Money (That’s What I Want). De invloed van de remuneratie van de advocaat op de actio mandati en minderheidsvordering

Corporate/Bankruptcy governance

In een aantal eerdere blogposten (zie hier en hier) werd reeds kort aangestipt dat de remuneratie van de curator invloed heeft op bankruptcy governance, en i.h.b. op het gedrag van de curator m.b.t. het instellen van bestuursaansprakelijkheidsvorderingen. De remuneratie zou moeten werken als een wortel die de belangen van de curator gelijkschakelt met die van zijn principaal, i.e. de gezamenlijke schuldeisers in de boedel. Helaas faalt het huidig Belgisch recht daarin (zie daarover F. DE LEO en D. CARDINAELS, “Het bureau voor rechtsbijstand is geen insolventieverzekeraar, maar wie dan wel? Over het prikkelend karakter van de remuneratie van de curator”, NjW 2017, te verschijnen).

In deze post wens ik kort in te gaan op een gelijkaardige situatie tijdens het leven van de onderneming: de invloed van de verloning van de advocaat op corporate governance, en i.h.b. op de actio mandati en minderheidsvordering (zie hierover de korte paragraaf in A. FRANCOIS, K. BYTTEBIER, K. FASTENAEKELS, T. VAN DE GEHUCHTE en L. VANDENBEMPT, “Omgaan met conflicten in vennootschappen: regeling van geschillen is meer dan geschillenregeling” in K. BYTTEBIER, A. FRANCOIS, E. JANSSENS, T. VAN DE GEHUCHTE (eds.), Omgaan met conflicten in de vennootschap, Antwerpen, Intersentia, 2009, (1) 85). Net zoals de curator de agent is van de gezamenlijke schuldeisers in de boedel als principaal (de residual risk bearers), is de advocaat de agent van de vennootschap, en – indien we aannemen dat het doel van het vennootschapsrecht winstmaximalisatie is voor de aandeelhouders – finaal van de gezamenlijke aandeelhouders (eveneens de residual risk bearers).

De verloning van de curator wordt niet bepaald door de schuldeisers als principaal, maar wel door het KB van 10 augustus 1998. Continue reading “Money (That’s What I Want). De invloed van de remuneratie van de advocaat op de actio mandati en minderheidsvordering”

‘Belangeloosleid’ in de private stichting: “haas ik doop u vis”

Art. 27 V&S-Wet als voorbeeld van hoe non-profits niet geregeld moet worden

In de VZW wordt het winstuitkeringsverbod negatief bepaald: de vereniging mag geen “stoffelijke voordelen aan haar leden […] verschaffen” (art. 1 en 27 V&S-Wet). Voor een stichting kon deze negatieve omschrijving niet worden gecalqueerd: in een stichting zijn er immers geen leden.

Huidig art. 27 V&S-Wet lostte dit probleem op door uitkeringen toe te laten voor zover die kaderen in de verwezenlijking van het belangeloos doel. Het stichtingsvermogen moet worden “aangewend ter verwezenlijking van een bepaald belangeloos doel” (art. 27 al. 1 V&S-Wet).

“Belangeloos” werd bij de omschrijving van het doel echter erg werd uitgerekt opdat elke stichting, ook één die werd opgericht in het belang van de stichter zelf of van een kleine kring, eronder zou vallen.  Continue reading “‘Belangeloosleid’ in de private stichting: “haas ik doop u vis””

De Pre-Pack Pool (PPP): een blaffende waakhond zonder tanden?

Pre-pack na het Graham-rapport

In een eerdere post heb ik gewezen op de gevaren van een “stil” faillissement (ook wel gekend als de pre-pack). Daarbij heb ik opgemerkt dat een Graham rapport van 2014 uitwees dat van de onderzochte pre-packs in het Verenigd Koninkrijk bijna twee derden een verkoop aan verbonden partijen betrof. Die praktijk is problematisch. Ten eerste vergroot een verkoop aan verbonden partijen de kans op een navolgend faillissement binnen de drie jaar na de afsluiting van het stil faillissement aanzienlijk. Ten tweede bestaat het risico dat de verbonden partijen de reorganisatiewaarde naar zich toetrekken, ten nadele van de gezamenlijke schuldeisers.

