Curatoren en vereffenaars: actuele ontwikkelingen IV

Vers van de pers

Bij Intersentia verscheen CURATOREN EN VEREFFENAARS: ACTUELE ONTWIKKELINGEN IV (editors: H. Braeckmans, M.E. Storme, M. Vanmeenen, B. Tilleman en J. Vananroye).

Deze nieuwe uitgave analyseert de recente tendensen in het insolventierecht in de ruime zin. In het boek wordt ruime aandacht besteed aan de verscherpte confrontatie van het insolventierecht met diverse andere rechtstakken, zoals sociaal recht, fiscaal recht e.a. De volledige inhoudstafel vindt u hier.

Dit boek bundelt de belangrijkste bijdragen van sprekers die meewerkten aan de postuniversitaire opleiding Curator-Vereffenaar georganiseerd door de KU Leuven en de UAntwerpen. Deze opleiding wordt in 2018 opnieuw aangeboden, met bijzondere aandacht voor de wijzigingen in het nieuwe Boek XX WER.  Continue reading “Curatoren en vereffenaars: actuele ontwikkelingen IV”

‘De konijnen van de konijnenwarande’: schemerdieren in het insolventierecht

“Onroerend door bestemming” als bescherming van de going concern-waarde

Uit de aard roerende voorwerpen die de eigenaar van een erf voor de dienst en de exploitatie van dat erf daarop geplaatst heeft, zijn op grond van art. 524 BW onroerend door bestemming. Elke Belgische jurist herkent de naïef-poëtische opsomming uit dit artikel met de verwijzing naar de duiven van de duiventillen, de konijnen van de konijnenwaranden,  de vissen van de vijvers…. (Zie hier en hier voor een een korte geschiedenis van het konijn en zijn warande in onze gebieden).

De mestgeur rond dit artikel doet vergeten dat het idee achter “onroerende goederen door bestemming” hetzelfde is als de hoofddoelstelling van het moderne insolventierecht, nl. voorkomen dat door een uitwinning een landbouwonderneming of andere feitelijke algemeenheid versplintert met vernietiging van de going concern-waarde te gevolg. Bij het “common pool”-problem dachten de stellers van het BW duidelijk aan een echte vijver.

Daarbij mag niet worden uit het oog verloren worden dat er in het BW van 1804 nog geen sprake was bezitloos pand noch van collectieve insolventieprocedures. (Het is overigens bij de konijnen af  dat een begrip als ‘samenloop’ nog altijd niet systematisch in het BW is geïntegreerd). Continue reading “‘De konijnen van de konijnenwarande’: schemerdieren in het insolventierecht”

Het insolventierecht geeft en het vennootschapsrecht neemt?

Eerste bespreking nieuw insolventie- en vennootschapsrecht door Vananroye en Lindemans in DAOR

In een bijdrage in het recentste nummer van DAOR maken Vananroye en Lindemans een eerste bespreking van wetgevende ontwikkelingen in het insolventierecht (goedgekeurd, nog niet in werking) en het vennootschapsrecht (wetgevingsproces tussen advies raad van state en tweede lezing door de ministerraad).

Een rode draad in de bijdrage is de interferentie tussen schuldeisersbescherming in het insolventierecht en in het vennootschapsrecht:  Continue reading “Het insolventierecht geeft en het vennootschapsrecht neemt?”

Remuneratie curator. Het bureau voor rechtsbijstand is geen insolventieverzekeraar, maar wie dan wel?

Frederik De Leo (KU Leuven, UHasselt) en Dennis Cardinaels (University of Leeds) in NjW

Maakt de curator bij de vereffening van een insolventieboedel aanspraak op kosteloze rechtspleging krachtens artikel 667 van het Gerechtelijk Wetboek? Die vraag werd door het bureau voor rechtsbijstand van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg van Brussel op 13 januari 2016 onverbiddelijk beantwoord met een eenvoudige ‘nee’ (Rb. Brussel (Nl.) (Bureau voor rechtsbijstand) 13 januari 2016, NjW 2017, 609).

Hoewel die beslissing begrijpelijk is, herbergt ze een fundamenteel vraagstuk: wordt de curator wel adequaat vergoed voor de inspanningen die hij levert en kosten die hij maakt bij de wedersamenstelling van de boedel? Een ontkennend antwoord op die vraag zou kunnen leiden tot een pervers resultaat, namelijk een curator die passiever blijft dan wenselijk is.

Bijgevolg noopt het oordeel van het bureau voor rechtsbijstand tot een analyse van de huidige remuneratieregelgeving van de curator, teneinde na te gaan of de curator via de huidige regeling wel voldoende geprikkeld wordt om de belangen van de schuldeisers in de boedel maximaal te behartigen. Continue reading “Remuneratie curator. Het bureau voor rechtsbijstand is geen insolventieverzekeraar, maar wie dan wel?”

Het faillissement: een paradijs voor banken?

