‘Enterprise liability’ for entities of a group?

Allowing creditors of one member of a corporate group to pierce horizontally to reach the assets of other members

Belgian private law is traditionally very distrustful of asset partitioning in the shape of both owner shielding and entity shielding. It has inherited from the 19th century French doctrine (Aubry & Rau) the idea that: (i) only persons have an estate; and (ii) every person has only one estate. An ‘estate’ (‘vermogen’ / ‘patrimoine’) is a pool of assets which serves as collateral for a pool of liabilities. Accordingly, the traditional théorie du patrimoine entails that a person cannot have separate pools of assets which serve as collateral for separate pools of liabilities. This theory betrays a strong distrust of asset partitioning, both internal and external.

In the beginning of the 19th century the rule ‘one person, one and only one estate’ was generally understood as referring to natural persons. The incorporation of legal persons, particularly of legal persons with owner shielding (limited liability), was exceptional and restricted. It was limited to certain types of activities and subject to governmental authorization. As a result, the 19th century doctrine of ‘one person, one and only one estate’, while at face value barely modified, presently has completely different practical consequences. Presently a natural person can easily incorporate, control and benefit from, one or more legal persons.

This raises the important question: Why is the traditional animus against asset partitioning not an issue, or less so,  in case the technique of the corporate form with legal personality is used to bring about such asset partitioning? Continue reading “‘Enterprise liability’ for entities of a group?”

The relevance of rules constraining or enjoining distributions in organizational law

Donner et retenir ne vaut: a rule protecting personal creditors

In the French-Belgian legal tradition the technique of the legal person was restricted during the 19th century to entities with a ‘for profit’ nature, i.e. entities geared towards the distribution of the profits towards members. The distrust of non-profit entities should partially be understood as a legacy of the French Revolution and the cultural, political and social struggles of the 19th century (a distrust of intermediary bodies, a hostile attitude towards religious organizations, guilds and trade unions;) (J. Vananroye, Morele wezens en wetsontduikende monniken, opening address at the Belgian Supreme Court on the occasion of the opening of the judicial year 2012, Antwerp, Intersentia, 2012, 2, nr. 2).

A present-day justification of a positive bias towards ‘for profit’ entities would be this: the legal obligation to distribute any profits causes the shares of the shareholders to be a valuable bundle of rights; this makes the shares into an economically valuable asset which can be seized by the personal creditors of the shareholders; and this in turn mitigates the harmful effects of asset partitioning for these personal creditors. Continue reading “The relevance of rules constraining or enjoining distributions in organizational law”

Schuldeisers tegen uitkeringen en bevoordeling bij rechtspersonen

Lab rat Gillis Lindemans verdedigt op 29 oktober aan de KU Leuven zijn proefschrift: “Actio pauliana: remedie met toekomst voor schuldeisers van rechtspersonen”. Meer info vindt u hier. In deze post krijgt u alvast een voorsmaakje.

Als een schuldenaar zijn schuld niet betaalt, dan kan de schuldeiser beslag leggen op zijn goederen. Holt de schuldenaar zijn vermogen uit, dan dus ook het onderpand van zijn schuldeiser. De schuldeiser heeft daartegen een krachtige remedie: de actio pauliana. De schuldeiser kan daarmee rechtshandelingen aanvechten waarmee zijn schuldenaar hem bewust of bedrieglijk benadeelt.

Het lijkt daarbij van geen belang of de schuldenaar een natuurlijke persoon of een rechtspersoon is. Nochtans scheppen rechtspersonen een bijzonder risico.

Continue reading “Schuldeisers tegen uitkeringen en bevoordeling bij rechtspersonen”

Personenvennootschappen in het ontwerp-WVV: welke regels vallen op door hun afwezigheid of behoud?

Met een gastrol voor ‘gold-plating’

Een wetgevend project kenmerkt zich evenzeer door wat het niet wijzigt, als door wat het wel wijzigt. Dat op vlak van bestuursaansprakelijkheid de bestaande minderheidsvordering, ondanks evidente gebreken, niet werd opgelapt in het ontwerp-WVV zegt even veel over de maatschappelijke keuzes van het ontwerp als de invoering van een ‘cap’ op bestuursaansprakelijkheid.