Het Graham rapport bevatte echter ook een aantal aanbevelingen om tegemoet te komen aan voornoemde problematiek. Een van de belangrijkste aanbevelingen was het oprichten van een Pre-Pack Pool (PPP), i.e. Continue reading “De Pre-Pack Pool (PPP): een blaffende waakhond zonder tanden?”

Wie is een ‘aangestelde’ van de rechtspersoon in de zin van art. 35 Ger.W.?

Cassatie over betekening aan zetel van een rechtspersoon

Artikel 35, eerste en tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat indien de betekening niet aan de persoon kan worden gedaan, deze aan de woonplaats of gewone verblijfplaats van de geadresseerde dan wel, voor een rechtspersoon, aan de maatschappelijke of administratieve zetel gebeurt. Hierbij wordt de akte ter hand gesteld aan een bloedverwant, een aanverwant, een dienstbode of een aangestelde van de geadresseerde.

Volgens het Hof van Cassatie in een arrest van 2 mei 2017 is er sprake van een aangestelde in de zin van deze bepalingen:  Continue reading “Wie is een ‘aangestelde’ van de rechtspersoon in de zin van art. 35 Ger.W.?”

Schuldeisersbescherming in het vennootschapsrecht: een rouwbericht

Een recente publicatie van Joeri Vananroye en Gillis Lindemans bespreekt de huidige regels rond schuldeisersbescherming in het vennootschapsrecht, wat er wijzigt in de voorgenomen hervorming van het vennootschapsrecht en hoe dit betekent dat het insolventierecht moet worden aangescherpt.

“De Europese harmonisatie van kapitaalregels is beperkt tot limitatief opgesomde rechtsvormen (voor België: de NV). Die harmonisatie omvat daarmee verre van alle vennootschapsvormen met beperkte aansprakelijkheid. Weinig verhindert dat een lidstaat die andere rechtsvormen met dezelfde voordelen begiftigt als de geharmoniseerde vormen. De Tweede Richtlijn is daardoor een harmonisatie met een ingebakken makkelijke opt out. De Belgische wetgever heeft de regels van de Tweede Richtlijn vrijwillig uitgebreid tot andere rechtsvormen. Andere wetgevers deden dat niet (bv. UK met de Ltd.) of kwamen daarop terug (bv. Nederland met de BV), zoals de Belgische wetgever nu van plan is.

6 maanden Lab: de populairste posts (in het Nederlands)

Corporate Finance Lab werd deze week een half jaar oud.  Met meer dan 150 posts, 33.000 views en 11.000 bezoekers werden de verwachtingen bij de opstart overtroffen. Enkele van de meer populaire posts waren (in willekeurige volgorde):

Ook populair zijn de besprekingen – vaak als eerste – van recente cassatie-arresten en de bespreking van nieuwe of geplande wetgeving in het insolventie- en vennootschapsrecht.

Polbud: Cartesio ontmoet de werkelijke zetel?

AG Kokott vereist “werkelijke vestiging” voor toepassing vrijheid van vestiging op grensoverschrijdende omzetting

In haar advies in zaak C-106/16 (Polbud) preciseert Advocaat-Generaal Kokott de toepassing van de vrijheid van vestiging op de grensoverschrijdende omzetting. In het arrest-Cartesio heeft het Hof overwogen dat een lidstaat niet immuun is voor de toets aan de vrijheid van vestiging, wanneer die een vennootschap belet zich om te zetten naar het recht van een andere lidstaat, door haar ontbinding en vereffening te vereisen. De AG is nu van oordeel dat de verplaatsing van de statutaire zetel naar een andere lidstaat enkel onder  de vrijheid van vestiging valt indien de betrokken vennootschap een “werkelijke vestiging” in de andere lidstaat heeft of beoogt “met het oog op de daadwerkelijke uitoefening van een economische activiteit” . De AG lijkt dus een soort werkelijke-zetelmechanisme aan Cartesio te willen toevoegen. Continue reading “Polbud: Cartesio ontmoet de werkelijke zetel?”