Afscheidscollege oud-rector Bas Kortmann (Radboud Universiteit)

In geval van faillissement krijgen de gewone schuldeisers  (bijvoorbeeld leveranciers en afnemers) doorgaans geen enkele uitkering. Gemiddeld wordt van vorderingen van deze crediteuren minder dan 5% voldaan. Banken daarentegen zien kans het overgrote deel van hun vorderingen te innen. In zijn afscheidsrede aan de Radboud Universiteit (Nijmegen) getiteld ‘Het faillissement, een paradijs voor banken’ besprak hoogleraar en voormalige rector Bas Kortmann of de wetgeving  en/of de rechtspraak de banken te vriendelijk gezind is.  Continue reading “Het faillissement: een paradijs voor banken?”

WCO I (Nederland) behoeft volgens de Minister van Justitie, in navolging van Estro/Smallsteps, geen aanpassing

Wettelijke regeling pre-pack in Nederland

Bij brief van 28 september 2017 heeft de Nederlandse Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok, m.b.t. het voorziene wettelijke kader van de pre-pack (WCO I) het volgende laten weten:

“Samengevat meen ik dat de WCO I niet hoeft te worden aangepast. Wel zal conform de uitspraak van het Hof rekening moeten worden gehouden met de toepasselijkheid van de regels van overgang van onderneming, indien de WCO I wordt toegepast met het oog op een doorstart. Ik verzoek uw Kamer om de behandeling van de WCO I te hervatten.”

Continue reading “WCO I (Nederland) behoeft volgens de Minister van Justitie, in navolging van Estro/Smallsteps, geen aanpassing”

De IPR-kwalificatie van pauliana-achtige aansprakelijkheid: welk label voor Peeters/Gatzen (“collectieve schade”)?

De Nederlandse Hoge Raad stelde op 8 september het Europese Hof van Justitie enkele interessante prejudiciële vragen over de Peeters/Gatzen-vordering (ECLI:NL:HR:2017:2269). Voor hen die er het raden naar hebben wie die Peeters of Gatzen dan wel zijn, eerst een korte toelichting. De andere lezers kunnen gelijk naar de navolgende alinea’s scrollen.

1.

In eerdere posts wezen we al op de actio pauliana als techniek van schuldeisersbescherming. Ze laat schuldeisers, en na faillissement de boedel, toe om handelingen niet-tegenwerpelijk te laten verklaren, mits voldaan is aan bepaalde voorwaarden. We noemen hier omwille van de bondigheid enkel de voornaamste twee: Continue reading “De IPR-kwalificatie van pauliana-achtige aansprakelijkheid: welk label voor Peeters/Gatzen (“collectieve schade”)?”

Le droit de l’insolvabilité nouveau est arrivé

De wet van 11 augustus 2017 houdende invoeging van het Boek XX “Insolventie van ondernemingen”, in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan Boek XX en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek XX in het Boek I van het Wetboek van economisch recht, werd vandaag gepubliceerd in het BS. Het wetgevende proces, waarvan op deze blog regelmatig verslag werd uitgebracht, is hiermee afgerond. De wet treedt in werking op 1 mei 2018, en zal van toepassing zijn op insolventieprocedures geopend vanaf die dag.

Continue reading “Le droit de l’insolvabilité nouveau est arrivé”

Het zwaard van Damocles hangt boven de insolventieprocedures zoals we ze kennen: na de pre-pack (“Estro”), ook de overdracht onder gerechtelijk gezag (“Echo”)?

Arbeidshof stelt prejudiciële vraag over de verenigbaarheid van artikel 61, §3 WCO met Europese richtlijn 2001/23/EG

In een recent arrest (Arbh. 14 augustus 2017, 2016/AH/191, onuitg.) heeft het Arbeidshof Antwerpen, afdeling Hasselt de volgende prejudiciële vraag aan het Europees Hof van Justitie gesteld:

“Is het keuzerecht voor de overnemer uit artikel 61 §4 (thans artikel 61 §3) van de Belgische Wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen (WCO-wet), als onderdeel van Hoofdstuk 4 van Titel 4 van deze wet waarbij de ‘gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag’ wordt geregeld, in de mate dat deze ‘gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag’ is aangewend met het oog op het behoud van een geheel of een gedeelte van de vervreemder of van zijn activiteiten, in overeenstemming met de Europese Richtlijn 2001/23/EG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen, in het bijzonder met de artikelen 3 en 5 van deze richtlijn?”

Die vraag kwam er naar aanleiding van een overdracht onder gerechtelijk gezag van NV Echo door NV Prefaco op 22 april 2013. NV Prefaco nam ongeveer twee derden van het totale personeelsbestand van NV Echo over, zijnde 164 werknemers. Een werkneemster die niet werd overgenomen, stelde NV Prefaco in gebreke om haar tewerk te stellen. Continue reading “Het zwaard van Damocles hangt boven de insolventieprocedures zoals we ze kennen: na de pre-pack (“Estro”), ook de overdracht onder gerechtelijk gezag (“Echo”)?”

