Hoe vlak is het speelveld tussen vennootschappen en verenigingen?

Is er nood aan oprichtersaansprakelijkheid in een VZW?

De VZW was volgens art. 1 al. 3 VZW-Wet een vereniging “welke niet nijverheids- of handelszaken drijft”.  Art. 1 al. 3 VZW-Wet was eigenaardig descriptief geformuleerd. Dit moest ondanks die formulering als een verbod worden gelezen.

Het WVV herneemt deze beperking niet langer voor VZW’s. Deze post argumenteert dat dit een goede zaak is, maar stelt de vraag of het vennootschapsrecht, anders dan het ondernemingsrecht, de consequenties van deze keuze wel heeft doorgetrokken. Continue reading “Hoe vlak is het speelveld tussen vennootschappen en verenigingen?”

Zal het insolventierecht de wereld redden?

“Over de schutting” | Oratie gehouden op 1 april 2019 te Leiden ter gelegenheid van de TPR Wisselleerstoel (8)

Eerdere posts schonken aandacht aan enkele technologieën om de scherpe kantjes van afgescheiden vermogen en beperkte aansprakelijkheid af te vijlen: publiciteit, en uitkeringsverplichtingen, uitkeringsbeperkingentoerekeningsregels voor vennootschapsschuldenbestuursaansprakelijkheid.

Deze technologieën staan onder druk. Het internationaalrechtelijk aanknopingspunt voor deze regels wordt immers in belangrijke mate bepaald door het het toepasselijke vennootschapsrecht: de lex societatis. In België gold dat je het toepasselijk vennootschapsrecht niet vrij kan kiezen: je moet het recht kiezen van het economische zwaartepunt van de vennootschap, de werkelijke zetel. Vanuit het idee dat de rechtspersoon in belangrijke mate een figuur met derdenwerking is, vind ik het geen gek idee dat de insiders niet totaal vrij kunnen kiezen. Bij een contract ligt vrije keuze voor de hand; bij figuren met derdenwerking dringt een objectieve aanknopingsfacor zich op. In het goederenrecht is dit de lex rei sitae, de plaats waar een zaak zich werkelijk bevindt, in het vennootschapsrecht is dat de werkelijke zetel. De keuze om vrij het toepasselijk recht te kiezen voor figuren die tegenwerpelijk zijn aan derden wordt in The Code of Capital van Pistor terecht als zeer problematisch beschreven. Continue reading “Zal het insolventierecht de wereld redden?”

Cash pooling: 7 tips om bestuurdersaansprakelijkheid te vermijden

Vooraleer een groepsvennootschap deelneemt aan een cash pool, moet ze nagaan of dit in haar belang is. Indien dit niet zo is, dreigt bestuurdersaansprakelijkheid (I). Ook lopende de cash-pooling-overeenkomst moeten de bestuurders de vinger aan de pols van het vennootschapsbelang houden, zeker indien er solvabiliteitsproblemen ontstaan binnen de groep (II). Om het risico op een schending van het vennootschapsbelang te verkleinen, kan men een aantal richtlijnen in acht nemen bij het vormgeven van de cash pool (III). Continue reading “Cash pooling: 7 tips om bestuurdersaansprakelijkheid te vermijden”

Cashpooling bij nakende insolventie

Opiniebijdrage door Sofie Cools & Joeri Vananroye

Deze post verscheen eerder op 11 oktober 2019 als een opiniebijdrage op De Tijd.

Bestuurders van een Belgische dochtervennootschap van Thomas Cook zouden enkele miljoenen euro hebben doorgestort naar de Britse moedervennootschap kort voor haar faillissement.  Volgens de berichtgeving in de pers was de transfert het gevolg van een systeem van cashpooling.

Cashpooling is een afspraak tussen vennootschappen, doorgaans van eenzelfde groep, dat wanneer één van hen cash op overschot heeft, zij dat ter beschikking stelt aan een andere vennootschap in de cash pool die op dat ogenblik geld nodig heeft. Dat gebeurt via een centrale rekening, meestal op naam van de moedervennootschap.