Wanneer vandaag plots eerder blijkt plaats te vinden: Cassatie over invulling van de bijzondere bestuursaansprakelijkheid voor RSZ-schulden

Uitspraak met belangrijke gevolgen voor o.a. bestuurders in vennootschapsgroepen

Drie BVBA’s met dezelfde zaakvoerder worden failliet verklaard, elk met openstaande sociale schulden. De faillietverklaring vindt plaats op volgende tijdstippen:

  • De eerste BVBA op 13 oktober 2009
  • De tweede en derde BVBA op 13 september 2012

Volgens art. 265, §2 W.Venn. kan een zaakvoerder van een BVBA hoofdelijk aansprakelijk worden gehouden voor het geheel of een deel van alle op het ogenblik van de uitspraak van het faillissement verschuldigde sociale schulden indien hij in de loop van vijf jaar voorafgaand aan de faillietverklaring betrokken was bij minstens twee faillissementen met openstaande schulden ten aanzien van de RSZ.[1]

Kan de curator deze zaakvoerder op grond van dit artikel hoofdelijk aanspreken voor (een deel van) de sociale schulden van het derde faillissement? Het Hof van Cassatie zegt in een recent arrest (Cass. 7 april 2017, C.16.0390.N/1) dat dit mogelijk is. Continue reading “Wanneer vandaag plots eerder blijkt plaats te vinden: Cassatie over invulling van de bijzondere bestuursaansprakelijkheid voor RSZ-schulden”

Over de ex nunc-werking van constitutieve vonnissen in het vennootschaps- en insolventierecht

Recente arresten van de Hoge Raad en het Hof van Cassatie over hervorming faillissements- en vereffeningsvonnissen

In een arrest van 11 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2577) bevestigt de Hoge Raad dat de faillissementstoestand van een gefailleerde voortduurt tot de uitspraak waarmee de faillietverklaring werd vernietigd kracht van gewijsde heeft verkregen. Handelingen die de curator verrichtte voordat de vernietiging van het faillissementsvonnis kracht van gewijsde verkreeg, blijven nadien overeind. Hieruit blijkt dat de rechtstoestand gecreëerd door een faillissementsvonnis niet retroactief wordt tenietgedaan bij een latere hervorming, wat wij in een eerdere blogpost reeds argumenteerden naar aanleiding van een Belgisch arrest van het Hof van Cassatie. Continue reading “Over de ex nunc-werking van constitutieve vonnissen in het vennootschaps- en insolventierecht”

Het stil faillissement: it is not all roses, you know

Een post door gastblogger Frederik De Leo

In een eerdere post werd het “stil” faillissement (ook gekend als de pre-pack), zoals ingevoerd door artikel XX.33 van het wetsontwerp tot hervorming van het insolventierecht, reeds kort toegelicht. De post vatte aan met een quote van Advocaat-Generaal MENGOZZI die de voordelen van een pre-pack als volgt beschreef:

“[h]et succes van de pre-pack is het gevolg van een groeiende neiging in het moderne insolventierecht om de voorkeur te geven aan benaderingen die, anders dan de klassieke benadering die gericht is op de liquidatie van de in moeilijkheden verkerende onderneming, gericht zijn op de redding van de onderneming of althans het behoud van de economisch nog levensvatbare onderdelen daarvan. In een dergelijke context biedt de pre-pack, die wordt gekenmerkt door informele elementen (een buitengerechtelijke voorafgaande fase) en formele elementen (een fase die zich afspeelt in het kader van de insolventieprocedure), de ondernemingen een flexibel instrument dat geschikt is om snel het hoofd te bieden aan bepaalde crisissituaties” HvJ 29 maart 2017, nr. C- 126/16, ECLI:EU:C:2017:241, concl. P. Mengozzi).

Men dient echter niet blind te zijn voor de nadelen van de pre-pack, en in het bijzonder voor het risico op opportunistisch gedrag van de verschillende betrokken actoren. Continue reading “Het stil faillissement: it is not all roses, you know”

Tussen hamer en aambeeld. Wrongful trading in het Belgische insolventierecht

De bestuurder van een vennootschap in financiële moeilijkheden bevindt zich tussen hamer en aambeeld. Enerzijds moet hij al het noodzakelijke doen om de continuïteit van de onderneming te vrijwaren. Anderzijds weet hij dat zijn handelingen als bestuurder in een later stadium, en met de “benefit of hindsight”, kritisch tegen het licht gehouden zullen worden. In een eerdere post werden enkele concrete richtlijnen voor bestuurders geformuleerd om zich doorheen dit mijnenveld te bewegen.   Continue reading “Tussen hamer en aambeeld. Wrongful trading in het Belgische insolventierecht”

Vitale ondernemingen wapenen tegen bedenkelijke buitenlandse investeringen: wachten op de barbaren?