Frederik De Leo op de Oxford Business Law Blog over de pre-pack

The pre-pack: what else? (Estro/Smallstep)

Op Oxford Business Law Blog verscheen vandaag een analyse door Frederik De Leo (KU Leuven) van het arrest “Estro/Smallstep” van het Europees Hof van Justitie.  Daarbij merkt de auteur op dat het voorlopig intrekken van de bepaling inzake het stil faillissement  in het Belgisch wetsontwerp tot hervorming van het insolventierecht door minister Geens een slimme zet was. Volgens de auteur zou de desbetreffende bepaling (het toenmalig ontwerp-artikel XX.33 WER) de toets aan het Europees recht per het arrest “Estro/Smallstep” niet gehaald hebben.

U kon in een eerder gepubliceerde post door Frederik De Leo op deze blog reeds een uitgebreidere analyse lezen.

Gillis Lindemans over rechtskeuze bij pauliana op Oxford Business Law Blog

Vrije keuze pauliana? Vinyls herbezocht.

In een eerdere post op deze blog besprak Gillis Lindemans (KU Leuven, aspirant FWO) de zaak-Vinyls Italia (C-54/16). Daarin oordeelde het Hof van Justitie dat een faillissementspauliana (of soortgelijke nietigheids- of niet-tegenwerpelijkheidsactie) slechts kan slagen als het recht van toepassing op de aangevochten rechtshandeling dat toelaat. Dat zelfs wanneer partijen een recht hebben gekozen dat geen enkele feitelijke band vertoont met de rechtshandeling in kwestie. De enige beperking is fraude (maar daarvoor is de drempel erg hoog). In een post vandaag op de Oxford Business Law Blog waarschuwt hij andermaal voor de mogelijke gevolgen van deze beslissing. Schuldenaars kunnen, in de schemerzone voor insolventie, een anders aanvechtbare handeling veiligstellen door een toepasselijk recht te kiezen dat geen specifieke aanvechtingsgrond tegen die handeling kent.

Reform of German Avoidance Provisions

Smoothing out the rough edges of “willful disadvantage”

A recent reform of the German Insolvency Statute (Insolvenzordnung, InsO) has relaxed the avoidance provision against so-called “willful disadvantage” (§ 133 InsO).

Under the willful disadvantage provision, a transaction is voidable if it was made by the debtor (a) within ten years prior the request to open insolvency proceedings; (b) with the intention to disadvantage his creditors and (c) whilst the other party was aware of his intention. Moreover, such awareness is presumed in case the other party knew of the debtor’s imminent insolvency, and that the transaction constituted a disadvantage for the creditors.

The German legislature has now added a number of exceptions to that rule (new paragraphs 2 and 3) applicable to transactions by which the debtor performs an obligation or grants a security interest. For example, such transactions shall now only be voidable if made within four years prior to the insolvency filing. In addition, transactions constituting willful disadvantage now benefit from the so-called cash transactions exception (which protects payments in return for equitable consideration, see § 142 InsO) unless the counterpart recognizes that the debtor has acted in bad faith.

Gillis Lindemans

Boek XX WER met nieuw insolventierecht goedgekeurd in Kamer

Vrije beroeper, landbouwer, VZW, stichting en maatschap ook in bereik van insolventierecht

Het Wetsontwerp houdende invoeging van het boek XX “Insolventie van ondernemingen”, in het Wetboek van economisch recht werd door de plenaire vergadering van de Kamer goedgekeurd.

U las hier eerder reeds een algemene bespreking, een bespreking van het toepassingsgebied dat gebruik maakt van een nieuw ondernemingsbegrip, over het stil faillissement (dat niet werd weerhouden), over het faillissement van maatschap en VOF, over nieuwe wrongful trading-regels, over de verhuis van bestuursaansprakelijkheid van het vennootschapsrecht naar het insolventierecht en over nieuwe intitiatiefrechten voor schuldeisers.

Hervorming van het Belgische insolventierecht: update (III)

Op de website van de Kamer kan het verslag van de tweede lezing namens de commissie voor handels-en economisch recht geconsulteerd worden evenals de tekst aangenomen in tweede lezing. De hervorming van het Belgische insolventierecht is hiermee bijna een feit. De stemming in plenaire vergadering zou nog voor het zomerreces plaatsvinden.

Boedelschuld, een lastig label (huur als teaser)

Nieuwe praktische wegwijzer over boedelschulden verschenen bij Kluwer

Boedelschulden behoren tot het DNA van het insolventierecht. Als “schulden van de boedel” verwijzen ze naar de juridische ruwbouw van de insolventieprocedure. Die ruwbouw, de boedel, is een afgescheiden en onder bewind gesteld vermogen met een vereffenings- of saneringsdoel (typevoorbeeld: de faillissementsboedel). Boedelschulden zijn niets anders dan schulden waarvan de boedel zelf de schuldenaar is. De boedel moet ze betalen vóór de “schulden in de boedel” – simpel gesteld, de te vereffenen of saneren schulden van de insolvente schuldenaar.

Dat klinkt gemakkelijker dan het is. In een recente bijdrage, verschenen in de reeksen Faillissement & Reorganisatie en AdvocatenPraktijk van Kluwer, verheldert Gillis Lindemans het concept boedelschulden aan de hand van concrete toepassingen. Daarvan hieronder alvast eentje, als teaser: schulden uit huurovereenkomsten.

Continue reading “Boedelschuld, een lastig label (huur als teaser)”