Vorige posts behandelden enkele opvallende nieuwigheden voor maatschap, VOF en CommV. Het ontwerp behoudt ook veel; vele bepalingen zijn nog altijd een on- of nauwelijks gewijzigde kopie van de bepalingen uit art. 1832 e.v. van de Code civil  van 1804 (maatschap) of de Vennootschapswet van 1873 (VOF en CommV).

Deze post behandelt kort enkele regels die opvallen door dat ze bleven of ongeregeld werden gelaten. En soms is dit ook relevant voor de meer courante vennootschapsvormen. Continue reading “Personenvennootschappen in het ontwerp-WVV: welke regels vallen op door hun afwezigheid of behoud?”

De vereffening van de maatschap in W.Venn en ontwerp-WVV: over de gevaren van recyclage

Lees maar, er staat niet wat er staat (Nijhoff)

UPDATE: art. 4:421 WVV  werd geamendeerd in de zin van het voorstel in deze post.

De vereffening van de maatschap wordt door het W.Venn. laconiek geregeld in art. 55:

“De regels betreffende de verdeling van de nalatenschappen, de vorm van die verdeling en de verplichtingen die daaruit tussen de mede-erfgenamen ontstaan, zijn toepasselijk op de vereffening tussen vennoten van vennootschappen bedoeld in dit boek.”

Dit een herneming van oud art. 1871 van het Burgelijk Wetboek van 1804.

Dit is een verwijzing die problematischer is dan het lijkt. Bij de onverdeelde nalatenschap is er geen vereffening zoals de vennootschapsjurist die kent, waarbij eerst de gemeenschappelijke schuldeisers worden voldaan alvorens het actief “netto” wordt overgedragen. De vereffening van de nalatenschap gebeurt in het belang van de erfgenamen en de positie van de nalatenschapsschuldeiser is soms erg onbeschermd. Je hebt in de nalatenschap drie verschillende soorten nalatenschapsschuldeisers:

  • Boedelschuldeisers met een uitvoerbare titel kunnen de boedelgoederen uitwinnen en genieten daarbij een preferentie.
  • Boedelschuldeisers zonder uitvoerbare titel kunnen de nalatenschapsgoederen niet uitwinnen en dienen een bruto-verdeling te ondergaan. Ze verliezen daarbij hun voorrang.
  • Boedelschuldeisers die toevoelig ook erfgenaam zijn, genieten door de figuur van de “inbreng van schulden” altijd van een vereffening in hun voordeel, ongeacht of ze een uitvoerbare titel hebben.

Voor een vennootschapsjurist zou dit verschil in behandeling, met een voortrekken van de insiders, choquerend moeten zijn. Dit is net de reden waarom in de loop van de 19de eeuw het concept van concursus werd uitgevonden voor vereffeningen. Continue reading “De vereffening van de maatschap in W.Venn en ontwerp-WVV: over de gevaren van recyclage”

De maatschap: de reeds goedgekeurde wijzigingen

Inschrijvingsplicht, boekhoudplicht, hoofdelijkheid, bestuursaansprakelijkheid en procesbevoegdheid

Een vorige post raakte kort de wijzigingen aan in het ontwerp-WVV voor de maatschap. Belangrijk; maar dit mag niet doen vergeten dat er al een hele reeks wijzigingen voor de maatschap werden goedgekeurd bij de invoering van boek XX (inwerkingtreding 1 mei 2018) en de Wet Hervorming Ondernemingsrecht (inwerkingtreding 1 november 2018).

Boek XX maakt het insolventierecht van toepassing op de maatschap en onderwerpt ook de zaakvoerders van maatschappen aan bepaalde bestuursaansprakelijkheden. De Wet Hervorming Ondernemingsrecht voert een inschrijvingsplicht in het KBO in, een boekhoudplicht, breidt de hoofdelijkheid uit tot alle maatschappen en regelt de procesbevoegdheid van de maatschap. Deze post gaat kort in op deze aspecten, met uitzondering van de insolventie van de maatschap die eerder aan bod kwam. Op het einde behandelen we wanneer welke regel in werking treedt.

We maken onderweg twee kleine uitstapjes naar het ontwerp van WVV: de ‘cap’ (in een stuk over de maatschap? ja) en het ruime toerekeningscriterium voor schulden. Continue reading “De maatschap: de reeds goedgekeurde wijzigingen”

‘Cuivre & Zinc’ wordt dertig

Cass. 20 juni 1988, TRV 1989, 540, noot P. Callens en S. Stijns: “Schijnvertegenwoordiging: een keerpunt!”

