de schuldeiser beslag leggen op zijn goederen. Holt de schuldenaar zijn vermogen uit, dan dus ook het onderpand van zijn schuldeiser. De schuldeiser heeft daartegen een krachtige remedie: de actio pauliana. De schuldeiser kan daarmee rechtshandelingen aanvechten waarmee zijn schuldenaar hem bewust of bedrieglijk benadeelt.

Het lijkt daarbij van geen belang of de schuldenaar een natuurlijke persoon of een rechtspersoon is. Nochtans scheppen rechtspersonen een bijzonder risico.

Continue reading “Schuldeisers tegen uitkeringen en bevoordeling bij rechtspersonen”

Over de gedeeltelijke kwijtschelding bij faillissement

Onderscheid tussen collectieve en individuele schade ook relevant bij kwijtschelding na faillissement

Kwijtschelding impliceert dat de gefailleerde natuurlijke persoon ten aanzien van de schuldeisers in beginsel wordt bevrijd van alle restschulden die bestaan bij de sluiting van het faillissement.  De kwijtschelding geldt niet voor (i) onderhoudsschulden van de gefailleerde en (ii) schulden voortvloeiend uit de verplichting tot herstel van de schade verbonden aan het overlijden of aan de aantasting van de lichamelijke integriteit van een persoon waaraan de gefailleerde schuld heeft (art. XX.173, §1 al. 2 WER).

Dit artikel vermeldt, anders dan bij de regels inzake vermindering of kwijtschelding bij een collectief akkoord (art. XX.73 WER) strafrechtelijke boetes niet. Art. 464/1 Sv bepaalt echter dat de kwijtschelding of vermindering van de straffen in het raam van een collectieve insolventieprocedure of burgerlijke beslagprocedure enkel kan worden toegestaan met toepassing van het koninklijk genaderecht.

Boedelschulden worden door de wetgever evenmin vermeld. Het Hof van Cassatie oordeelde onder het stelsel van de Faillissementswet dat de verschoonbaarheid niet van toepassing is op de boedelschulden (Cass. 5 oktober 2007, RW 2010-11, 381). Deze uitzondering geldt ook onder het stelsel van de kwijtschelding.

Na verzet door een belanghebbende kan kwijtschelding worden geweigerd, hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk. Dit laatste is nieuw. De mogelijkheid van gedeeltelijke kwijtschelding bij verzet van een derde-belanghebbende geeft de rechtbank de mogelijkheid om in grijstinten te schilderen i.p.v. het oude zwart/wit- regime van de verschoonbaarheid. Continue reading “Over de gedeeltelijke kwijtschelding bij faillissement”

De Smallsteps-zaak: meer dan een jaar later

Samenvattende bijdrage “Het stil faillissement na de Smallsteps-zaak: uit het oog, maar niet uit het hart” in TBH-RDC

Indien we via dit forum een wedstrijd zouden organiseren waarin we het meest spraakmakende insolventierechtelijke arrest van de voorbije twee jaar zouden verkiezen, dan zou het Smallsteps-arrest wellicht bijzonder hoog scoren. Het Smallsteps-arrest had immers tot gevolg dat het Belgische stil faillissement nooit verder is geraakt dan de parlementaire voorbereidingen (de geschrapte art. XX.33-34 WER). In de wandelgangen was dit arrest dan ook met enige regelmaat het geliefkoosde insolventie- én arbeidsrechtelijke onderwerp.

Opmerkelijk is evenwel dat die informele gesprekken de Belgische auteurs niet in beweging hebben gezet, althans niet in dezelfde mate als bij onze Noorderburen, waar volledige tijdschriftafleveringen en conferenties besteed werden/worden aan enkel en alleen (de gevolgen van) dit arrest (zie bv. het pre-packxit symposium te Groningen). In de Belgische doctrine beperken de sporen van dit “fossiel”, behoudens de enkele zeer lezenswaardige bijdragen van Roman Aydogdu (ULg, ULB)[1], zich voornamelijk tot kanttekeningen in bepaalde verslagboeken en een verkeerde nummering in een aantal concordantietabellen. De trouwe lezer van het Corporate Finance Lab werd daarnaast ten tijde van het verschijnen van dit arrest even bestookt met onze berichtgevingen (zie o.a. hier, hier, hier, hier en hier).

Mogelijk valt dit gebrek aan doctrinaire aandacht te verklaren doordat Continue reading “De Smallsteps-zaak: meer dan een jaar later”

In wiens belang moet het bestuur van een vennootschap/boedel handelen?

Frederik De Leo (KU Leuven, UHasselt) in het Tijdschrift voor Privaatrecht

In de meest recente aflevering van het Tijdschrift voor Privaatrecht gaat Frederik De Leo (KU Leuven, UHasselt) in op de aloude vraag in wiens belang het bestuur van een vennootschap moet handelen. Interessant is dat dit onderwerp in één adem behandeld wordt met het “boedelbelang”, momenteel nog een onderbelicht concept in de Belgische doctrine.

Na de vaststelling dat de huidige juridische doctrine in binnen- en buitenland niet in staat is om een éénduidig antwoord te geven op de centrale onderzoeksvraag, wordt ten rade gegaan bij verschillende rechtseconomische theorieën over vennootschappen én insolventieprocedures. Achtereenvolgens passeren de revue: de transactiekostentheorie, de contracttheorie, de eigendomstheorie, de agent-principaaltheorie, de law & finance literatuur, de teamproductietheorie, de creditors’ bargain theorie, de ruime contracttheorie, de complexe wanorde theorie, de teamproductietheorie en de expliciete waarden theorie.

Tijdens een kritische bespreking van voornoemde theorieën worden telkens de aanwezige bouwstenen geïdentificeerd die nodig zouden zijn om een uniforme theorie  over het vennootschaps- en boedelbelang vorm te geven. Vervolgens neemt de auteur de normatieve stelling in dat het bestuur van een vennootschap/boedel in het belang van de residuele economische eigenaars (residual owners) moet handelen. Dit rechtseconomisch begrip wordt in de bijdrage verder geconcretiseerd aan de hand van een glijdende schaal: Continue reading “In wiens belang moet het bestuur van een vennootschap/boedel handelen?”