Cashpooling is niet verboden, en maar goed ook. Cashpooling heeft namelijk grote voordelen. Door mekaar onderling geld te lenen, kunnen groepsvennootschappen vermijden dat ze interesten moeten betalen aan de bank voor sommen die bij een andere vennootschap ongebruikt op de rekening staan. De interest die de ene vennootschap betaalt om te lenen is normaal hoger dan de interest die de andere vennootschap op haar rekening ontvangt; het verschil is winst voor de groep.

Delicaat Continue reading “Cashpooling bij nakende insolventie”

Wie onderneemt onder het mom van een spookvennootschap is persoonlijk aansprakelijk

Cassatie 28 september 2018 (C.18.0044.N)

Een arrest van het Hof van Cassatie van 28 september 2018 (C.18.0044.N) stelt in het licht dat wie handel drijft in naam van een vennootschap die niet (meer) bestaat, uiteraard zelf aansprakelijk is voor de verbintenissen van die vennootschap.

Misschien niet helemaal toevallig ging het om een Centros-bijkantoor, een Engelse Limited met een Belgisch bijkantoor en louter een brievenbus in het Verenigd Koninkrijk. Naar Engels recht was deze vennootschap na ontbinding opgehouden te bestaan.  Deze beslissing, ook gepubliceerd in nr. 5 van de lopende jaargang van het RW, luidt als volgt: Continue reading “Wie onderneemt onder het mom van een spookvennootschap is persoonlijk aansprakelijk”

Over de nettoactief- en liquiditeitstest

Technische nota’s IBR inzake de nettoactief- en de liquiditeitstest

Het DNA van een vennootschap met volkomen rechtspersoonlijkheid bestaat uit afgescheiden vermogen en beperkte aansprakelijkheid. Door afgescheiden vermogen krijgen vennootschapsschuldeisers een exclusieve aanspraak op de activa van de vennootschap. Door beperkte aansprakelijkheid hebben die vennootschapsschuldeisers geen aanspraak op de persoonlijke activa van de aandeelhouders.

Een uitkering aan de aandeelhouders maakt van een vennootschapsactief een persoonlijk actief van de schuldeisers. Door een uitkering kruipen de aandeelhouders vóór de vennootschapsschuldeisers en ontkomen ze aan hun achtergestelde positie. Dit verrast des te meer omdat de beslissing tot uitkering toekomt aan die aandeelhouders zelf (dan wel in sommige gevallen aan het bestuur aangesteld door die aandeelhouders). 

In het privaatrecht is er een gezonde regel Nemo liberalis nisi liberatus. Vertaald: je kan maar geschenken beginnen uit te delen als je schuldeisers zijn voldaan. Continue reading “Over de nettoactief- en liquiditeitstest”

De alarmbelprocedure in het WVV: hoe en waarom nu weer precies?

Een post door gastblogger Lize Van Looy

Geen enkele wet kan voorkomen dat vennootschappen blootgesteld worden aan het ondernemingsrisico en verliezen zullen lijden, ook niet het WVV. Toch kunnen de aantastingen van het vennootschapsvermogen dermate vergaand zijn dat de continuïteit van de vennootschap in gevaar komt. In dat kader schrijft de Belgische wetgever de toepassing van de fameuze alarmbelprocedure voor. Een ex post beschermingsmaatregel die erop gericht is om het bestuursorgaan aan het denken te zetten over de toekomst van de verlieslatende vennootschap.

Wanneer trekt het bestuursorgaan aan de alarmbel?

De alarmbelprocedure werd in het WVV grotendeels behouden, met het verschil dat het moment waarop de alarmbel geluid moet worden, anders wordt ingevuld. Deze aanpassing was noodzakelijk gezien de afschaffing van het kapitaal in de BV. Voor de nieuwe invulling zocht men aansluiting bij een andere nieuwigheid van het WVV: de dubbele uitkeringstest. Continue reading “De alarmbelprocedure in het WVV: hoe en waarom nu weer precies?”