Wie met de trein Brussel-Zuid uitrijdt richting Gent of Parijs ziet onmiddellijk na het vertrek aan zijn rechterzijde in contrasterend metselwerk het opschrift van het Brussels magazijn van de voormalige Luikse Sociéte Anonyme des Usines à Cuivre et à Zinc. Dit magazijn bevindt zich in de Anderlechtse Tweestationsstraat, die Brussel-Zuid verbindt met het voormalige goederenstation Klein-Eiland.

De Belgische jurist kent de Usines à Cuivre et à Zinc, een voormalig kroonjuweel van de Luikse metaalindustrie, vooral van het Cuivre et Zinc-arrest van 20 juni 1988, dat morgen dertig wordt. Ik herinner me nog levendig de verbijstering bij professor Walter van Gerven in een les verbintenissenrecht in tweede kandidatuur rechten in 1993 toen hij zich realiseerde dat niemand in een cinemazaal vol studenten al gehoord had van dit arrest; de verwachtingen gesteld aan het middelbaar onderwijs waren toen duidelijker hoger dan nu.  Continue reading “‘Cuivre & Zinc’ wordt dertig”

Breaking news: Wetboek Vennootschappen en Verenigingen goedgekeurd door ministerraad

De Ministerraad heeft zopas het ontwerp van Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen goedgekeurd. Het gaat om wellicht de meest verregaande hervorming van het recht inzake vennootschappen, verenigingen en stichtingen die ons land ooit heeft gekend.

Continue reading “Breaking news: Wetboek Vennootschappen en Verenigingen goedgekeurd door ministerraad”

New EU rules on company law: more flexibility, more protection?

Company Law package may have large impact on cross-border mobility of EU companies

Yesterday, the European Commission launched two proposals for new rules on the cross-border mobility and digital registration of companies. The rules are intended to make it easier for companies to merge, divide or move within the European Union, as well as to prevent social dumping, tax evasion and other forms of abuse.

Continue reading “New EU rules on company law: more flexibility, more protection?”

APR-prijs voor beste juridische meesterproef aan KU Leuven naar Bram Van Baelen over beslag op aandelen

“Het uitvoerend beslag op aandelen in een BVBA”, Master KU Leuven

De APR-prijs 2016-2017 (Algemene Praktische Rechtsverzameling) voor beste meesterproef aan de KU Leuven is toegekend aan Bram Van Baelen voor zijn thesis “Het uitvoerend beslag op aandelen in een BVBA”. Promotor van de meesterproef was Prof. Dr. Joeri Vananroye.

De meesterproef gaat over de verschillende hindernissen die de persoonlijke schuldeisers van aandeelhouders kunnen ondervinden wanneer zij uitvoerend beslag willen leggen op aandelen in een BVBA. In eerdere blogposts hier over het belang van beslag op aandelen in “organizational law” en over het beslag op aandelen naar Belgisch recht kon u reeds de probleemstelling lezen.

Over de auteur

IMG_1153Bram Van Baelen behaalde met grote onderscheiding zijn Master in de Rechten aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven (bachelor 2013-2015; master 2015-2017, major: Economisch recht/ minor: Publiekrecht) en werkt sindsdien als assistent aan het Jan Ronse Instituut voor Vennootschaps- en Financieel Recht waar hij een proefschrift voorbereidt. Tijdens het schrijven van de meesterproef was hij voorzitter van LOKO, de Leuvense Overkoepelende Kringenorganisatie.

Over de meesterproef

Continue reading “APR-prijs voor beste juridische meesterproef aan KU Leuven naar Bram Van Baelen over beslag op aandelen”

Een rechtspersoon, het komt in de beste families voor

Cass. 10 februari 2017 (F.16.0027.N) over het gunsttarief in de Vlaamse erfbelasting

Kan wie vandaag geen natuurlijke persoon als valentijnsdate krijgt opgescharreld, even veel bevrediging vinden bij een rechtspersoon? Een arrest van het Hof van Cassatie  van 10 februari 2017 (F.16.0027.N) over de Vlaamse regels inzake erfbelasting geeft weinig hoop.