Moet de overheid buitenlandse investeringen een halt kunnen toeroepen in naam van de nationale veiligheid? Een grondige studie van C. Bulten en B. de Jong in Nederland schijnt licht op de zaak.

De geplande investering van het Chinese State Grid in Eandis, een Vlaamse distributienetbeheerder, beheerste vorig najaar een tijdlang het nieuws. Dat 14% van de Eandisaandelen en drie bestuurszetels in handen zouden komen van een Chinees staatsbedrijf, zette de Belgische staatsveiligheid er toe aan een brief te verspreiden die pleitte voor terughoudendheid. Omwille van het strategisch karakter van het distributienet en State Grid’s nauwe relatie met de Chinese inlichtingendienst, zou de staatsveiligheid in gevaar komen.

De ophef die daarop onstond, leidde ertoe dat de deal uiteindelijk zou afspringen. Het gele gevaar was dus geweken. De Vlaming kon weer op zijn beide oren slapen.

Continue reading “Vitale ondernemingen wapenen tegen bedenkelijke buitenlandse investeringen: wachten op de barbaren?”

Sssstttt, hier wordt gewerkt! Het stil faillissement

download (4)

Het wetsontwerp tot hervorming van het insolventierecht, dat momenteel besproken wordt in de Commissie voor Handels- en Economisch Recht, voert het “stil” faillissement (ook gekend onder de noemer van prepack) in dat toelaat om in stilte het eigenlijke faillissement voor te bereiden (het voorgestelde Art. XX. 33 WER). In een recent advies verwoordde  AG Mengozzi de voordelen van een prepack als volgt: “[h]et succes van de pre-pack is het gevolg van een groeiende neiging in het moderne insolventierecht om de voorkeur te geven aan benaderingen die, anders dan de klassieke benadering die gericht is op de liquidatie van de in moeilijkheden verkerende onderneming, gericht zijn op de redding van de onderneming of althans het behoud van de economisch nog levensvatbare onderdelen daarvan. In een dergelijke context biedt de pre-pack, die wordt gekenmerkt door informele elementen (een buitengerechtelijke voorafgaande fase) en formele elementen (een fase die zich afspeelt in het kader van de insolventieprocedure), de ondernemingen een flexibel instrument dat geschikt is om snel het hoofd te bieden aan bepaalde crisissituaties.

Continue reading “Sssstttt, hier wordt gewerkt! Het stil faillissement”

Jura Falconis Prijs 2017 voor beste bachelorscriptie toegekend aan Eline Hoogmartens voor scriptie over de interne aansprakelijkheidsvordering tegen de curator voor schade aan de boedel

Ontwerp van nieuwe insolventiewetgeving geeft schuldeisers nieuwe initiatiefrechten bij faillissementsaansprakelijkheid

AAEAAQAAAAAAAAhpAAAAJDZmYjk2YjY1LTVkYTYtNGZiNi1iMzc0LTNiOGYyODQzNjAyZQDe Jura Falconis Prijs voor de beste bachelorscriptie werd toegekend aan Eline Hoogmartens (research master, KU Leuven) over de boedelvordering tegen de curator. Deze toekenning komt in de week nadat het wetontwerp houdende het nieuwe insolventierecht aan de boedelvorderingen sleutelt. Deze post confronteert de bekroonde paper met de nieuwe voorstellen. Continue reading “Jura Falconis Prijs 2017 voor beste bachelorscriptie toegekend aan Eline Hoogmartens voor scriptie over de interne aansprakelijkheidsvordering tegen de curator voor schade aan de boedel”

Het toepassingsgebied van de insolventieprocedures weldra significant uitgebreid?

Een nieuwerwets ondernemingsbegrip maakt zijn entrée

Een eerdere post meldde de publicatie vorige week van het wetsontwerp houdende invoeging van het Boek XX “Insolventie van ondernemingen”, in het Wetboek van Economisch Recht. Dit boek beoogt de huidige Faillissementswet en de Wet Continuïteit Ondernemingen te vervangen. Spectaculair in dit ontwerp is  de uitbreiding van het toepassingsgebied van de insolventieprocedures (het voorgestelde Art. XX.1. §  1. WER). Twee wijzigingen springen daarbij in het oog:  Continue reading “Het toepassingsgebied van de insolventieprocedures weldra significant uitgebreid?”