The Code of Capital: How the Law Creates Wealth and Inequality 

KU Leuven Campus Brussels | Monday 4 November 2019

9780691178974Professor Katharina Pistor (Columbia Law School) presents on Monday 4 November 2019 in Brussels her book The Code of Capital on how the law shapes the distribution of wealth.

This book develops i.a. the topics which Professor Pistor touched upon in her Heremans Lectures as Global Law Professor at the KU Leuven in 2016.

“This is a fascinating book that demonstrates how the rights of capital have been entrenched in the international legal system. The Code of Capital opens the way for a thoughtful discussion about the treaties on capital flows and privileges that need to be rewritten. A must-read.”

Thomas Piketty

Programme

16.30: Welcome by Professor Dirk Heremans (emeritus KU Leuven)

16.40: Lecture by Professor Katharina Pistor (Columbia Law School)

17.40: Belgian responses by

  • Professor Koen Geens (KU Leuven and Minister of Justice of Belgium)
  • Professor Ludo Cornelis (emeritus VUB)
  • Professor Joeri Vananroye (KU Leuven)

18.10: Q&A

18.30: End

Venue Continue reading “The Code of Capital: How the Law Creates Wealth and Inequality “

Zijn vennootschapsbestuurders ook ondernemingen?

A. Van Hoe en N. Appermont, “Iedereen onderneming: wat met vennootschapsbestuurders?”, TBH/RDC 2019, 494-503.

Sinds de inwerkingtreding van het nieuwe ondernemingsrecht op 1 november 2018 heeft het de Belgische wetgever het verouderde handelaarsbegrip definitief ten grave gedragen en vervangen door een meer hedendaags ondernemingsbegrip. Enkele maanden vóór datum trad overigens ook het nieuwe insolventierecht (Boek XX WER) in werking. De gevolgen voor de rechtspraktijk zijn groot.

In de kielzog van deze wetgevende omwenteling rijzen echter verschillende vragen. Eén van deze vragen betreft de positie van de vennootschapsbestuurder[1] binnen het nieuwe ondernemingsrecht. Is de vennootschapsbestuurder ook een onderneming? En welke juridische gevolgen zou het kleven van het juridisch etiket op het voorhoofd van de vennootschapsbestuurder hebben? Kan een vennootschapsbestuurder dan ook failliet worden verklaard? Deze vragen hebben inmiddels reeds aanleiding gegeven tot uiteenlopende rechtspraak.[2]

Belang

Het antwoord op deze vragen is voor de rechtspraktijk niet zonder belang. Hoewel men op het eerste gezicht zou kunnen denken dat een vennootschapsbestuurder het faillissement te allen prijzen zou willen vermijden, gaat deze redenering in de brave new world van het ondernemingsrecht niet meer steeds op. Continue reading “Zijn vennootschapsbestuurders ook ondernemingen?”

Call for proposals: Corporate & Organizational Decision-Making

By: Business & Liability Research Network (Leiden University)

The Business & Liability Research Network (BLRN) – a partnership between the Company Law department and the Business Studies department of the Leiden Law School – is launching its call for proposals for a new book project on the topic of Corporate & Organizational Decision-Making.

The Business & Liability Research Network

BLRN focuses on innovative and multidisciplinary research in the areas of (i) Good Corporate Governance, (ii) Distress & Insolvency and (iii) Future Business Structures. It was launched in 2018 with an opening conference on “Business Resilience”, which proved to be the prelude to a successful first year.

The network offers the possibility to bring together different research areas (legal and business research) as well as practice and the academic world, leading to innovative perspectives on current issues.

BLRN Book Project

The topic of decision-making in corporations and organizations is receiving increased attention due to the impact of technological developments, discussions on corporate governance and practical examples of (inadequate) decision-making processes. In this project, BLRN aims to highlight corporate & organizational decision-making from a multidisciplinary perspective. From both a legal and business perspective, research will be conducted within the sphere of the three research areas of BLRN: (i) Good Corporate Governance, (ii) Distress & Insolvency and (iii) Future Business Structures. This includes, for example, the relationship between corporate governance and entrepreneurship, the way in which various actors should act during insolvency and the impact of technological developments on a company. Continue reading “Call for proposals: Corporate & Organizational Decision-Making”

`Corporate social responsibility´ voorbij de mooie woorden

“Over de schutting” | Oratie gehouden op 1 april 2019 te Leiden ter gelegenheid van de TPR Wisselleerstoel (7)

In eerdere posts bespraken we enkele technieken die beperkte aansprakelijkheid en vermogensafscheiding voor de rechtsorde verteerbaar maken. De vierde techniek is misschien wel de meest miskende: bestuursaansprakelijkheid.

Aansprakelijkheid van bestuurders wordt meestal gezien als een remedie in het belangenconflict tussen aandeelhouders en bestuurders. Toch heeft bestuursaansprakelijkheid ook en vooral een derdenbeschermende functie. Dit is krachtige remedie: in het goederenrecht is het onbekend dat een zakelijk recht zich keert tegen de rechthebbende. Hier wordt zeer duidelijk wat het voordeel is om het afgescheiden vermogen te personifiëren: het krijgt een eigen belang en eigen ius standi, waardoor het zich tegen de eigenaars kan keren.

Dat is duidelijk bij de externe bestuursaansprakelijkheid van bestuurders jegens individuele slachtoffers van een onrechtmatige daad. De omstandigheid dat de aansprakelijkheid ook wordt toegerekend aan een rechtspersoon ontheft de bestuurder niet van eigen aansprakelijkheid. Dit is een belangrijke rem op moral hazard en het opportunistisch spelen met vermogenssplitsing.

Ook interne bestuursaansprakelijkheid, de aansprakelijkheid jegens de rechtspersoon zelf, beschermt externen. Als ik dit poneer slaan collega’s wel eens zuchtend de ogen ten hemel, verwonderd om zoveel onbegrip. Continue reading “`Corporate social responsibility´ voorbij de mooie woorden”

UK Supreme Court enables expansive supply chain liability

A parent company’s liability for damage caused by its subsidiary is grounded in control

On 10 April 2019, in Vedanta v Lungowe, the UK Supreme Court confirmed the England and Wales Court of Appeal’s decision that Vedanta may owe a duty of care to neighbours of the copper mine operated by its Zambian subsidiary. The judgment is important in three respects. First, Vedanta v Lungowe marks the first time the UK Supreme Court found that a duty of care vis-à-vis parties other than the subsidiary’s employees may be owed by the parent company (albeit in its capacity of operator). Second, this duty of care is not novel and, therefore, the lenient test for adjudicatory jurisdiction is applicable. Third, in dicta, the UK Supreme Court clarified the legal basis and scope of supply chain liability.

In this post, the UK Supreme Court’s ruling is discussed, including the assessments of jurisdiction at a preliminary stage and the issue of novelty. It also reviews the implications of the Court’s dicta for the doctrine of supply chain liability. Continue reading “UK Supreme Court enables expansive supply chain liability”

Proefschrift A. Karapetian (Groningen) over bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad bij noodlijdende onderneming

9200000105529340Mr. Arpi Karapetian promoveerde op 14 maart 2019 aan de Universiteit van Groningen cum laude op het proefschrift: ‘Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. Civielrechtelijke en strafrechtelijke normen voor bestuurders van noodlijdende ondernemingen’. Deze post bespreekt het onderzoek en gaat in op enkele conclusies m.b.t. het verband tussen het civielrechtelijk en strafrechtelijk normenkader; de beoordeling van selectieve betalingen voorafgaand aan het faillissement; en de beoordeling van de rechtmatigheid van het gedrag van bestuurders bij reddingspogingen.

Het leerstuk van de bestuurdersaansprakelijkheid beslaat een veelheid aan wettelijke en niet-wettelijke regels en beginselen over een breed palet aan onderwerpen. Er zijn naar Nederlands recht (maar zeker ook in andere jurisdicties) verschillende grondslagen van aansprakelijkheid aan te wijzen voor de bestuurder van een vennootschap. Continue reading “Proefschrift A. Karapetian (Groningen) over bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad bij noodlijdende onderneming”

Interne vermogenssplitsing: van de vennootschapsgroep tot de eenpersoonsvennootschap

“Over de schutting” | Oratie gehouden op 1 april 2019 te Leiden ter gelegenheid van de TPR Wisselleerstoel (3)

Vermogenssplitsing (afgescheiden vermogen en beperkte aansprakelijkheid) biedt, bleek uit een vorige post, evidente voordelen bij een bepaald gebruik in het ondernemingsrecht. Het schoolvoorbeeld is de beursgenoteerde onderneming met vele aandeelhouders.

Is de verklaring voor de positieve waardering van vermogenssplitsing in het ondernemingsrecht dan dit: ‘de voordelen zijn grosso modo groter dan de nadelen’? Dat speelt zeker een rol maar is geen voldoende verklaring. Het eerdere geschetste schoolvoorbeeld van één vennootschap met één handelsfonds en vele aandeelhouders komt in de eenvoudig vorm waarin het werd voorgesteld simpelweg nooit voor. Continue reading “Interne vermogenssplitsing: van de vennootschapsgroep tot de eenpersoonsvennootschap”

De na- en voordelen van vermogenssplitsing

“Over de schutting” | Oratie gehouden op 1 april 2019 te Leiden ter gelegenheid van de TPR Wisselleerstoel (2)

In een vorige post bleek dat het ondernemingsrecht positiever aankijkt tegen vermogenssplitsing (beperkte aansprakelijkheid en afgescheiden vermogen) dan het privaatrecht.

Laten we dit vooropstellen: de traditionele weerzin tegen vermogenssplitsing is volkomen te begrijpen. De nadelen van beperkte aansprakelijkheid en afgescheiden vermogen zijn evident.

Wie geniet van beperkte aansprakelijkheid wordt verleid tot roekeloos gedrag. Hoog rendement gaat vaak samen met een groot risico. Beperkte aansprakelijkheid laat toe om het rendement zelf ten volle te genieten en het risico grotendeels af te wentelen op derden. Als de vennootschap insolvent is kan de aandeelhouder de sleutels afgeven aan de schuldeisers en zonder verdere aansprakelijkheid vertrekken. Beperkte aansprakelijkheid stimuleert een activiteit, heet het vaak. Dat is juist, maar het recht is er net vaak op ingesteld om activiteiten af te remmen, bv. als het negatieve effecten voor derden heeft. Aansprakelijkheid zorgt ervoor dat het rechtssubject deze externaliteiten internaliseert en er terug rekening mee houdt in zijn gedrag. Beperkte aansprakelijk kan deze internalisering ongedaan maken.

Ook het afschermen van activa van schuldeisers laat toe om te ontkomen aan aansprakelijkheid. In dat opzicht zijn beperkte aansprakelijkheid en vermogensafscheiding, hoewel juridisch verschillende technieken, economisch erg gelijkend. Het verschil zit ‘m in de klasse van schuldeisers die getroffen worden: de vennootschapsschuldeisers door beperkte aansprakelijkheid, de persoonlijke schuldeisers door vermogensafscheiding.

Zich onttrekken aan aansprakelijkheid is problematisch omdat aansprakelijkheid de belangrijkste remedie is die de jurist in zijn of haar gereedschapskist heeft. Continue reading “De na- en voordelen van vermogenssplitsing”