De Vlaamse erfbelasting voorziet een verlaagd tarief voor de verkrijging van aandelen uitgegeven door een familiale vennootschap.  Eén van de voorwaarden is dat de aandelen van de vennootschap op het ogenblik van het overlijden voor ten minste 50% in volle eigendom toebehoren aan de erflater en zijn familie. De wettekst definiëert ‘familie’ als familieleden in de gebruikelijke zin, zoals de partner, ouders, kinderen, broers en zussen.

Hoe zit het nu met de aandelen die worden gehouden door een andere vennootschap met rechtspersoonlijkheid die wordt gecontroleerd door zulke ‘fysieke’ familieden? Moeten deze aandelen die toebehoren aan déze familiale holdingvennootschap – die dus aandelen houdt in een andere vennootschap om wiens aandelen het gaat – ook beschouwd worden als toebehorende “aan de erflater en zijn familie”?

Continue reading “Een rechtspersoon, het komt in de beste families voor”

‘De konijnen van de konijnenwarande’: schemerdieren in het insolventierecht

“Onroerend door bestemming” als bescherming van de going concern-waarde

Uit de aard roerende voorwerpen die de eigenaar van een erf voor de dienst en de exploitatie van dat erf daarop geplaatst heeft, zijn op grond van art. 524 BW onroerend door bestemming. Elke Belgische jurist herkent de naïef-poëtische opsomming uit dit artikel met de verwijzing naar de duiven van de duiventillen, de konijnen van de konijnenwaranden,  de vissen van de vijvers…. (Zie hier en hier voor een een korte geschiedenis van het konijn en zijn warande in onze gebieden).

De mestgeur rond dit artikel doet vergeten dat het idee achter “onroerende goederen door bestemming” hetzelfde is als de hoofddoelstelling van het moderne insolventierecht, nl. voorkomen dat door een uitwinning een landbouwonderneming of andere feitelijke algemeenheid versplintert met vernietiging van de going concern-waarde te gevolg. Bij het “common pool”-problem dachten de stellers van het BW duidelijk aan een echte vijver.

Daarbij mag niet worden uit het oog verloren worden dat er in het BW van 1804 nog geen sprake was bezitloos pand noch van collectieve insolventieprocedures. (Het is overigens bij de konijnen af  dat een begrip als ‘samenloop’ nog altijd niet systematisch in het BW is geïntegreerd). Continue reading “‘De konijnen van de konijnenwarande’: schemerdieren in het insolventierecht”

Trust and freedom of establishment: some preliminary observations on the CJEU’s ruling in the Panayi Trust case

Trusts can be considered to be ‘entities’ which can come under the scope of the freedom of establishment

On September 14th 2017, the CJEU ruled on the Panayi Trust case (Case C-646/15), to which we have already referred in an earlier blog post. The CJEU’s ruling in the Panayi Trust case will provide ample opportunity for debate and reflection in the near future, especially with Brexit coming into view.

However, in this blog post we will restrict ourselves to a brief presentation of the case and some first observations regarding the question whether trusts can indeed come under the scope of the freedom of establishment. Continue reading “Trust and freedom of establishment: some preliminary observations on the CJEU’s ruling in the Panayi Trust case”

De rol van boekhoudtechniek in het ontstaan van afgescheiden vermogens

Tim Hartford (BBC) over oorsprong van dubbel boekhouden

In de BBC podcast 50 things that made the modern economy spreekt Tim Hartford deze week over de geschiedenis van dubbel boekhouden.

Rechtsvormende rol van boekhoudregels

Het belang van boekhoudtechniek overstijgt het boekhoudrecht Het is niet ongewoon dat een boekhoudkundige techniek het materieel recht de weg wijst. Continue reading “De rol van boekhoudtechniek in het ontstaan van afgescheiden vermogens”

‘Minting Capital: The Role of the Corporation’ by Katharina Pistor (Columbia)

The youtube channel of the European Corporate Governance Institute has an interesting video of a discussion on “Minting Capital: The Role of the Corporation”. Professor Katharina Pistor of Columbia University discusses how corporate law can be used to generate wealth for the persons using this “legal code’ and how this can be seen as a legal subsidy.

This presentation develops the topics which Professor Pistor touched upon in her Heremans Lectures as Global Law Professor at the KU Leuven in 2016. She is working on an upcoming book on these topics

%d bloggers like this: